Pierre Verbaeten glundert wanneer we hem een bezoekje brengen aan de faculteit computerwetenschappen van de KULeuven. Bouwvakkers en werklui leggen in hoog tempo de laatste hand aan een grootscheepse renovatie van de afdeling. "Tegen de opendeurdagen kunnen we geïnteresseerden in een opgefriste en hypermoderne omgeving ontvangen", aldus de professor.
...

Pierre Verbaeten glundert wanneer we hem een bezoekje brengen aan de faculteit computerwetenschappen van de KULeuven. Bouwvakkers en werklui leggen in hoog tempo de laatste hand aan een grootscheepse renovatie van de afdeling. "Tegen de opendeurdagen kunnen we geïnteresseerden in een opgefriste en hypermoderne omgeving ontvangen", aldus de professor. Verbaeten is altijd erg begaan geweest met het lot van zijn faculteit. Zo is één van de grote verwezenlijkingen die hij op zijn conto mag schrijven, de opstart van Ubizen in 1995. De adviesfirma, die later opging in Verizon, was een prachtig uithangbord voor de afdeling. "Het deed de studenten burgerlijk ingenieur kiezen voor de richting computerwetenschappen", mijmert de mentor. Maar de naam Pierre Verbaeten doet vooral een ander belletje rinkelen. Hij had jarenlang de eindverantwoordelijkheid over de toekenning van .be domeinnamen op het internet. Keren we even terug naar het einde van de jaren '80, begin van de jaren '90. Een tijd waarin enkele pioniers aan universiteiten en onderzoeksinstellingen alle netwerkverkeer controleerden. "Voor er sprake was van het internet gebruikten we primitieve seriële lijnen tussen computers om e-mail uit te wisselen", vertelt de professor. "Tot er op een bepaald moment twee 'echte' netwerken beschikbaar werden in Vlaanderen. Enerzijds had je Earn, het European Academic Research Network dat werkte met protocollen van IBM, en anderzijds was er Eunet, het European Unix Network, waarbij men elkaar zelfs nog diende op te bellen." Begin jaren '90 werd Verbaeten gecontacteerd door beide spelers, met de vraag of hij de uitbouw van een Belgische internet-regio wilde coördineren. "Ik werd blijkbaar neutraal en onafhankelijk genoeg geacht om me van de taak te kwijten", lacht de zestiger. "En voor alle duidelijkheid: de job was onbezoldigd." Het mag een understatement heten dat niet iedere aanvraag de eindmeet haalde. "Een bedrijf dat bijvoorbeeld belgianchocolates. be als domeinnaam koos, werd categoriek geweigerd. Dat klonk te algemeen", oppert Verbaeten. "Tenzij de onderneming in kwestie kon aantonen dat de naam officieel geregistreerd was en als vennootschapsnaam werd gebruikt. Zo kwam het Antwerpse Lloyd met het voorstel op de proppen om de domeinnaam portofantwerp te gebruiken, en aanvankelijk weigerde ik. Tot ik te weten kwam dat het een geregistreerde naam betrof die Lloyd al jaren gebruikte. Uiteindelijk gaf ik dan toch toe." Aanvankelijk aanvaardde Verbaeten ook geen aanvragen van individuen of verenigingen. "Die maatregel was onder meer een doorn in het oog van heel wat politici die graag hun familienaam met .be extensie lieten registreren", herinnert de professor zich. "Zij moesten dan noodgedwongen hun toevlucht nemen tot de .com en .org hoofddomeinen." De man geeft ruiterlijk toe dat hij gewoon geen tijd had om domeinnamen van privé-personen te registreren. "Maar de regels waren duidelijk vastgelegd in overeenkomsten met de service providers van toen. Ik had misschien wel wat macht, en het gebeurde wel eens dat telefoongesprekken ontaardden in scheldpartijen, maar ik kon me zeker geen in willekeur permitteren. Bovendien moesten we in de beginfase sowieso erg voorzichtig zijn, opdat alle interessante namen niet zomaar weggekaapt zouden worden. Wist je trouwens dat er nog Europese landen zijn die pas recent de toekenning van domeinnamen geliberaliseerd hebben?" Aanvankelijk viel de toekenning en het beheer van domeinnamen nog gemakkelijk te combineren met academische en onderzoeksactiviteiten. Maar naar de eeuwwende toe had Verbaeten er naar eigen zeggen genoeg van. "Vanaf de jaren '98, '99 werd de situatie gewoon onhoudbaar. In 1994 waren er maar 129. be domeinnamen, maar in 1999 waren er dat al 14.000. Toen wisten we wel zeker dat er iets moest gebeuren." Op twee februari 1999 werd de taak van Verbaeten overgedragen aan dns. be, een vzw opgericht door ISPA (de federatie van de internetproviders), Beltug en Agoria. Het BIPT fungeerde als waarnemer. "Sindsdien houdt een grote groep mensen zich bezig met het discussiëren over de regelgeving en de toekenning van domeinnamen. Binnen dns zit bijvoorbeeld ook een vertegenwoordiger van het BIPT. Als je de wetgeving heel strikt zou toepassen, zijn zij het eigenlijk die verantwoordelijk zijn voor nummeringsschema's in publieke netwerken. Dit gezegd zijnde, denk ik dat dns tot op vandaag een erg goede verstandhouding heeft met het BIPT. Ze laten ons dan ook rustig verderwerken." Nochtans zijn er bij de lancering van dns dingen gebeurd die niet door de beugel konden. "Uiteraard werden er door de liberalisering namen weggekaapt die in feite toebehoorden aan anderen. Maar men heeft toen toch ook een 'alternative dispute resolution' (ADR) procedure in het leven geroepen, waar je met klachten terecht kon. Als een merkhouder bij een kaping meteen naar de organisatie stapt, zou hij ook meteen gelijk krijgen. En die uitspraken zijn bindend." Na een turbulente opstart begon dns goed te draaien. Dat werd ook in het buitenland opgemerkt. In die mate zelfs dat, toen dns (samen met de Zweedse en Italiaanse registry) een voorstel indiende om de. eu te beheren naar Belgisch model, het voorstel goedgekeurd werd door de Europese Commissie. Ook Verbaeten was betrokken bij de start van Eurid, is voorzitter van de raad van bestuur van de organisatie. "De krachtlijnen van het Belgische model, met een indirecte verkoop van domeinnamen via registrars naar de eindklanten, waren gewoon goed gekozen. Het model van dns is later in verschillenden landen overgenomen, niet alleen door Eurid. Leuk detail: vroeger zei ik steevast aan mijn studenten dat als je. eu gaat creëren, je landencodes zoals. be,. nl of. fr beter afschaft. En ik kan me voorstellen dat de registry's in die landen geen voorstander zijn van de domeinnaam. eu, omdat het in feite een concurrent is voor hen." In mei 1995 slaan vier studenten onder impuls van Verbaeten de handen in elkaar om een adviesbedrijf op te richten. "Onze onderzoeksgroep was toen al jaren op een wetenschappelijke wijze bezig op het net", aldus de professor, "en we hadden een flinke basis van cursusmateriaal en kennis opgebouwd, die het bedrijfsleven kon interesseren. Tijdens de opstartfase zette NetVision - het latere Ubizen - interessante onderzoeksprojecten op rond e-commerce, samen met het computerdepartement van de KULeuven. Daarnaast wierf het bedrijf tientallen burgerlijk ingenieurs aan die onder Verbaeten hun diploma haalden. De professor was van bij het prille begin bestuurder bij Ubizen. Zijn onderzoeksgroep investeerde ook 7000 euro in de opstart van het bedrijf. Of de overname van Ubizen door het Amerikaanse Verizon geen doorn in het oog was van de professor? Een smet op zijn blazoen? "Kijk, zelfs nu Ubizen onderdeel is van Verizon, wordt de software die wij vroeger ontwikkeld hebben nog volop gebruikt door het bedrijf. Er was hier know how aanwezig waarvan iedereen zegt dat het de absolute top was. In dat opzicht hebben we toch een heel mooi verhaal geschreven." "Maar wanneer er plots gigantische winsten moeten gemaakt worden, en de markt in elkaar stuikt.... (Verbaeten doelt op het barsten van de internetbubble). Ubizen heeft daar niet gepast op gereageerd. Het bedrijf heeft te zacht gereageerd, en te langzaam gesnoeid. Het was ook geen eenvoudige operatie." Overigens sloeg Verbaeten als internetwatcher van het eerste uur de bal ook wel eens mis. Zo voorspelde hij in 2000 dat televisie en pc tegen het einde van het decennium niet meer van elkaar te onderscheiden zouden zijn, met het internet als integrerende factor. Professor? "Is zekere zin is dat toch aan het gebeuren. Stuurt Belgacom trouwens geen televisiebeelden over het internet? Maar inderdaad, het gegeven dat je alle netwerken in huis met je televisie kan beheren, en dat alle apparaten met elkaar kunnen praten, is nog te ingewikkeld en nog niet voor morgen. Maar wel voor de dag erna (lacht)." z Frederik Tibau