Op 14 oktober trekt België naar de stembus om gemeente- en provinciebesturen te kiezen. Technologie is een thema dat in de debatten daarrond relatief weinig aan bod komt, maar dat is onterecht. Lokale overheden spelen wel degelijk een erg belangrijke rol in technologie-ontwikkeling en het ondersteunen van innovatie, op gebieden zoals smart cities, smart mobility en Internet of Things (IoT). Daarom kijken we in de aanloop van de verkiezingen naar hoe lokale overheden technologie beïnvloeden, wat de belangrijkste controverses zijn en waar u dus op moet letten wanneer u uw stem uitbrengt.

Ook lokaal is tech belangrijk

Het lokale niveau associëren we misschien minder met technologie, maar niets is minder waar. "Lokale besturen hebben een belangrijke rol te spelen in adoptiebeslissingen rond technologie, zeker in een stedelijke omgeving", vertelt Bas Baccarne, onderzoeker aan de UGent gespecialiseerd in onder andere smart cities.

"Lokale overheden zijn ontzettend belangrijk om de uitrol van innovatieve technologie in onze maatschappij te versnellen", beaamt Mieck Vos, algemeen directeur van het VVSG, de koepelorganisatie van steden en gemeenten in Vlaanderen. "Technologie is pas nuttig als het op brede schaal uitgerold wordt en vertrekt vanuit de behoeften van de burgers. Als lokale overheden staan we dicht bij de burger en zijn we hier dus erg geschikt voor."

Steden én gemeenten

Veel van de grote technologieprojecten komen uit de grote steden, bijvoorbeeld uit Antwerpen. Maar dat betekent niet dat zij de enige spelers zijn: ook kleinere besturen beginnen steeds meer technologie in hun beleid te verwerken.

"Het gaat niet enkel over de grote spelers met de grote budgetten", stelt Mieck Vos. "Vandaag zijn ook kleinere steden voorlopers op het gebied van technologie, denk aan Kortrijk, Knokke-Heist of Sint-Truiden die allemaal erg actief zijn op het gebied van smart cities."

Smart cities

Veel van het technologiebeleid van steden en gemeenten valt vandaag onder dat concept 'smart cities', een notoir slecht afgelijnde term die doorgaans verwijst naar hoe informatietechnologie steden beter kan doen werken. Typische smart city-projecten zetten bijvoorbeeld sensoren in om stedelijke diensten te verbeteren of bieden gratis wifi aan op openbare plaatsen.

Heel veel innovatie komt van derde partijen omdat overheden soms iets trager zijn

Volgens Bas Baccarne is het wel belangrijk voor lokale besturen die aan een smart city-beleid denken om zich niet te veel door technologie te laten leiden. "De kritiek hier is dat het om een technologie-push gaat van grote bedrijven zoals Cisco, die met klaargestoomde softwarepakketten naar steden stappen. En waar de burger vooral als klant wordt gezien, en niet als co-creator", stelt hij. "We zien vandaag wel een verschuiving in sommige steden naar een human-centered perspectief, waar er meer aandacht gaat naar participatie. Denk aan hackathons, participatieplatformen en open data. Hier is de technologie een mediator en geen doel op zich."

Qua smart city visie speelt hier ook de afweging tussen het beleid van Antwerpen en Gent, twee steden met een andere politieke kleuren die ook andere klemtonen leggen. Antwerpen noemt zichzelf hier een City of Things, met een sterke rol voor bedrijven en start-ups, terwijl Gent dat doet onder de noemer van City of People, een sterkere nadruk legt op de sociale impact.

Privacy

Een belangrijke controverse rond smart cities is hoe besturen omgaan met data. Al die sensoren en online diensten verzamelen enorm veel gegevens, wat discussies rond privacy opwekt. "Privacy en e-inclusie zijn belangrijke argumenten om de implementatie van technologie tegen de houden", beaamt Baccarne. "Reden te meer dus om burgers bij technologieontwikkeling te betrekken."

Eddy Van Der Stock, voorzitter van V-ICT-OR, die lokale besturen met het gebruik van informatietechnologie ondersteunt, is het daarmee eens. "Smart cities en privacy sluiten elkaar niet uit. Maar hoe slimmer een overheid wordt, en hoe meer data we capteren en aan elkaar gaan linken, hoe groter het gevaar voor datalekken."

Dat werd in september nog duidelijk toen bleek dat de persoonsgegevens van enkele duizenden personen die een formulier invulden om met de auto naar Antwerpen te kunnen, onbeveiligd online stonden.

"Lokale besturen hebben nu eenmaal heel wat gevoelige persoonsgegevens"

Maar zelfs zonder smart city-beleid is privacy belangrijk voor het lokale niveau. "Lokale besturen hebben nu eenmaal heel wat gevoelige persoonsgegevens. Naast de big data uit sensoren en dergelijke, gaat het hier vooral over sociale, juridische, medische of familiale informatie", vertelt Van Der Stock.

De implementatie van GDPR heeft zo ook een sterke invloed op lokale besturen. "Voor de komst van GDPR voldeed een voorzichtige 40 procent van de besturen aan de privacyrichtlijnen", getuigt Van Der Stock "Met GDPR is er een stok gekomen in de vorm van de boetes, en neemt het echt wel een sterke vaart. We gaan in de komende maanden een meting doen, maar het gaat snel vooruit. Zoals in de private sector blijft het wel een aandachtspunt."

Uitwisselen voor impact

Een technologiebeleid op lokaal niveau zou trouwens ook helemaal niet lokaal mogen blijven. Uitwisseling van kennis blijkt onontbeerlijk te zijn. "Als je één persoon hebt binnen een gemeente die een nood ziet voor informatietechnologie, dan moet je die in contact kunnen brengen met anderen die er ook mee bezig zijn", vertelt Mieck Vos van VVSG. "Zo haal je hen uit hun isolatie en doe je aan kennisdelen."

Ook een betere samenwerking tussen verschillende steden en gemeenten zal erg belangrijk zijn, net om versnippering tegen te gaan. "Je kan bijvoorbeeld een toepassing bouwen die met nummerplaatherkenning parkeren versnelt, omdat je geen ticketjes meer moet halen. Maar dat is pas interessant als het door heel veel lokale besturen wordt gedaan, want alleen door iets heel breed uit te rollen krijg je veel impact", stelt Vos.

Experimenteren buiten de stad

Veel innovatie voor dit soort technologie gebeurt trouwens niet door de besturen zelf, maar via private bedrijven en start-ups. Lokale participatieplatformen zoals Citizenlab en Hoplr proberen bijvoorbeeld burgers beter te betrekken in het lokale beleid of hen er beter over te informeren. En ook als het aankomt op smart mobility komt de meeste innovatie van start-ups: denk maar aan de deelauto's van bijvoorbeeld Poppy in Antwerpen of de elektrische deelfietsen van Billy in Brussel.

"Het is ook interessant om te kijken wat er in een private context gebeurt", vertelt Bas Baccarne. "Heel veel innovatie komt van derde partijen omdat overheden soms iets trager zijn, denk aan participatieplatformen of deelplatformen voor fietsen en auto's."

"Ik denk dat we moeten durven experimenteren"

Een belangrijke rol is dus weggelegd voor steden in het scheppen van een kader waarin dat soort experimenten kan ontstaan. Ook via aankopen kunnen steden en gemeenten start-ups ondersteunen, maar dan op een manier dat aanbestedingen start-up-vriendelijk zijn.

"Ik denk dat we moeten durven experimenteren", stelt Baccarne. "Bijvoorbeeld door aanvankelijk niet al te streng te staan tegenover privacyregels voor nieuwe initiatieven. En later kan daar dan debat over komen. Op Vlaamse niveau is er nu een voorstel gelanceerd om regelluwe zones te introduceren, om binnen bepaalde grenzen flexibeler met wetgeving te werken, net om innovatie toe te staan."

Genoeg voer dus voor de komende verkiezingen. Voorlopig was technologie nog geen groot politiek thema, maar het staat vast dat het belang van informatietechnologie zal blijven groeien op lokaal niveau.

"Algemeen denk ik dat ICT veel te weinig aan bod komt", besluit Van Der Stock van V-ICT-OR. "Als we het hebben over verkeersveiligheid, meer groen en milieu, dan vergeten mensen al te vaak dat je daar ook technologie voor kan inschakelen, en dat het vooral de verwerking is van heel wat informatie. Maar ik denk dat het een belangrijker thema zal worden tijdens de volgende legislatuur."

Citizenlab

Citizenlab is een Brusselse start-up die participatieplatformen bouwt voor overheden. Daarop kunnen burgers voorstellen doen, feedback geven op lokaal beleid, met elkaar praten en elkaars voorstellen omhoog stemmen. Citizenlab wordt vandaag door meer dan 65 gemeenten gebruikt, en de start-up erachter haalde tot nu toe al meer dan ? 500.000 euro in durfkapitaal op.

IoT in Knokke-Heist

De kustgemeente Knokke-Heist voert al enkele jaren een actief technologiebeleid. Eind 2017 lanceerden ze zo een IoT-pilootproject, waarbij in samenwerking met partners zoals Engie M2M en Aptus, 66 sensoren werden geïnstalleerd in de gemeente. Die sensoren meten onder andere geluids-en luchtkwaliteitsdata, verkeersgevens en hoe vol vuilnisbakken zitten. Die gegevens worden in één dashboard in het gemeentehuis verenigd, wat snelle beslissingen toelaat.

Smart mobility in Namen

Als onderdeel van een bredere hervorming van het openbaar vervoer van Namen, besloot het stadsbestuur om ook slimme elementen toe te voegen aan hun transportnetwerk. Zo houden sensoren en camera's de belangrijkste verkeersassen in de gaten, en worden deze gegevens aangevuld met partnerdata en gecentraliseerd in één locatie. Dat maakt snellere beslissingen mogelijk, en geeft betere informatie aan reizigers.

Dit project kreeg al de steun van het Europees Agentschap voor Regionale Ontwikkeling, en het stadsbestuur stelt ook alle gegevens als open data beschikbaar.

City of People in de Gentse zorg

De Stad Gent startte binnen haar City of People-programma begin 2018 een project rond de vermaatschappelijking van de zorg. Dat project speelt vooral in op de vergrijzing en de toenemende zorgvraag die daarbij komt kijken. Het project wil via technologie zorgnoden invullen, bijvoorbeeld door buren, vrienden en familie in te schakelen waar dat mogelijk is. Kenmerkend kijkt de Stad Gent hier deels naar technologie, maar sluiten ze ook het inzetten van niet-technologische oplossingen niet uit.