Nu vooral bekend als groene goeroe presenteerde Al Gore zich in de aanloop van de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2004 als 'the technology candidate'. En ook bij de komende presidentsverkiezingen lijkt één kandidaat het onderwerp 'technologie' aan te grijpen om zich inhoudelijk te differentiëren tussen de vele verkiezingsbeloftes. Een snelle steekproef op de verschillende campagnewebsites leert immers dat de democraat Barack Obama veruit de meest uitgewerkte ideeën heeft rond het belang en gebruik van technologie voor en door het beleid.
...

Nu vooral bekend als groene goeroe presenteerde Al Gore zich in de aanloop van de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2004 als 'the technology candidate'. En ook bij de komende presidentsverkiezingen lijkt één kandidaat het onderwerp 'technologie' aan te grijpen om zich inhoudelijk te differentiëren tussen de vele verkiezingsbeloftes. Een snelle steekproef op de verschillende campagnewebsites leert immers dat de democraat Barack Obama veruit de meest uitgewerkte ideeën heeft rond het belang en gebruik van technologie voor en door het beleid. Een van de meest opmerkelijke plannen behelst de aanstelling van een 'chief technology officer' (cto). Die zal onder meer moeten instaan voor technologiekeuze en netwerkbeveiliging bij de overheid, het toegankelijk maken van overheidsdocumenten en de technologische interoperabiliteit van de belangrijkste overheidsdiensten. De democraat vindt voorts dat het land "the finest and most modern communications infrastructure in the world" verdient. Hij hamert daarom op meer breedbandnetwerken van de nieuwe generatie, met onder meer een herdefiniëring van het woord 'breedband', "momenteel vastgelegd op een verbijsterend trage 200 kbps". Erg gevoelige Amerikaanse kwesties roert Obama aan met de gezondheidszorg, het klimaat en het onderwijs. Ook daar ziet hij technologie wonderen doen. Hij hoopt dat investeringen in een e-healthsysteem de kosten van de gezondheidszorg doen dalen en investeringen in biotechnologie het klimaat weer in de plooi krijgen. Stimuleren van wiskunde- en wetenschapsonderwijs moet daarvoor de nodige brains aanleveren. Obama breekt meermaals een lans voor 'openheid', onder meer van het internet. Netwerkneutraliteit is essentieel, klinkt het. Providers zouden deze of gene website of webapplicatie dus niet mogen bevoordelen ten opzichte van een andere. Die openheid mag evenwel geen excuus zijn om de privacy aan te tasten, bijvoorbeeld in de strijd tegen terrorisme. Openheid klinkt ook door in het gebruik van technologie om de overheid dichter bij de burger te brengen: overheidsdata die beschikbaar worden in "universeel beschikbare formaten" (hoorden we daar bijna het woord open source vallen?), live feeds van debatten op het internet, mogelijkheid tot burgercommentaar op wetgeving vóór ze wordt gestemd, het gebruik van blogs, wiki's en social networks om beleidsbeslissingen te duiden, en dies meer. Bovenstaande internetideeën mogen dan wel stokpaardjes van Obama zijn, ze zijn nu al emblematisch voor de hele verkiezingscampagne. Zowat alle kandidaten zijn slaaf van het internet geworden, een medium dat nu zelfs de macht blijkt te hebben om onbenullige kandidaten 'in the picture' te katapulteren en ronkende namen te kraken (zie kader). De voorbeelden zijn legio, maar de libertarische Republikein Ron Paul (72) steekt er bovenuit. De Texaan werd in polls amper 2 procent van de republikeinse stemmen toegedicht, maar lijkt de absolute favoriet van de internaut. Dat werd al duidelijk in de zomer van 2007, toen Ron Paul de meest gezochte zoekterm op blogsite Technorati was, vóór toppers als 'iPhone' of 'Paris Hilton', en op Digg. com meer vermeldingen haalde dan de volgende vier meest populaire presidentskandidaten samen. Er bestaat vandaag zelfs een Belgische weblog die Ron Paul steunt. Een duidelijke verklaring voor zijn internetsucces is er niet, al suggereren de meesten commentatoren dat de combinatie van zijn opvallende oppositie tegen de oorlog in Irak, zijn libertarische eisen voor minder staat en dus ook een ongereguleerd internet een belangrijke rol spelen. "A political equalizer" definieerde Paul het internet ooit in een interview. "Het geeft mensen die geen 30 miljoen dollar bezitten echt een kans." Die woorden galmden nog na toen de roem van Ron Paul begin november een nieuw hoogtepunt bereikte. Toen bleek dat hij op 24 u. tijd ruim 4,3 miljoen dollar campagnefinanciering had binnengehaald via het internet, een absoluut record. Het hoeft geen betoog dat analisten sindsdien resoluut wijzen op het wapen 'technologie' in de verkiezingsstrijd. De Republikeinen maken bij de zoektocht naar kiezers intensief gebruik van zogenaamde 'microtargeting consumer data' om medestanders te identificeren, aan te spreken en naar de polls te krijgen. Blogs worden intensief ingezet om negatieve berichtgeving van tv-netwerken te bestrijden. Barack Obama werkte samen met CNN en YouTube, en liet zo het grote publiek via zelfgemaakte video's vragen stellen aan de Democraat. Zijn voorbeeld werd gevolgd door de Republikeinen Rudy Giuliani en Mitt Romney. Obama stuurde in september een vraag over het economische beleid van zijn land naar de 13 miljoen leden van LinkedIn. Zowat alle kandidaten zijn ook aanwezig op MySpace, maar Obama, Hillary Clinton en Ron Paul hebben er veruit de meeste 'vrienden'. Alle waarnemers kijken reikhalzend uit naar de voorverkiezingen. Want in welke mate internetinteresse zich zal vertalen in stemmen, is nog een raadsel. Stefan Grommen