Bij Faro, het Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed vzw, tekent Bram Wiercx voor een project dat in heel wat aspecten niet lijkt op de klassieke projecten die gewoonlijk aan bod komen in de 'ICT Manager of the Year'-contest. En tegelijk die projecten ver overstijgt. Als 'runner-up' in de categorie 'ICT Manager of the Year - SMB' mag hij rustig weten dat de jury hier haast overwerk heeft moeten doen.
...

Bij Faro, het Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed vzw, tekent Bram Wiercx voor een project dat in heel wat aspecten niet lijkt op de klassieke projecten die gewoonlijk aan bod komen in de 'ICT Manager of the Year'-contest. En tegelijk die projecten ver overstijgt. Als 'runner-up' in de categorie 'ICT Manager of the Year - SMB' mag hij rustig weten dat de jury hier haast overwerk heeft moeten doen. Het Steunpunt heeft vanwege de Vlaamse overheid de opdracht gekregen om musea en verenigingen op het - brede - gebied van cultureel erfgoed te ondersteunen en adviseren bij het organiseren van events, maar ook voor het bevorderen van de innovatie in deze sector. En bij dat laatste komt natuurlijk al snel informatica om de hoek kijken, onder meer om collecties beter te beheren en breder toegankelijk te maken. Zoals vaak begint dat met individuele en lokale initiatieven, die dan na een poos op onvermoede beperkingen of problemen stuiten. "Het verhaal begint zo bij regionale beeldbanken, die rond 2005 van start gingen, en waar iedereen zowat iedereen volgde, ook wat de keuze van leveranciers betrof", stelt Wiercx. "Eind 2008 weerklonken dan in de sector heel wat klachten over de leveranciers die de databases hadden gebouwd," onder meer over software met bugs, evenals bedrijven die niet in gingen op nieuwe wensen van de gebruikers. Bovendien was er ronduit schrik voor 'vendor lock-in'." Dat zette Wiercx aan tot een zoektocht naar meer open software, met een 'community' die wel inspeelt op de noden zoals de sector die samen bepaalt. En dat "in volle transparantie, zodat ook kleine organisaties van deze inspanningen kunnen profiteren, en er meer concurrentie op deze markt kwam." De zoektocht leidde hem naar CollectiveAccess, een open source project (in ontwikkeling sinds 2003) bestemd voor het catalogiseren en ontsluiten van collecties, met behulp van metadata over de objecten en elementen in die verzamelingen. Het product is geheel webgesteund en ondersteunt meerdere talen, en biedt mogelijkheden tot samenwerking tussen verschillende instellingen. Zo werd met behulp hiervan een website op basis van elementen uit verschillende collecties gebouwd rond het werk van James Ensor (en overigens op het web gepubliceerd met Drupal, waarvoor in België door de 'community' een module werd geschreven). Tegelijk werd ook gekeken hoe CollectiveAccess makkelijk(er) kan worden geïmplementeerd en wat de doorgroeimogelijkheden zijn. Dat laatste leidde dan weer tot 'cloud'-oplossingen, onder meer omdat een aantal vroege experimenten problemen hadden met onaanvaardbare tarieven vanwege hun leveranciers. In de cloud kan een organisatie dan rustig doorgroeien naarmate meer en meer van de collectie digitaal wordt toegankelijk gemaakt. Een eerste test werd uitgevoerd met Amazon - omwille van de beschikbaarheid en de tarieven - maar in 2010 werd samengewerkt met Makara. Dat bedrijf creëerde een 'platform as a service' aanbod in de vorm van een soort 'container' die op eender welke gevirtualiseerde cloudomgeving kan draaien. Een instelling kan door de implementatie in zo'n 'container' uit te voeren, zijn digitale collectie-omgeving meteen geschikt maken voor gebruik op clusters en in grotere omgevingen. Makara werd overigens ondertussen overgenomen door RedHat en omgedoopt tot OpenShift. Met deze ervaringen en feedback uit workshops onder de riem, mikt Faro uiteindelijk op het aanbieden van een Caas-concept. Zeg maar een 'collection as a service' aanpak. Het doel is om organisaties en instellingen binnen een jaar een totaalkijk te bieden hoe ze een digitale collectie kunnen aanpakken. Dat omvat informatie over welke middelen kunnen worden aangewend, mogelijke tarieven en aanbieders (liefst natuurlijk Belgische bedrijven) en kennis hoe een en ander aan te pakken. Tegelijk willen Wiercx en de zijnen ook de groei van een 'community' bevorderen, waar belangstellenden de vorderingen van dit project en de implementaties kunnen volgen. Zo werd eerder dit jaar een testmogelijkheid aangeboden aan meer dan 40 organisaties, zowel in België als Nederland. En ook op DISH (Digital Strategies for Heritage), een vooraanstaande conferentie over het digitaal bewaren van erfgoed, stond dit initiatief op het programma. Overigens is het niet de bedoeling een en ander verplicht op te leggen, ook al omdat het toch nog een stevige investering vertegenwoordigt. "In wezen spreken we met instellingen en organisaties en zijn we hen van advies. We doen een analyse van hun aanbesteding, maar nadien zijn het bedrijven die alles bouwen." Maar duidelijk is wel dat Faro met dit project voor organisaties die hun collecties toegankelijk willen maken, als een ware vuurtoren de goede richting uitwijst.Guy Kindermans