De humanoïde vorm valt, zelfs onder de robots, op. De bekendste robots die we op dit moment hebben zien er min of meer menselijk uit. Denk daarbij aan de Peppers en Nao's van Softbank, of aan de Geminoid, de robotische dubbelganger van professor Ishiguro Hiroshi, baas van het Intelligent Robotics Laboratory aan de universiteit van Osaka. Die laatste androïde lijkt zelfs ontstellend veel op zijn maker, en heeft software aan boord om conversaties te voeren. "Geminoid is mijn tweelingbroer, " zegt hij daarover op het AND& festival in Leuven. "We gebruiken hem onder meer om mensen beter te begrijpen. Daarnaast is het ook handig om een kopie te hebben als je geen tijd of zin hebt om zelf presentaties te doen."

Het uiteindelijke doel van Ishiguro is om een 'companion robot' te maken, en daarbij is het uitzicht belangrijk, zegt hij: "Het menselijk brein is erop gericht een menselijk gezicht en een stem te herkennen. Je hebt geen handleiding nodig om met een humanoïde robot te interageren. Daarom is de ideale interface voor mensen een andere mens. "

Daarnaast is het ook gewoon praktisch, meldt Bram Vanderborght, Roboticaprofessor aan de VUB. "Onze omgeving is geoptimaliseerd voor humanoïden. Je stofzuigerrobot kan de trap niet op. Als we met humanoïde robots komen, is die aanpassing veel kleiner. Bij de volgende generatie robots zal de mens dan ook centraal staan."

Sociale robots

De fascinatie voor androïden heeft dus zijn praktische kanten, maar komt toch vooral vanuit een sociaal idee, zegt professor Tony Belpaeme, professor Cognitieve Systemen en Robotica aan de UGent en aan Plymouth University. "We hebben al heel veel functionele robots, " legt hij uit. "Denk aan de robotarmen die onze auto's bouwen in fabrieken, maar we hebben daarnaast graag humanoïde robots, omdat we daartegen willen praten. Je gaat niet tegen je robotmaaier praten, dat zou raar zijn. Maar als dat toestel een gezicht heeft, wordt het veel logischer. Dan kunnen die robots een deel worden van onze sociale wereld."

Je gaat niet tegen je robotmaaier praten, dat zou raar zijn. Maar als dat toestel een gezicht heeft, wordt het veel logischer.

Die robots moeten er dan vooral komen ter ondersteuning. Als tourgids bijvoorbeeld. "Over twee jaar komen de Olympische Spelen naar Japan", zegt Ishiguro. "We verwachten veel toeristen, maar Japanners spreken vaak geen Engels of Duits of Frans. Daar kunnen robots helpen."

De zorgrobot

Daarnaast hoopt hij dat ze kunnen helpen om de vergrijzing op te vangen. "In Japan hebben we een snel verouderende maatschappij. Wij weten dat we robots nodig gaan hebben om onze levenskwaliteit hoog te houden." Daarbij is het nog de vraag hoe ver een maatschappij daarin wil gaan. "Er is veel mogelijk, " zegt professor Vandenborght. "Je kan robots bijvoorbeeld inzetten in rusthuizen of ziekenhuizen. De vraag is of je dat wil. Om een luier te vervangen heb je heel wat behendigheid nodig. Een robot kan dat niet. Robots zijn goed voor bepaalde jobs, maar als maatschappij moeten wij beslissen welke dingen we door hen willen laten overnemen."

"Het is een ethische vraag, " zegt ook Belpaeme. "Wil je dat je dementerende moeder door robots wordt behandeld? Daar zijn geen makkelijke antwoorden op, zeker als jij zelf die beslissing moet nemen. Op dit moment willen we dat misschien niet, maar over tien twintig jaar is dat misschien normaal."

Voor Jeroen Van Godtsenhoven, managing director SAS Belux, loopt het waarschijnlijk zo'n vaart niet. "Het zal geen ja-nee-vraag worden, " zegt hij. "Als je moeder door robots verzorgd wordt, zal daar altijd wel een deel menselijk contact bij zijn, en een ander deel dat de robot voor zijn rekening neemt." Voor hem gaat het er vooral om hoe groot het deel van de robots wordt, en voor welke taken een 'echte' zorgverlener over de vloer komt.