Bruggen bouwen tussen burgers, overheden en bedrijven, data helpen stromen als water uit de kraan, de weg plaveien voor een digitale versnelling: aan vergelijkingen geen gebrek. Maar bent u nog helemaal mee met de plannen van het Vlaams Datanutsbedrijf? Data News trof transitiemanager Björn De Vidts op de Trefdag van Digitaal Vlaanderen en legde hem 7 concrete vragen voor.

Waarom hebben we dat Vlaams Datanutsbedrijf nodig?

BJORN DE VIDTS: Het Vlaams Datanutsbedrijf wordt een facilitator en accelerator van de Vlaamse datatech. We zijn geen retailer, we zijn geen nutsbedrijf of een andere belanghebbende commerciële speler. We zijn een overheidsbedrijf dat een ecosysteem wil uitbouwen rond het delen van data. Wij zijn de neutrale derde partij die een gelijk speelveld creëert. We denken in de eerste plaats aan de belangen van de burger - privacy, transparantie, veiligheid - maar het initiatief zal uiteindelijk ook de privé-sector ten goede komen die datadiensten naar een eindklant brengt. Belangrijk is dat we vertrekken vanuit een strategie van ecosystemen rond technologiepartners, business partners en kennisinstellingen. We maken met het Vlaams Datanutsbedrijf dus de switch van het digitaliseren van de overheid naar het digitaal transformeren van de samenleving.

Hoe gaat dat concreet gebeuren?

DE VIDTS: We willen dat je als burger zelf controle behoudt over jouw data, en transparant en makkelijk kan kiezen welke gegevens je deelt met welke organisatie en voor welke periode. We werken daarom met persoonlijke datakluizen ('pods' op basis van Solid-technologie van Sir Tim Berners-Lee, de grondlegger van het World Wide Web, nvdr.). We werken hiervoor ook samen met kennisinstellingen zoals Universiteit Gent en imec. Uiteindelijk gaat de burger zo meer kunnen bereiken zonder dat hij of zij ook meer data deelt.

Hoe gaan jullie burgers en bedrijven overtuigen?

DE VIDTS: We willen de kluis niet als doel op zich naar de burger brengen, en niet als een pure technologische nieuwigheid. Maar we willen dat inpassen in de strategie van onze partners om hun eindgebruikers - de burgers dus - nieuwe innovatiegedreven diensten te kunnen aanbieden. Want een burger zoekt in de eerste plaats gemak en comfort, die wil dat zaken sneller en efficiënter kunnen.

Het Vlaamse Datanutsbedrijf zal altijd in handen van de overheid blijven

Moest privacy dan niet hét argument worden om burgers te lokken?

DE VIDTS: Volgens ons is privacy niet zozeer wat de burger eerst verwacht. Privacy is een keuze die je aan de burger zelf moet laten: deel ik mijn data of doe ik dat niet? Van zodra ik data deel verwacht ik wel dat mijn beslissing om ze te delen met een vertrouwde partij ook wordt nageleefd en dat er controle op is. En dat ik de goedkeuring op elk moment kan intrekken, waarbij ik niet door een bos van DPO's op zoek moet naar wie dat kan doen. Dus die verwerkingsverantwoordelijke en het afdwingen van je rechten, ook dat luik wil het datanutsbedrijf faciliteren. Daar ontlasten we dan de Gegevensbeschermingsautoriteit die nu nog veel van die vragen te verwerken krijgt. Een burger zal via Mijn Burgerprofiel niet alleen de pods (de datakluizen, nvdr.) kunnen benaderen, maar ook makkelijk de verwerkingsverantwoordelijke kunnen contacteren. Dat is een groot voordeel voor de burger, want probeer vandaag maar eens snel een dataverantwoordelijke te vinden. Vanuit onze positie als neutrale derde partij willen we ook een hefboomeffect nastreven. Wie met ons wil samenwerken, wie gebruik wil maken van de voordelen van datagedreven ecosystemen, zal ook zijn commitment moeten geven om de burger ten allen tijde op een correcte manier te woord staan als het gaat over de uitoefening van GDPR-rechten.

Hoe ziet de timing er precies uit? Vanaf wanneer gaan burgers en bedrijven zichtbare voordelen zien?

DE VIDTS: Het dossier ligt nu bij het parlement, met bespreking in de commissie en uiteindelijk de stemming. Maar eind november willen we toch landen, al hebben we natuurlijk weinig controle over dit politieke proces. Onze ambitie is om de finale oprichting rond te krijgen voor het einde van het jaar. Maar we hebben de operationele oprichting niet afgewacht en hebben ondertussen al acht partnerships. Enkelen zijn al bekend, zoals Doccle en de case met Randstad. Die laatste is het eerste uitzendbedrijf dat de datakluis zal gebruiken. Onze verwachting is dat we het Solid-kluizenplatform dit najaar operationeel krijgen. Technisch is dat al zo goed als klaar, maar juridisch zijn we er nog niet helemaal. Dat neemt meer tijd in beslag dan eerst gedacht, maar is strategisch ook zeer belangrijk willen we effectief slagkracht hebben.

Andere cases die de burger snel zal merken zijn bijvoorbeeld de sociale toeslag binnen het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag, nvdr.), de paperassen rond een verhuis, de woningpas waarbij we data delen tussen aannemers en architecten en het vastgoedplatform. Dat wordt echt een datasnelweg die vastgoed met de publieke sector verbindt. De doorlooptijd van authentieke akten willen we zo naar de eerstvolgende werkdag brengen. Die doelstelling willen we binnen vijf jaar halen voor alle akten.

Twee jaar geleden zei minister-president Jan Jambon dat de controle uiteindelijk in privéhanden moet komen. Tegen wanneer?

DE VIDTS: Nooit. Het is ondertussen in een decreet verankerd dat de meerderheid van de aandelen sowieso bij de overheid blijven. Maar wat ik wél zie gebeuren is dat sommige cases 'verzelfstandigd' worden in dochterbedrijven. En op het niveau van zo'n dochter - bijvoorbeeld rond vastgoed - kan het wel dat een partner van het Vlaams Datanutsbedrijf daarin de controle verwerft als dat zinvol is. Het faciliteert ook de financiering van bepaalde projecten vanuit de sector zelf. Kijk, ik denk dat we twee dynamieken gaan zien: enerzijds een verzelfstandiging en privatisering van dochters in aparte bedrijven, anderzijds ook op het niveau van de moedervennootschap waar we op een maatschappelijke doelstelling zien. Maar de overheid, die zal altijd de meerderheid blijven behouden.

Kan het Vlaams Datanutsbedrijf nog links en rechts ingehaald worden?

DE VIDTS: Het risico is er zeker dat een privé-initiatief ons inhaalt. Voor ons is het dan ook uitermate belangrijk dat we de burgers overtuigen dat hun data bij ons in veilige handen zijn en dat ze ons kunnen vertrouwen als derde, neutrale partij. De uitdaging voor ons zal ook zijn om te bepalen wie onze betrouwbare partners voor de middellange termijn kunnen zijn. Voor lokale Belgische bedrijven valt dat vraagstuk nog mee, voor Europese is dat al wat uitdagender maar nog verder internationaal wordt het al snel lastig. Aan de andere kant wil ik er toch nog eens op wijzen dat we nu in een perfecte storm zitten, waarbij alle krachten in dezelfde richting gaan: kennisinstellingen, de overheid, de privé-sector maar ook de politiek. Het zogeheten window of opportunity staat open: tijd nu om het snel te kapitaliseren.

Bruggen bouwen tussen burgers, overheden en bedrijven, data helpen stromen als water uit de kraan, de weg plaveien voor een digitale versnelling: aan vergelijkingen geen gebrek. Maar bent u nog helemaal mee met de plannen van het Vlaams Datanutsbedrijf? Data News trof transitiemanager Björn De Vidts op de Trefdag van Digitaal Vlaanderen en legde hem 7 concrete vragen voor. Waarom hebben we dat Vlaams Datanutsbedrijf nodig? BJORN DE VIDTS: Het Vlaams Datanutsbedrijf wordt een facilitator en accelerator van de Vlaamse datatech. We zijn geen retailer, we zijn geen nutsbedrijf of een andere belanghebbende commerciële speler. We zijn een overheidsbedrijf dat een ecosysteem wil uitbouwen rond het delen van data. Wij zijn de neutrale derde partij die een gelijk speelveld creëert. We denken in de eerste plaats aan de belangen van de burger - privacy, transparantie, veiligheid - maar het initiatief zal uiteindelijk ook de privé-sector ten goede komen die datadiensten naar een eindklant brengt. Belangrijk is dat we vertrekken vanuit een strategie van ecosystemen rond technologiepartners, business partners en kennisinstellingen. We maken met het Vlaams Datanutsbedrijf dus de switch van het digitaliseren van de overheid naar het digitaal transformeren van de samenleving. Hoe gaat dat concreet gebeuren? DE VIDTS: We willen dat je als burger zelf controle behoudt over jouw data, en transparant en makkelijk kan kiezen welke gegevens je deelt met welke organisatie en voor welke periode. We werken daarom met persoonlijke datakluizen ('pods' op basis van Solid-technologie van Sir Tim Berners-Lee, de grondlegger van het World Wide Web, nvdr.). We werken hiervoor ook samen met kennisinstellingen zoals Universiteit Gent en imec. Uiteindelijk gaat de burger zo meer kunnen bereiken zonder dat hij of zij ook meer data deelt. Hoe gaan jullie burgers en bedrijven overtuigen? DE VIDTS: We willen de kluis niet als doel op zich naar de burger brengen, en niet als een pure technologische nieuwigheid. Maar we willen dat inpassen in de strategie van onze partners om hun eindgebruikers - de burgers dus - nieuwe innovatiegedreven diensten te kunnen aanbieden. Want een burger zoekt in de eerste plaats gemak en comfort, die wil dat zaken sneller en efficiënter kunnen. Moest privacy dan niet hét argument worden om burgers te lokken? DE VIDTS: Volgens ons is privacy niet zozeer wat de burger eerst verwacht. Privacy is een keuze die je aan de burger zelf moet laten: deel ik mijn data of doe ik dat niet? Van zodra ik data deel verwacht ik wel dat mijn beslissing om ze te delen met een vertrouwde partij ook wordt nageleefd en dat er controle op is. En dat ik de goedkeuring op elk moment kan intrekken, waarbij ik niet door een bos van DPO's op zoek moet naar wie dat kan doen. Dus die verwerkingsverantwoordelijke en het afdwingen van je rechten, ook dat luik wil het datanutsbedrijf faciliteren. Daar ontlasten we dan de Gegevensbeschermingsautoriteit die nu nog veel van die vragen te verwerken krijgt. Een burger zal via Mijn Burgerprofiel niet alleen de pods (de datakluizen, nvdr.) kunnen benaderen, maar ook makkelijk de verwerkingsverantwoordelijke kunnen contacteren. Dat is een groot voordeel voor de burger, want probeer vandaag maar eens snel een dataverantwoordelijke te vinden. Vanuit onze positie als neutrale derde partij willen we ook een hefboomeffect nastreven. Wie met ons wil samenwerken, wie gebruik wil maken van de voordelen van datagedreven ecosystemen, zal ook zijn commitment moeten geven om de burger ten allen tijde op een correcte manier te woord staan als het gaat over de uitoefening van GDPR-rechten. Hoe ziet de timing er precies uit? Vanaf wanneer gaan burgers en bedrijven zichtbare voordelen zien? DE VIDTS: Het dossier ligt nu bij het parlement, met bespreking in de commissie en uiteindelijk de stemming. Maar eind november willen we toch landen, al hebben we natuurlijk weinig controle over dit politieke proces. Onze ambitie is om de finale oprichting rond te krijgen voor het einde van het jaar. Maar we hebben de operationele oprichting niet afgewacht en hebben ondertussen al acht partnerships. Enkelen zijn al bekend, zoals Doccle en de case met Randstad. Die laatste is het eerste uitzendbedrijf dat de datakluis zal gebruiken. Onze verwachting is dat we het Solid-kluizenplatform dit najaar operationeel krijgen. Technisch is dat al zo goed als klaar, maar juridisch zijn we er nog niet helemaal. Dat neemt meer tijd in beslag dan eerst gedacht, maar is strategisch ook zeer belangrijk willen we effectief slagkracht hebben. Andere cases die de burger snel zal merken zijn bijvoorbeeld de sociale toeslag binnen het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag, nvdr.), de paperassen rond een verhuis, de woningpas waarbij we data delen tussen aannemers en architecten en het vastgoedplatform. Dat wordt echt een datasnelweg die vastgoed met de publieke sector verbindt. De doorlooptijd van authentieke akten willen we zo naar de eerstvolgende werkdag brengen. Die doelstelling willen we binnen vijf jaar halen voor alle akten. Twee jaar geleden zei minister-president Jan Jambon dat de controle uiteindelijk in privéhanden moet komen. Tegen wanneer? DE VIDTS: Nooit. Het is ondertussen in een decreet verankerd dat de meerderheid van de aandelen sowieso bij de overheid blijven. Maar wat ik wél zie gebeuren is dat sommige cases 'verzelfstandigd' worden in dochterbedrijven. En op het niveau van zo'n dochter - bijvoorbeeld rond vastgoed - kan het wel dat een partner van het Vlaams Datanutsbedrijf daarin de controle verwerft als dat zinvol is. Het faciliteert ook de financiering van bepaalde projecten vanuit de sector zelf. Kijk, ik denk dat we twee dynamieken gaan zien: enerzijds een verzelfstandiging en privatisering van dochters in aparte bedrijven, anderzijds ook op het niveau van de moedervennootschap waar we op een maatschappelijke doelstelling zien. Maar de overheid, die zal altijd de meerderheid blijven behouden. Kan het Vlaams Datanutsbedrijf nog links en rechts ingehaald worden? DE VIDTS: Het risico is er zeker dat een privé-initiatief ons inhaalt. Voor ons is het dan ook uitermate belangrijk dat we de burgers overtuigen dat hun data bij ons in veilige handen zijn en dat ze ons kunnen vertrouwen als derde, neutrale partij. De uitdaging voor ons zal ook zijn om te bepalen wie onze betrouwbare partners voor de middellange termijn kunnen zijn. Voor lokale Belgische bedrijven valt dat vraagstuk nog mee, voor Europese is dat al wat uitdagender maar nog verder internationaal wordt het al snel lastig. Aan de andere kant wil ik er toch nog eens op wijzen dat we nu in een perfecte storm zitten, waarbij alle krachten in dezelfde richting gaan: kennisinstellingen, de overheid, de privé-sector maar ook de politiek. Het zogeheten window of opportunity staat open: tijd nu om het snel te kapitaliseren.