Videoconferencing heeft een verleden, een loodzwaar verleden dat de term een negatief imago meegegeven heeft. De technologie kon vooral in de beginjaren niet voldoen aan de torenhoge verwachtingen, bleek te duur, zorgde niet echt voor meerwaarde en werd in veel gevallen dan ook bijna niet gebruikt.
...

Videoconferencing heeft een verleden, een loodzwaar verleden dat de term een negatief imago meegegeven heeft. De technologie kon vooral in de beginjaren niet voldoen aan de torenhoge verwachtingen, bleek te duur, zorgde niet echt voor meerwaarde en werd in veel gevallen dan ook bijna niet gebruikt. Maar de laatste jaren en vooral sinds de komst van telepresence is het tij aan het keren. Telepresence is een vorm van high-end videoconferencing, waarbij gewerkt wordt met beelden in hoge definitie, hoogwaardig surround-geluid met verschillende microfoons, en grote schermen. De bedoeling is om de hele videoconferentie-ervaring zo natuurgetrouw mogelijk te maken, zodat het lijkt alsof de personen aan de andere kant van het scherm toch gewoon in dezelfde kamer zitten. Wie telepresence zegt, denkt allicht meteen aan Cisco, maar de technologie is al lang niet meer het alleenrecht van het Amerikaanse netwerkbedrijf. Ook Tandberg en Polycom zijn belangrijke leveranciers van dergelijke apparatuur geworden. Zelfs de Chinezen van Huawei hebben onlangs nog een eigen telepresence-systeem voorgesteld. Zowat alle analisten en kenners zijn het er over eens dat telepresence (en bij uitbreiding ook de goedkopere 'standaard' videoconferencing-systemen) dit jaar en de komende jaren erg hoge ogen zal gooien. De hoofdreden is dat het investeringsrendement veel beter en makkelijker te berekenen valt dan vroeger. Dat beseffen de fabrikanten maar al te goed: heel wat onder hen zoals Tandberg en Polycom hebben ondertussen zelfs een heuse 'roi-calculator' op hun website geplaatst. Bovendien is videoconferencing ook groene technologie: minder of geen vliegtuigreizen meer, minder autoverplaatsingen en dus heel wat minder CO2-emissie op rekening van het bedrijf. Stuk voor stuk harde voordelen, die in crisistijd uiteraard tot de verbeelding spreken van menig bedrijfsleider of cio. De keerzijde van de medaille is dat telepresence-systemen nog steeds peperduur blijven. En peperduur slaat in crisistijd dan weer als een tang op een varken. "Enerzijds is er bij bedrijven steeds meer interesse, maar anderzijds kunnen of mogen ze alsmaar minder uitgeven. Gelukkig zijn de prijzen van de hardware de laatste twee jaar wel gedaald", vat Andrew Campbell de situatie samen. De man is Halo business manager Noord-Europa bij HP. HP is vanuit een R&D-samenwerkingsverband met Tandberg als het ware in de telepresence-markt gerold. De Halo-gateway werd bijvoorbeeld samen met Tandberg gebouwd. Beide partijen hebben ondertussen al een vrij hechte relatie en het ziet ernaar uit dat die samenwerking nog zal intensiveren. "Wij zien video als een essentieel onderdeel van unified communications (UC). Via UC kan de productiviteit uiteindelijk flink worden verhoogd. Voor ons is UC een reden om meer met Tandberg te gaan doen", zegt Andrew Campbell. HP verkoopt Halo niet meer als een product, maar altijd als een managed service. Dat wil zeggen dat naast de 'endpoints' (zeg maar de eigenlijke telepresence-hardware), ook in het netwerk voorzien wordt, en dat er een compleet dienstenpakket bovenop komt. Het meest tot de verbeelding spreekt de 'concièrgedienst' (zoals onder meer ook Cisco die heeft). In het geval van onverhoopte technische problemen - een van de partijen krijgt bijvoorbeeld geen beeld of geluid - kun je dan via een druk op de knop bijstand vragen. "Die mensen werken in onze locatie in Puerto Rico, en kunnen van daaruit perfect interveniëren en de problemen oplossen", voegt Andrew Campbell daar nog aan toe. HP haalt vooral klanten in de financiële sector en in productiebedrijven. Shell en Nokia Siemens Networks zijn enkele van de belangrijke referenties. "Je kan gerust stellen dat de telepresence-markt ondertussen volwassen geworden is. De technologie staat er, de business case is makkelijk te maken en het investeringsrendement vlot te berekenen", aldus nog An-drew Campbell. Bij Easynet horen we een soortgelijk verhaal, maar Bart Verhaert, principal solutions consultant, wil zijn bedrijf nog een stapje verder differentiëren: "Wij zijn een managed service provider en wij willen videoconferencing ook echt volledig op die manier positioneren. Als onze concullega's het hebben over managed services, reikt dat meestal niet verder dan installatie, herstelling en onderhoud. Bij ons wordt videoconferencing 'in the cloud' ondergebracht." Zo'n 'videoconferencing-as-a-service' model moet virtuele meetings toelaten waarbij niet alleen telepresence-technologie gebruikt wordt. "Zo kun je bijvoorbeeld even goed indien nodig snel nog een thuiswerker met een eenvoudige webcam aan een videoconferentie toevoegen", zegt Bart Verhaert die videoconferencing toch niet onder unified communications wil catalogiseren. "UC is meer een geïntegreerde voicemail, terwijl we videoconferencing vooral zien als een middel tot betere samenwerking". Daarmee lijkt Easynet vooral de kaart van 'collaboration' te willen trekken. "In veel bedrijven mag er niet meer gevlogen worden. Het beperken van reiskosten is mees-tal dan ook de initiator. Maar al snel volgt doorgaans het collaboratieve aspect met een verhoogde productiviteit tot gevolg." Bart Verhaert erkent overigens dat de term videoconferencing in het verleden een negatieve bijklank gekregen heeft en daardoor echt niet graag meer gebruikt wordt. "Wij hebben het over managed video meetings". Elke videoconferentie wordt er volledig volgens het service-model opgezet. Dat wil zeggen dat de systemen voor elke sessie geconfigureerd worden door medewerkers van het network operating center (NOC). Easynet heeft een partnership lopen met Polycom voor de volledige oplossingen, maar via partners wordt evengoed ook hardware ingezet van Tandberg en Cisco. Ook bij Easynet klinkt het dat de interesse bij de bedrijven sterk toegenomen is en dat er ook een forse groei te noteren valt. "Globaal is de markt er dit jaar met ongeveer 20 procent op vooruitgegaan. Op 12 tot 18 maanden tijd hebben we het service-gedeelte van onze videoconferencing zien verdubbelen", aldus Bart Verhaert. Heel wat vragen van klanten gaan overigens niét over het toevoegen van extra endpoints maar wel over het verhogen van de bezetting van de bestaande videoconferencing-installaties. "Daarvoor schakelen wij het NOC in. Videoconferenties boek je als gebruiker dan heel eenvoudig via Outlook, en meer is er echt niet aan."Kristof Van der Stadt