In 2016 kondigde (toenmalig) telecomminister Alexander De Croo een 'Actieplan Witte Zones' aan. Dat moest een oplossing voorzien voor de 39 gemeenten/zones waar vast en mobiel internet onvoldoende beschikbaar was. Het ging om plaatsen waar minder dan zestig procent van de gebruikers geen 30 Mbps haalde via het vaste netwerk en waar geen 4G was.
...

In 2016 kondigde (toenmalig) telecomminister Alexander De Croo een 'Actieplan Witte Zones' aan. Dat moest een oplossing voorzien voor de 39 gemeenten/zones waar vast en mobiel internet onvoldoende beschikbaar was. Het ging om plaatsen waar minder dan zestig procent van de gebruikers geen 30 Mbps haalde via het vaste netwerk en waar geen 4G was. In 2019 kwam zijn opvolger Philippe De Backer met een opvolgplan. Van de 39 zones bleven er nog 23 over, vooral in Wallonië, Duitstalig België, de Vlaamse Ardennen, de Westhoek, Alveringen en Zuid-Limburg. Het plan was toen om operatoren te stimuleren om op die plaatsen hun netwerken te verbeteren. Anno 2021 is er een nieuw plan om die zones aan te pakken, dit keer van huidig telecomminister Petra De Sutter. Eind april verklaarde ze dat 138.000 huishoudens geen toegang hebben tot snel internet, dat is 2,8% van het grondgebied. De eerste stap is om alle witte zones in kaart te brengen, en vervolgens kijken of de investeringen van operatoren daar kunnen worden gestimuleerd (lees: de overheid legt bij voor de kosten om het netwerk te verbeteren). Maar wat maakt dit plan anders? En waarom moeten die zones opnieuw in kaart worden gebracht? De verklaring ligt deels bij de definitie van een 'witte zone'. Aanvankelijk ging het om plaatsen waar minder dan zestig procent 30 Mbps haalde. Later werd dat verstrengd naar 20 procent. Maar de Europese Commissie heeft de ambitie om elke inwoner snel internet te geven en legt de lat daarvoor op 100 Mbps tegen 2025. De internettoegang en snelheid zijn er dus wel op vooruit gegaan, maar de lat ligt intussen hoger, waardoor Europa een witte zone omschrijft als een plaats waar men geen 100 Mbps haalt en waar operatoren geen plannen hebben om daar in de komende drie jaar iets aan te veranderen. Van de minimumsnelheden heeft het BIPT vandaag al een gedetailleerde kaart, maar van de investeringsplannen van de operatoren niet. Samengevat: het wegwerken van plaatsen zonder snel internet wordt nog steeds aangepakt door de regering, maar de definitie van 'snel' evolueert intussen mee, waardoor de witte zones van 2021 uitgebreider zijn dan de witte zones van 2016.