Guy Kindermans
...

Guy KindermansHet zal allicht wat verbazen, maar als entiteit bestaat Intel Labs Europe pas sinds 2009. Op dat ogenblik telde ons continent al 18 Intel-labs, met zo'n 900 personen. Sindsdien groeiden die aantallen tot respectievelijk meer dan 40 labs, met meer dan 3.700 rechtstreekse werknemers, aldus Martin Curley, director Intel Labs Europe. Twee van die labs zijn overigens in België gevestigd (waaronder één van de vier Europese Exascale labs). De activiteiten van de Europese labs passen in de visie van Intel om "in dit decennium 'computing' technologie te creëren en uit te breiden om het leven van elke persoon op aarde te verbinden en te verrijken." Aan de basis van de Intel-labs ligt een 'triple helix' samenwerking tussen de academische wereld, de overheid en de industrie, aldus Curley, met als vierde groep de burgers. Het doel is het creëren van ecosystemen rond thema's en onderwerpen, zoals het geval was voor de Thunderbolt-interface. Deze 10 Gbit/s-koppeling naar beeldschermen en andere periferie werd in rechtstreekse samenwerking met Apple ontwikkeld en fungeert als voorbeeld voor nog andere initiatieven. En voorts levert Intel Labs Europe wellicht de grootste bijdrage inzake open source software, meent Curley. Intel werkt bij dit alles ook nauw samen met de Europese instanties in het kader van 'Europa 2020'. "We hebben mee de 'digital agenda' vorm gegeven en ondersteunen die, evenals de plannen voor een 'resource efficient' Europa," aldus Curley. Zo werd onder meer het 'sustainability' lab uit Oregon overgebracht naar Ierland. In Europa legt Intel zich toe op een breed spectrum aan onderwerpen, zoals duurzaamheid, transport en de autowereld, ingebedde systemen, mobile computing (o.a. Polen en Ierland), draadloze communicatie (o.a. Rusland), 'high tech, low carbon' oplossingen, 'security & trust' (o.a. Duitsland), security-producten (McAfee in Groot Brittannië), microprocessor architectuur (o.a. Spanje), visual computing, evenals cloud computing en Exascale-technologie (voor supercomputersystemen). Daarmee wordt ingespeeld op digitale megatrends als 'digital transformation' (alles wordt digitaal), 'mass collaboration' en 'sustainability' (in de vorm van duurzame mobiliteit en steden). 'Do more with less' klinkt voor dat laatste het motto, want "als we op dezelfde wijze doorgaan hebben we tegen 2050 een tweede aarde nodig en er is geen plan B," aldus Curley, die onderstreept dat "technologie een deel van het antwoord is.". Geheel in de lijn van wat je van een bedrijf als Intel zou verwachten is het fundamenteel Exascale-project DEEP (voor Dynamical Exascale Entry Platform). Het aantal 'cores' per systeem loopt snel op, maar voor systemen in de 'exaflops'-klasse wordt dat al snel een kwestie van miljoenen verwerkingskernen. Met navenante problemen inzake interconnecties tussen de processoren, evenals het programmeren van efficiënte toepassingen, en dat met een 'deadline' rond 2018-2020 wanneer de eerste exaflops-systemen worden verwacht. Het DEEP-systeem rekent voor dat succes op onder meer een opsplitsing van het systeem in een DEEP Cluster deel, met 'gewone' compute-nodes, naast een tweede deel - de DEEP Booster - waarin gebruik wordt gemaakt van grote aantallen van snelle cores in MIC-gesteunde systemen (Many Integrated Core). Softwarematig wordt er gewerkt aan de OmpSs compiler en taakverdeler, die relevante delen van de code vanuit het cluster deel naar de booster stuurt. Intel stelt uitdrukkelijk dat het systeem zelf de applicatiecode interpreteert en maximaal parallelliseert, zodat de ontwikkelaar zich hier geen zorgen moet om maken. De code zal gewoonweg, door middel van een aangepaste runtime, maximaal gebruik maken van de resources die het betrokken systeem biedt. Wel wordt het overzetten van software naar de specifieke architectuur van DEEP bestudeerd aan de hand van een zestal pilootapplicaties. Zo wordt aan de KULeuven een toepassing rond 'space weather simulation' omgezet. Intel mag dan wel bekend staan als producent van processoren, de research van het bedrijf omvat ook heel wat sociale wetenschappen. Wat als je een groep van foto's op eender welke muur of oppervlak afbeeldt, en vervolgens de toeschouwers door middel van een 3D-bewegingsinterface laat interageren met, of beter nog, laat reageren op die foto's. Dat is het onderwerp van het 'Display without boundaries'-project. Dit experiment waaraan zowel grafische experten als klinische psychologen deelnemen, beoogt meer inzicht te bieden in de context van die beelden, hoe mensen er op reageren. Het is in ieder geval beter en rijker dan gewoon een 'duimpje omhoog, omlaag', klinkt het.