Guillaume Grallet: Tijdens de toespraak waarin u aankondigde dat u zich over zes maanden uit de dagelijkse leiding van Microsoft zult terugtrekken, zei u dat we aan het begin staan van een buitengewoon digitaal tijdperk. Wat bedoelde u daar precies mee?
...

Guillaume Grallet: Tijdens de toespraak waarin u aankondigde dat u zich over zes maanden uit de dagelijkse leiding van Microsoft zult terugtrekken, zei u dat we aan het begin staan van een buitengewoon digitaal tijdperk. Wat bedoelde u daar precies mee? Bill Gates: Een nieuwe dialoog tussen mens en computer zal binnenkort het gebruik van het traditionele toetsenbord en de muis vervangen. Het zal een normale zaak worden om het scherm aan te raken, tegen de computer te spreken of er gewoon op te schrijven. Voeg daarbij dat ons dagelijks leven meer en meer online wordt, van de follow-up van onze gezondheid tot de opvoeding van onze kinderen. Door dat alles ben ik ervan overtuigd dat de tien komende jaren revolutionairder zullen zijn dan de twintig vorige. GG: Zullen al die nieuwe diensten toegankelijk zijn vanaf één machine die alles doet? BG: Nee, ik geloof niet in de universele terminal. Er zullen een beetje overal 'dingen' aangesloten zijn: op je kantoor, in de keuken, in de auto, aan de muren of in de zak van je jas! De echte uitdaging is de gebruiker toegang te geven tot dezelfde diensten vanaf elk van deze tools, met een eenvoudige en snelle identificatie, en gegarandeerde veiligheid. 'Cloud computing' moet dat mogelijk maken: alle informatie zal worden opgeslagen in externe computers met een bijna onbeperkt geheugen en niet meer alleen op de pc thuis. Kortom, we evolueren van een 'computer centric' naar een 'user centric' informatietechnologie. GG: In 1994 kocht u een origineel handschrift van Leonardo da Vinci, de Codex Leicester. Ziet u nog toekomst voor het papier, en dan met name voor boeken en kranten? BG: De waarde van een boek is niet het papier, maar wat er in staat. Op school bladert mijn dochter bijna niet meer in traditionele boeken. Ze gebruikt een tablet-pc. Ze kan zaken opzoeken, aantekeningen maken en ze me per e-mail toesturen. De bedrijven die 'e-books' op de markt hebben gebracht, zoals de Reader van Sony of de Kindle van Amazon, hebben zich niet vergist. Met die toestellen krijg je directe en ogenblikkelijke toegang tot meerdere boeken tegelijk. GG: Is er nog toekomst voor de traditionele encyclopedieën? BG: In de Verenigde Staten is de verkoop van encyclopedieën in elkaar gestort door de frontale concurrentie met hun elektronische tegenhangers, Encarta [een product van Microsoft] of Wikipedia, die meer up-to-date, interactiever en flexibeler zijn. De klassieke encyclopedie die je van a tot z doorbladert, heeft zijn tijd gehad. Mijn zoon heeft vandaag toegang tot kaarten, bewegende infografieken en chronologieën die voortdurend worden geactualiseerd! Voor specifieke onderwerpen zijn teksten op papier achterhaald. GG: Men verwijt deze voluntaristische kennisverzamelingen vaak fouten te verspreiden, dat ze niet echt betrouwbaar zijn. BG: Maar dat was ook zo voor papier! De vragen die we aan onze lectuur moeten stellen blijven dezelfde ongeacht het medium: is de informatie verouderd, welke zijn de geciteerde bronnen? Het voornaamste voordeel van het digitale tijdperk is dat wanneer een auteur een fout maakt, hij hier direct op gewezen wordt en de fout kan verbeteren. Slate [een magazine dat van 1996 tot 2004 eigendom was van Microsoft] is een van de eersten geweest om commentaren op te nemen. GG: Met het internet gaat onze kennis er dus op vooruit? BG: Het internet maakt het mogelijk in verbinding te treden met de intellectuele bagage van de hele wereld. Ik kan nu wetenschappelijke werken over malaria lezen uit Europa, China en India. Dat kon je je tien jaar geleden moeilijk voorstellen. GG: Brengt het internet volkeren dichter bij elkaar? Leven we sinds het internettijdperk in een 'platte' wereld, om de uitdrukking van de journalist Thomas Friedman te gebruiken? BG: Nee, zover is het nog niet... Het kapitalisme, dat dominant is in Europa, de Verenigde Staten en Japan, biedt landen als India en China ongetwijfeld nieuwe mogelijkheden. Op die markten verschijnen nieuwe producten en almaar efficiëntere geneesmiddelen. Maar het is niet juist dat de wereld gelijker geworden is voor de twee miljard armsten van onze planeet. Wie vandaag geboren wordt in Burkina Faso, heeft, alle energie en talent ten spijt, lang niet dezelfde ontwikkelingskansen als in het westen. GG: Boezemt China, dat niet afhankelijk wil zijn van het westen, u angst in? BG: Een voor ons huizenhoog probleem in China is de illegale software. Maar het is aan ons om hen te doen inzien dat een programma, dat het resultaat is van een intellectuele activiteit, niet gratis kan zijn. En zover komt het ook. Afgezien daarvan is China een niet te missen eldorado en we hebben in Peking dan ook een van onze grootste onderzoekscentra gevestigd. De opkomende landen halen de prijzen zeker naar omlaag. Maar we mogen niet hypocriet zijn: blij zijn dat tientallen miljoenen mensen het beter krijgen en toch geen enkele toegeving willen doen. GG: Waarom zijn er in Europa zo weinig succesverhalen vergelijkbaar met dat van Microsoft? BG: Ik kan het niet laten een verband te leggen tussen de economische gezondheid van een land en de plaats van zijn universiteiten op de wereldranglijst. De Verenigde Staten, die Silicon Valley hebben zien ontstaan, herbergen het kruim van de universiteiten, zoals het MIT, Carnegie Mellon of Stanford. China, met de universiteiten van Tsinghua, Shanghai Jiao Tong of Zhejiang, laat zich meer en meer gelden in deze wedloop naar kennis. Dat is niet vrijblijvend. Ik zou er bij de Europese leiders op aandringen om meer werk te maken van uitmuntend universitair onderwijs en de kruisbestuiving tussen universiteit en bedrijfsleven. GG: Barack Obama, Hillary Clinton en John Edwards treden op als figurant in de videofilm waarin u met humor uw laatste dag bij Microsoft beschrijft. Men heeft u in het verleden zien golfen met Bill Clinton en u bent tot ridder van het Commonwealth benoemd door de Engelse koningin. Wordt u straks actief in de politiek? BG: Werken met regeringen is een prioriteit om hen het belang te doen inzien van nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen die gepaard gaan met gezondheidszorg, onderwijs, e-government... Dat maakt van mij nog geen politicus, en ik ben ook niet van plan het te worden. Het is een heel ander vak. Ik hou van wetenschap. Ieder jaar opnieuw zonder ik me een week lang af met een zestigtal onderzoeksprojecten. Voor niets ter wereld zou ik deze 'think week' willen opofferen. En wat me mateloos boeit, zowel op het gebied van software als van geneeskunde, zijn ontdekkingen. GG: Wat denkt u van de 'mobilisatie' tegen de opwarming van het klimaat? BG: Het is een reëel probleem. Overigens kan de technologie veel doen voor de verbetering van het milieu. Maar we moeten beseffen wat prioritair is: de klimaatopwarming gaat over gevaren die ons over een aantal decennia boven het hoofd hangen, terwijl malaria elke dag duizenden mensen doodt. Op dit eigenste ogenblik. GG: In een interview met de Wall Street Journal zegt u over de Apple-topman Steve Jobs dat u gelijk wat zou geven om zijn flair te hebben. Hebt u bedenkingen bij wat u gedaan hebt bij Microsoft? BG: Microsoft was het eerste bedrijf dat de visie had om specifieke software te ontwikkelen voor de pc. Apple is pas nadien gekomen, toen wij al klanten hadden. Ik heb eerst Steve Wozniak leren kennen [medeoprichter van Apple met Steve Jobs], met wie ik de basis van de programmeertaal Basic heb geschreven..."Woz" was een schitterend ingenieur. Daarna heb ik kennisgemaakt met Steve Jobs, een geweldige persoonlijkheid. We hebben samengewerkt aan een project voor een grafische interface voor Mac. Later zijn we in mekaars vaarwater gekomen rond een heleboel zaken... Het is grappig te bedenken dat wij de enige twee overlevenden uit het begintijdperk zijn die nog altijd actief zijn. Ons doel was kansen te creëren voor iedereen. Ik moet helaas vaststellen dat Steve het iets minder goed gedaan heeft dan wij... GG: Maar het respect is er nog? BG: Oh, ja, natuurlijk! Als ik een lijst moest opmaken van mensen die het meest hebben bijgedragen tot de it-sector, zou ik Steve Jobs helemaal bovenaan plaatsen. GG: Zou u hetzelfde doen met de oprichters van Google? BG: Weet u, wij respecteren al onze concurrenten! De sector evolueert zo snel dat je op een bepaald ogenblik kunt zeggen dat Sun de beste servers heeft, dat Netscape een magische manier heeft uitgevonden om te surfen op het internet... Ik zou ook Sony, Nokia, Oracle en IBM kunnen noemen. Dat maakt onze sector zo interessant: ze is ultracompetitief en ze produceert het grootste aantal innovaties. De namen van onze concurrenten zullen trouwens over vijf jaar waarschijnlijk voor een deel anders luiden. Maar één zaak zal niet veranderen, en dat is het belang van software. Google heeft dat ongetwijfeld goed begrepen. GG: Hoe denkt u over Linus Torvalds, de man achter het besturingssysteem Linux dat vandaag een directe concurrent is van Vista? BG: Ik ken hem niet persoonlijk. GG: Maar wat vindt u van zijn bijdrage aan de it-sector? BG: Weet u, vrije software bestond vroeger al. En daarbij, zijn ontdekking is niet even tastbaar als de Mac... GG: Evolueert de sector almaar sneller? BG: In feite is de sector vooral belangrijker geworden, een groot verschil met het begin toen de pc nog niet bestond! Daar heeft tot gevolg dat, wanneer iemand vandaag een idee heeft, dit veel sneller weerklank krijgt. Kijk naar het grote succes in nauwelijks vier jaar tijd van Facebook, het sociale netwerk waarin wij een participatie hebben genomen. Of maak eens een rondreis in China, waar de 'start-ups' welig tieren... GG: Gaat Microsoft zich ook op robotica storten? U hebt ooit voorspeld dat ze onze huizen zouden veroveren... BG: De robotica staat nog in de kinderschoenen, een beetje zoals de pc-sector twintig jaar geleden. Het is een thema dat doet dromen. Maar de ontwikkeling van een toestel dat ons leven echt zal veranderen, zoals voor meer veiligheid zorgen of je appartement opruimen, zal nog heel wat tijd in beslag nemen. Bovendien zal het op termijn alleen betaalbaar zijn voor wie bemiddeld is. Laten we niet vergeten dat het niet binnen het bereik zal liggen van de bescheiden inkomens. GG: U staat nu aan het hoofd van de grootste humanitaire organisatie ter wereld. Hoe is die ongelijkheid in de wereld tot u doorgedrongen? BG: Zolang ik niet ter plaatse was geweest, had ik geen benul van deze schreeuwende ongelijkheid. Het heeft geduurd tot in 1993, toen ik naar Zuid-Afrika ging en dan nog alleen voor mijn plezier, om naar de dieren te kijken. Mijn grote verplaatsingen waren vroeger bijna uitsluitend beperkt gebleven tot Azië, om professionele redenen. Maar op die reis in Afrika werd ik voor het eerst geconfronteerd met de dramatische realiteit van de armoede. Hetzelfde gevoel heb ik nadien ook meerdere keren gehad in India. GG: Hebt u zich concrete doelen gesteld? BG: We hebben een lijst opgesteld van 20 ziektes die we tot elke prijs willen uitroeien. Ik zou mijn naam ook graag verbonden zien met nieuwe ontdekkingen op het gebied van vaccins... GG: Bent u van plan een andere onderneming op te richten? BG: Nee, maar wel de voorwaarden creëren voor de vestiging ter plaatse van bedrijven die de armoede helpen bestrijden en de gezondheid verbeteren. Er is nog veel te doen op het vlak van het microkrediet, de ontwikkeling van nieuwe zaden, de vermindering van de digitale kloof... GG: Zult u Microsoft niet missen? BG: Over een half jaar zal ik in feite voltijds werken voor de stichting en deeltijds voor Microsoft, waar ik voorzitter blijf van de raad van bestuur, zonder uitvoerend mandaat. GG: U gaat dus niet echt met pensioen... BG:... tenzij een pensioen vol passie! z Guillaume Grallet