De verleiding is groot om er meewarig over te doen. Eerst waren er jaren - zeg maar gerust een decennium - vol voorspellingen dat cloud computing dé motor van digitale transformatie zou worden. Nu de cloud in heel wat bedrijven een realiteit is, of op z'n minst een deel van de IT-architectuur omvat, hoorden we het afgelopen jaar vooral veel over edge computing: het dichterbij brengen van infrastructuur. Rekenkracht aan die edge is nodig, want alleen met de cloud red je het niet: dat is de nieuwe boodschap van heel wat vendors voor hun huidige en toekomstige klanten. Geef toe, dat voelt wel heel erg aan als verkopers d...

De verleiding is groot om er meewarig over te doen. Eerst waren er jaren - zeg maar gerust een decennium - vol voorspellingen dat cloud computing dé motor van digitale transformatie zou worden. Nu de cloud in heel wat bedrijven een realiteit is, of op z'n minst een deel van de IT-architectuur omvat, hoorden we het afgelopen jaar vooral veel over edge computing: het dichterbij brengen van infrastructuur. Rekenkracht aan die edge is nodig, want alleen met de cloud red je het niet: dat is de nieuwe boodschap van heel wat vendors voor hun huidige en toekomstige klanten. Geef toe, dat voelt wel heel erg aan als verkopers die dringend een nieuwe productcategorie nodig hebben om hun maandelijkse targets te blijven halen. Toch zit er een kern van waarheid in het verhaal. De cloud is niet de zaligmakende deus ex machina gebleken voor de IT-afdeling. Heel wat ondernemingen komen al doende tot de conclusie dat het bewaren van sommige data 'on premise' goedkoper kan uitdraaien. En moeten alle gegevens ook écht per se in een cloud worden gestopt? Pannes bij cloudleveranciers maakten de afgelopen jaren pijnlijk duidelijk dat 100% beschikbaarheid nog altijd een illusie is. Compliancy en privacyvereisten - GDPR, anyone? - maken dat sommige organisaties ook weer meer richting eigen data-opslag en infrastructuur geduwd worden. Geen toeval dus dat het hybride model de jongste tijd opgang maakt: een mengvorm van publieke en private cloud met on-premise infrastructuur. Maar het meest gehoorde technologische manco in een cloud context is de latency. Voor sommige (real-time) toepassingen is het vertragingseffect té groot. Soms komt het echt op milliseconden aan. Precies daarom dat datacenterleveranciers nu investeren in lokale 'opstapjes' naar cloudomgevingen. Met edge computing los je het latencyprobleem helemaal op: de nodige rekenkracht staat letterlijk aan de rand van je netwerk in plaats van op een cloudserver ergens aan de andere kant van de oceaan. De zelfrijdende wagen is doorgaans dé use case die naar voren geschoven wordt. Maar zeker oplossingen in de industrie hebben baat bij edge. Chipbakker en assembleur Foxconn gebruikt bijvoorbeeld een edge appliance om in real-time slimme videoanalyse toe te passen op pas geassembleerde servers en zo meteen te zien of een kabeltje verkeerd zit. Maar ook andere industriële automatiseringstoepassingen en zeker ook predictive maintenance rekenen op de edge. Denk eigenlijk aan alle scenario's waarin je zo snel mogelijk inzicht uit een dataset moet krijgen. Volgens Gartner wordt momenteel zo'n tien procent van alle data in ondernemingen verwerkt buiten de traditionele datacenters en clouds. Maar tegen 2022 denkt de marktonderzoeker dat meer dan de helft van alle data in de edge geproduceerd en verwerkt zal worden. Is edge eating the cloud? Zo'n vaart loopt het nog niet, want de grote cloudspelers à la Microsoft en Amazon zien de bui ook hangen en brengen het cloudmodel naar de edge. Hopelijk bent u de term edge nog niet beu gehoord: u gaat er dit jaar nog veel over horen.