Meta, dat u vooral kent als het Amerikaanse moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp, gaat voorlopig niet verder met zijn plannen voor een datacenter in Zeewolde, in Nederland. Na maanden van weerstand gooide het bedrijf eind maart de handdoek in de ring. Het geeft daarbij aan dat steun van de lokale gemeenschap onontbeerlijk is.
...

Meta, dat u vooral kent als het Amerikaanse moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp, gaat voorlopig niet verder met zijn plannen voor een datacenter in Zeewolde, in Nederland. Na maanden van weerstand gooide het bedrijf eind maart de handdoek in de ring. Het geeft daarbij aan dat steun van de lokale gemeenschap onontbeerlijk is. En aan die steun ontbrak het wel wat in Zeewolde. Het hyperscale datacenter - dat het grootste van Nederland moest worden - had bij de aanvraag de gemeenteraad van het dorp aan zijn kant. Onder meer nieuwe jobs en meer belastinginkomsten golden daar als argument. Bij de laatste verkiezingen wonnen echter de tegenstanders van die beslissing. Zij maken zich onder meer zorgen over de grootte van het datacenter, het stroomverbruik en de restwarmte. Maar ook buiten Zeewolde kwam er kritiek. De Nederlandse Minister van Ruimtelijke Ordening Hugo De Jonge liet weten dat hij het datacenter niet zag zitten. De Nederlandse overheid voerde de druk nog op door tijdelijk alle bouwvergunningen voor grote datacentra te blokkeren. Maar uiteindelijk moest Meta dus plooien. Opmerkelijk argument hier is de duurzaamheidskwestie. "De ruimte in Nederland is schaars", zegt De Jonge hierover. "Deze datacentra vragen heel erg veel ruimte en heel erg veel energie." Dat laatste is niet alleen in Nederland een probleem. Begin april protesteerden inwoners van Clyde, in Nieuw-Zeeland, tegen de bouw van een datacenter in hun dorp. De vrees daar is dat het datacenter vooral voor cryptomining zal worden gebruikt. De lokale bevolking zou in dat geval wel de overlast en het energieverbruik krijgen, maar amper lokale jobs. Trekken we dan naar Ierland, naar Ennis, een paar dozijn kilometer ten noorden van Dublin. Eind vorig jaar kwamen klimaatactivisten hier op straat tegen, wederom, de geplande bouw van een nieuw datacenter. De plannen hadden de steun van de lokale overheid, maar duidelijk niet van de volledige bevolking. "De tegenstrijdige redenering is dat we een overgang kunnen maken weg van fossiele brandstoffen, terwijl we de vraag naar energie op deze manier enorm opvoeren", aldus de groep People Before Profit in een mededeling. Het idee speelt hier dat datacenters dan wel groene energie gebruiken, ze gebruiken er zoveel van dat er geen groene energie meer overblijft voor de rest. De Ierse overheid overweegt als reactie op de protesten een moratorium op nieuwe datacenters. Dat is opmerkelijk, als je weet dat het land zich de voorbije decennia heeft opgeworpen als een haven voor techgiganten, onder meer via een gunstig belastingregime. Apple, Google, Meta en Intel hebben er bijvoorbeeld hun Europees hoofdkwartier. Dat betekent echter ook dat datacenters in 2021 al zo'n 17% gebruikten van alle energie die werd opgewekt in Ierland. Tegen 2030 zou dat tot 27% oplopen, zo berekende EirGrid, de Ierse nationale elektriciteitsleverancier. Die datacenters zouden zo de klimaatdoelstellingen van het land in gevaar kunnen brengen. Zijn datacenters dan de nieuwe 'megastallen'? Nu elektriciteit letterlijk kostbaarder is dan ooit, moet er ook voorzichtig mee worden omgegaan. Een mogelijk voorbeeld vinden we in Noorwegen, in Hønesfoss. Een cryptobedrijf slaagde er daar in zijn datacenter te bouwen op waterkracht. De overtollige warmte wordt bovendien gebruikt om hout te drogen voor een lokaal houtbedrijf. Een toonvoorbeeld van 'sustainable bitcoin mining', al moet hier wel bij vermeld worden dat Noorwegen zo'n 90% van zijn energie uit waterkracht haalt. Het land heeft ook vaak een energieoverschot, in tegenstelling tot veel andere landen.