Hoe zag de IT-situatie eruit toen u aan de slag ging ?

PIERRE-ANDRE RULMONT : U moet weten dat de functie van vicevoorzitter Information Systems in het leven werd geroepen in het kader van het LINK-programma voor de herstructurering van de MIVB in 5 divisies : HR, finances & services ; sales/marketing network ; operations (bussen, trams en metro's) ; en transport systems, dat technische en technologische engineering omvat. In deze laatste afdeling zijn er 3 divisies terug te vinden : rolling stocks voor de aankoop van rollend materieel, infrastructure voor de gebouwen, wegen, lijnen, enz. ; en information systems, dat de it-gerelateerde activiteiten omvat. Deze divisie omvat eigenlijk 3 activiteiten die vroeger uit hun voegen barstten binnen de organisatie, namelijk beheerinformatica, telecom en industriële informatica.
...

PIERRE-ANDRE RULMONT : U moet weten dat de functie van vicevoorzitter Information Systems in het leven werd geroepen in het kader van het LINK-programma voor de herstructurering van de MIVB in 5 divisies : HR, finances & services ; sales/marketing network ; operations (bussen, trams en metro's) ; en transport systems, dat technische en technologische engineering omvat. In deze laatste afdeling zijn er 3 divisies terug te vinden : rolling stocks voor de aankoop van rollend materieel, infrastructure voor de gebouwen, wegen, lijnen, enz. ; en information systems, dat de it-gerelateerde activiteiten omvat. Deze divisie omvat eigenlijk 3 activiteiten die vroeger uit hun voegen barstten binnen de organisatie, namelijk beheerinformatica, telecom en industriële informatica. Het belangrijkste doel van deze reorganisatie was om synergieën te creëren om de geboden service te verbeteren, zowel intern als naar buiten toe, bijvoorbeeld de informatie voor de reizigers, het opzoeken van een reisweg of de website. Kortom, een afdeling met heel wat verschillende activiteiten onder haar vleugels, want we vinden hier zowel de industriële als de klassieke kantooractiviteiten terug. Deze nieuwe structuur past in de visie zoals die bijvoorbeeld werd voorgesteld door Gartner, dat de it of information technology en de ot of operational technology wil fuseren, of op zijn minst op elkaar wil afstemmen. Vroeger was ik immers de enige bij wie problemen terechtkwamen op architecturaal vlak of in verband met het beheer van een incident. PIERRE-ANDRE RULMONT : Sinds 1 juni heb ik een nieuwe organisatie ingevoerd die gekoppeld is aan een gloednieuw managementteam, een organisatie die veel vlakker is en meer gericht is op de business. Deze afdeling telt ongeveer 350 mensen, waaronder 200 interne medewerkers en 150 externe consultants. De organisatie is voortaan enerzijds gebaseerd op een service deliveryafdeling, die instaat voor de technische uitbating, incidentbeheer, telecom- en it-monitoring in het kader van een geïntegreerde NOC, en anderzijds op 3 solutions-afdelingen : business solutions voor de klassieke business support (SAP voor financiën, HR, enz.) ; sales solutions voor de tickets met een end-to-end-benadering (back-office met databases, MOBIB-valideerders en verkoopmachines, enz.) ; en transport solutions voor businesstechnologie (met de planning en vooral de real-time opvolging van de voertuigen). De ambitie is dus om de business en de operations op elkaar af te stemmen, een chief security officer te benoemen en een CIOoffice op te richten, dat vooral instaat voor het plan om de kwaliteit en het knowledge management te verbeteren. It beheert momenteel immers zowat 250 projecten. PIERRE-ANDRE RULMONT : De MIVB zal tot 2017 de handen vol hebben met drie grote projecten. Ten eerste de informatie aan de reizigers, iets waarin de MIVB een pioniersrol heeft gespeeld, zoals nog te weinig bekend is. Want tegenwoordig krijgen de gebruikers in real-time toegang tot de wachttijd van al onze voertuigen, en dat zien we nog niet vaak in andere landen. Omdat we pioniers waren op dit vlak, staan we nu voor uitdagingen op het gebied van beschikbaarheid, stabiliteit en interactiviteit. Het is de bedoeling om deze gefragmenteerde architectuur te laten evolueren naar een toekomstgerichte oplossing met toegevoegde waarde, en dit dankzij open data die ervoor zorgen dat er applicaties ontwikkeld kunnen worden die meerdere informatiebronnen aan elkaar koppelen. Het is ook belangrijk om sneller informatie te consolideren om ze interactiever en betrouwbaarder te maken, terwijl de verspreiding van de data onder controle blijft. De andere belangrijke uitdaging is de kaartjesverkoop. MIVB speelt een pioniersrol door het gebruik van Calypso, dat aan de basis lag van de Mobib-chipkaart. Mobib is nu overgebracht naar BMC of Belgian Mobility Card, om de interoperabiliteit met de NMBS, De Lijn en de TEC te waarborgen. Hiervoor moeten alle tariefgegevens over de Mobib-kaart op samenhangende wijze worden geïntegreerd. Om nog maar te zwijgen van de mogelijkheid om de kaart van op afstand op te laden via internet of om het papieren Jump-ticket te laten migreren naar Mobib. We tellen ongeveer zestig projecten die te maken hebben met Mobib, zoals de mogelijkheid om je kaart thuis op te laden met een eID-lezer. Het derde grote project betreft de automatisering van de metro via het PULSAR-project. Momenteel kan men een metrotrein aan een maximale frequentie om de tweeënhalve minuut laten rijden. Met een geautomatiseerd systeem kunnen we die frequentie opdrijven tot anderhalve minuut. En dat is erg nodig, want het aantal reizigers is de voorbije 10 jaar met 60 % gestegen en de groei zet zich nog voort. Hiervoor moet de hele veiligheidssignalisatie vervangen worden en moeten er nieuwe technologieën worden ingevoerd op basis van de CBTC-technologie (Communicatie-Based Train Control), die wifi-terminals koppelt aan een all-ip-netwerk, met mogelijkheden zoals five-nines, de segmentatie van de netwerken om de beveiliging van de systemen die instaan voor de veiligheid van de passagiers te verzekeren, enz. Dit Pulsar-project noopt ons om te winnen aan volwassenheid om de werking van bedrijfskritische systemen te verzekeren, op basis van technologie uit de it-wereld, terwijl het beheer van incidenten, de serviceniveaus en de veiligheid erop vooruitgaan. Het eerste deel van het project zou uiterlijk al over 3 jaar operationeel moeten zijn. PIERRE-ANDRE RULMONT : Naast de signalisatie waar ik het al over had, vereist de overstap naar uto of unmanned train operation dat er automatische deuren komen op de metroperrons met een veiligheidssysteem dat 10.000 tot 15.000 camera's in de voertuigen, op de perrons en veiligheidscamera's met elkaar verbindt. Daarnaast zijn er plannen om een optisch netwerk te ontplooien van het dwdm-type, een typische technologie voor telecomoperators, een netwerk waarop een mission critical network (mcn) geënt wordt voor de veiligheid van de passagiers, een deterministisch SafeNet-netwerk, dicht bij de sdh als ondersteuning voor het cbtc-netwerk (communication based train control). Kortom, over twee jaar gaat de MIVB naast de corporate en industriële netwerken nog 3 extra netwerken invoeren : een gemeenschappelijke laag op glasvezel voor wdm, een Safenet-netwerk en een mcn-netwerk. Deze diensten moeten worden gemonitord, en dat vraagt de invoering van een geïntegreerde NOC, die een nauwe interactie tussen de it, de telecomteams en de operationele teams mogelijk maakt. Ook virtualisatie zit in een vergevorderd stadium en we zijn onlangs gemigreerd naar Exadata-appliances van Oracle voor de kritieke databases. En op langere termijn denken we aan een stroomlijning van de architectuur, en aan een daling en consolidatie van het aantal applicaties. Tot slot gaan we meer de focus leggen op business continuity. PIERRE-ANDRE RULMONT : Er moest een geïntegreerde en meer gecentraliseerde afdeling komen, met een visie en een afstemming op de doelstelling van een operationele en efficiënte entiteit en met een optimaal serviceniveau. Momenteel brengen we een deel van de functies terug binnen onze eigen muren om te komen tot een verhouding van 2/3-1/3 tussen interne en externe medewerkers. Wat info aan de reizigers en de kaartverkoop betreft, evolueren we naar softwarepakketten die op maat gemaakt en onderling verbonden zijn. Dit beperkt de interne ontwikkelingen, en zo komt er meer tijd vrij voor analyse, projectbeheer, architectuur en het beheer van de leveranciers. De overgang zal enkele jaren in beslag nemen. Er wordt ook gedacht aan cloud, bijvoorbeeld voor het beheer van de mailservers, en misschien zelfs voor de test- en ontwikkelingsmachines. Wat de budgetten betreft, zijn er beperkingen, maar gelukkig is mobiliteit een investeringsprioriteit voor het Gewest. Marc Husquinet