Sinds 1 april zijn aannemers en onderaannemers wettelijk verplicht om aan de RSZ-diensten te melden wie voor hen op een werf actief is, althans voor werven van 800.000 euro of meer. Hiervoor moeten ze gebruik maken van de online dienst Checkinatwork, waarop voor elke dag en elke werf alle betrokken werknemers worden geregistreerd.
...

Sinds 1 april zijn aannemers en onderaannemers wettelijk verplicht om aan de RSZ-diensten te melden wie voor hen op een werf actief is, althans voor werven van 800.000 euro of meer. Hiervoor moeten ze gebruik maken van de online dienst Checkinatwork, waarop voor elke dag en elke werf alle betrokken werknemers worden geregistreerd. Dit betreft zowel de gewone arbeiders als ingehuurde zelfstandigen en buitenlandse werkkrachten. De voornaamste reden voor deze nieuwe wet is het bestrijden van sociale fraude in de bouwsector. "Deze regering wilde dit graag nog voor de verkiezingen op haar conto schrijven", duidt Hilde Masschelein, gedelegeerd bestuurder van de Bouwunie, "maar omdat het systeem wellicht nog niet helemaal afgestemd is op de realiteit op de bouwwerven, wordt een proefperiode van 6 maanden ingesteld, tijdens dewelke geen boetes worden opgelegd voor fouten in de registratie." De onzekerheid rond hoe de elektronische aanwezigheidsregistratie er uiteindelijk zal uitzien draagt bij tot de onvrede rond de nieuwe verplichting. Niet zozeer de meldingsplicht op zich leidt tot wrevel, maar wel de manier waarop dit moet gebeuren. "Meestal weten we pas 's ochtends welke arbeiders die dag op welke werf zullen aantreden. Als ik dat dan 's ochtend allemaal moet invoeren, ben ik bijna tot 's middags bezig", reageerde iemand uit het publiek bij een informatiesessie. Gelukkig wordt er nu al druk gewerkt aan technologie om deze registratie drastisch te vereenvoudigen. Geodynamics bijvoorbeeld, dat met zijn 'track and trace'-software en systemen voor tijdregistratie geen vreemde is voor de bouwsector, heeft al een brede waaier aan oplossingen uitgewerkt waarmee de registratie goeddeels of volledig geautomatiseerd kan gebeuren. "De registratie kan gebeuren op verschillende manieren", licht Peter Vermeesch, partner bij Geodynamics, toe: "Via uw smartphone kunt u kiezen uit sms, telefonische registratie of een iPhone of Android app. Maar u kunt ook gebruik maken van de werfprikklok, die u dan via onze checkin portal koppelt aan de Checkinatwork-dienst van de RSZ. Deze prikklok kan zowel van badges gebruik maken als van QR-codes, zowel voor de werf als voor de werknemer. Andere mogelijkheden zijn onder meer badgelezers of panels in de voertuigen van de werknemers of ploegbazen, of planning tools. Een uitgebreid gamma aan oplossingen, maar dat is ook nodig, want elke aannemer werkt anders: bij een grote werf met vele eigen werknemers heeft een werfprikklok zin, maar een aannemer die zijn arbeiders op verschillende werven tegelijk inzet, zal wellicht meer gebaat zijn bij een mobiele oplossing." Bij elk van bovenstaande oplossingen staat Checkin@geodynamics wel centraal: deze online module vertaalt de doorgestuurde gegevens over werf en werknemer in de juiste gegevens voor de RSZ: het officiële werfnummer en het rijksregisternummer van de werknemer - of in het geval van buitenlandse werknemers: het Limosa-nummer - en stuurt vervolgens deze gegevens door. Zo wordt bijzonder veel tijd gewonnen omdat deze gegevens voor elke werknemer niet manueel moeten worden ingevoerd. Omdat de oplossing pas sinds begin april in werking is moeten treden, zijn er nog niet veel gegevens beschikbaar over het terugverdieneffect. Toch is Stijn Stragiers, eveneens partner bij Geodynamics, ervan overtuigd dat deze oplossing zichzelf snel terugverdient: "Reken zelf maar uit: je betaalt een vast bedrag van vijftig euro en twintig eurocent per werknemer per dag. Voor een bedrijf met honderd aan te geven werknemers betaal je dan ongeveer 450 euro per maand. Hoeveel zou het die onderneming kosten wanneer iemand dit manueel moet invullen?" Voor Stragiers lijdt het geen twijfel dat dit bedrag fors hoger zal liggen. Stef Gyssels