Net 26 geworden en al adviseur en projectleider voor informatisering bij Justitie: Ruben Lemmens werd als een kamikazepiloot bestempeld toen hij die opdracht aanvaardde. "Begrijpelijk", vindt hij, "maar dan moeten ze ook durven nadenken over het waarom van die negatieve houding." Lemmens vindt vooral dat informatica, ondanks de complexiteit ervan, niet voldoende wordt gezien als hulpmiddel. "Informatisering is bij de overheid nog teveel een verhaal van 'bits & bytes'. Men denkt nog al te vaak dat het iets is van 'de jonge garde'. Dat is het niet! Informatisering is een hefboom voor een goed en degelijk bestuur."
...

Net 26 geworden en al adviseur en projectleider voor informatisering bij Justitie: Ruben Lemmens werd als een kamikazepiloot bestempeld toen hij die opdracht aanvaardde. "Begrijpelijk", vindt hij, "maar dan moeten ze ook durven nadenken over het waarom van die negatieve houding." Lemmens vindt vooral dat informatica, ondanks de complexiteit ervan, niet voldoende wordt gezien als hulpmiddel. "Informatisering is bij de overheid nog teveel een verhaal van 'bits & bytes'. Men denkt nog al te vaak dat het iets is van 'de jonge garde'. Dat is het niet! Informatisering is een hefboom voor een goed en degelijk bestuur." Lemmens is naar eigen zeggen een groot bewonderaar van "de it-pausen van ons land", Frank Robben (manager van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid) en Jan Deprest (voorzitter van Fedict). Maar hij luistert ook naar internationale collega's in de ICA (International Council for Information Technology in Government Administration). "Ik heb moeten vaststellen dat ze in andere landen een cio hebben, die grote informatiseringtrajecten binnen de overheid stuurt. Dat is veel centraler dan bij ons. Wij hebben Fedict. Ik vind dat een ontzettend goede organisatie. Maar als ik dan dat concept van die cio hoor, vind ik dat wij onze diensten nog meer zouden moeten kunnen gebruiken. Om uiteindelijk naar een soort 'nationaal plan' te gaan rond informatisering." "In dit land kan informatisering niet gekleurd zijn door Waalse, Vlaamse of federale belangen. Applicaties zijn niet gebonden aan regio's. Het is misschien stout, maar ik durf dit gerust zeggen: we hebben organen als een ICEG waar alle 'Fedicts' van ons land bijeenkomen. Die hebben elk een eigen budget en eigen personeel. Maar werken die mensen samen? Is daar transparantie? Is er een verschil tussen een applicatie die draait in Brussel of in Wallonië? De budgetten die we daarvoor vrijmaken, de mensen die we daar tewerkstellen: zouden we die niet beter wat structureren? Ik wil niet knabbelen aan de bevoegdheden die elke regio gegeven zijn, maar ik zeg gewoon: jongens, voor veel dingen kan ik mij communautaire knelpunten inbeelden, maar toch niet voor informatisering?" "Rond informatisering zijn er geen partijpolitieke grenzen", zo poneert Lemmens nog, zelf van CD&V-signatuur zoals zijn 'baas', minister van Justitie Jo Vandeurzen. Maar hij beseft wel dat het thema op de politieke agenda moet komen. "Dat kan enkel door goede resultaten te halen. Dat is onder meer mijn doel: om bij Justitie te laten zien dat het kan werken, dat het positief kan zijn, dat informatiseringprojecten niet altijd gaan over semi-corrupte berichten, over miljoenen euro's verlies en nul resultaat." Op dat vlak begint de invloed van de bedrijfswereld stilaan door te sijpelen. "Ik sprak onlangs op een congres voor jonge mensen uit het bedrijfsleven die veel in contact kwamen met de overheid. Ik kwam er het Cheops-project voorstellen en had die toespraak voorbereid met Frank Robben. Daarin stonden trefwoorden als 'monitoring', 'performantie' en 'kwaliteitsbeheersing'. Maar ik merk tijdens de speech dat er gelachen wordt. Ik stop en ik vraag wat er scheelt. 'Wat jij vertelt, is bij bedrijven toch al jaren zo?', klonk het. 'Dat is voor ons een standaard, je kan niet zonder.' Wel, hier bij de overheid is het revolutionair. Ik wil bijvoorbeeld het idee uitwerken dat er vanaf een bepaald bedrag een standaard checklist voor ict-projecten zou moeten zijn. Is daar niet aan beantwoord, dan stoppen we het project en steken we er geen miljoenen euro's meer in." Toch hamert Lemmens ook op eerlijke verwachtingen. "Want wat gaan we nu krijgen in het parlement? Men gaat naar aanleiding van de problemen bij Financiën zeggen: 'Dat stinkt daar, we gaan ook eens kijken naar Justitie. Hoever sta je? Hoeveel computers heb je gekocht? Hoeveel consultancyopdrachten heb je uitgeschreven? Hoeveel heeft je dat al gekost?' Maar dat heeft allemaal nog zoveel werk nodig. We zijn net een jaar verder. Ik kan enkel kleine kersen tonen, terwijl je eerst een taart moet hebben." Net dat is volgens Lemmens het moeilijkste: die vertaling van de uitdagingen van ict op het niveau van de Wetstraat. "Want vergis je niet, op dat vlak is de Wetstraat wel de weerspiegeling van de gewone straat. Een vriend van mij is topbankier en doet nogal minachtend over politici. Ik antwoord dan: 'Je lacht ze elke dag uit, maar je verwacht dan wel dat ze plotseling beter zijn dan topbankiers om op 24 uur tijd en vóór de beurs opengaat een topbeslissing te nemen voor de sector?.' Dat kan toch niet? Het is net zo met ict. Daarom vind ik dat je dat misschien van politiek moet wegtrekken." Waarop we weer bij het idee van een overheids-cio zijn beland. Stefan Grommen