Glasvezel

Proximus kondigde eind 2016 aan dat het op grote schaal glasvezel tot aan de woning gaat leggen. Die uitrol kost handenvol geld, waardoor het bedrijf op zoek moest naar partners. Die vond het eind 2020 bij Delta Fiber en Eurofiber, die respectievelijk in Vlaanderen en Wallonië de uitrol mee ondersteunen via een joint-venture.
...

Proximus kondigde eind 2016 aan dat het op grote schaal glasvezel tot aan de woning gaat leggen. Die uitrol kost handenvol geld, waardoor het bedrijf op zoek moest naar partners. Die vond het eind 2020 bij Delta Fiber en Eurofiber, die respectievelijk in Vlaanderen en Wallonië de uitrol mee ondersteunen via een joint-venture. De ambitie van Proximus is om tegen 2028 zo'n 4,2 miljoen woningen en bedrijven aansluitbaar te maken. Vandaag staat de teller op iets meer dan een half miljoen woningen, vooral in de steden, met zo'n 77.000 klanten die ook effectief een glasvezelabonnement afnemen. De dure overstap naar FTTH (fibre-to-the-home) heeft Proximus de afgelopen twintig jaar een paar keer uitgesteld. Het kon haar kopernetwerk onder meer via vectoring hogere snelheden geven. Voor gigabitsnelheden, al enkele jaren verkrijgbaar bij concurrent Telenet, moet het wel investeren om op lange termijn mee te kunnen. Maar hoe rekbaar is de coaxkabel van Telenet? Kan het netwerk nog concurreren met Proximus wanneer het merendeel van de woningen is aangesloten op glasvezel? "We staan sowieso aan de vooravond van een grote investeringscyclus," zegt Ruben Devos, telecomanalist bij KBC. "Van Telenet verwachten we tegen de zomer een aankondiging. Het bedrijf moet nadenken over de vraag of het een kabelnetwerk blijft, zeker als Proximus hen technologisch weet in te halen, want glasvezel heeft intussen bewezen dat het een kwaliteitsvol hoogwaardig netwerk is." Maar een tweede grootschalig glasvezelnetwerk verwacht Devos niet. "Het zal niet op dezelfde schaal zijn. Misschien wordt het een partnerschap met Fluvius of met Orange. We weten het nog niet, maar ze moeten zich wel wapenen voor de toekomst." Devos merkt wel op dat bij alle operatoren al grote delen verglaasd zijn, vooral het netwerk tot aan de straatcabine. Het is de laatste anderhalve kilometer die het lastigst is. "Die aansluitingen liggen rond de duizend euro per huishouden, dus elke speler die glasvezel wil leggen, doet dat idealiter met partnerschappen en zo weinig mogelijk overlap." Op mobiel vlak zijn alle ogen gericht op 5G. Regulatorisch komt er dankzij de nieuwe regering eindelijk een 5G-veiling aan, al zal die ten vroegste begin 2022 plaatsvinden. In afwachting daarvan kunnen operatoren wel aan de slag met voorlopige licenties. Wat op het moment van schrijven nog niet duidelijk is, is of de overheid een veiling voor drie of vier operatoren zal organiseren. Er is de facto al een vierde speler met Citymesh, sinds eind vorig jaar grotendeels in handen van Cegeka. Daar hebben ze al 5G-spectrum en is er de ambitie om een volwaardige licentie te bemachtigen, maar het bedrijf kijkt wel enkel naar de zakelijke markt. Dat brengt ook uitdagingen voor de verdeling. De te veilen 5G-frequenties liggen tussen 3.400 MHz en 3.800 MHz. De drie klassieke operatoren gaan met het merendeel daarvan lopen. Citymesh heeft voldoende aan een kleiner blok. Maar als de overheid nog een extra speler wil die ook de residentiële markt bedient, dan belooft het nipt te worden om iedereen genoeg spectrum te geven. Echt uitpakken met 5G doen operatoren vooralsnog niet. Proximus claimde in het voorjaar van 2020 al de primeur en rolt, vooral in Vlaanderen, 5G met mondjesmaat uit. Dat komt omdat de meerwaarde van 5G vooral in bedrijfstoepassingen zit. "Op residentieel vlak gaat 5G de operatoren weinig opleveren. De consument tolereert het niet dat hij of zij meer moet betalen voor 5G. Met 4G was er even een prijs-premium maar ook die is snel verdwenen," zegt Devos. Maar 5G kan ook de relaties binnen de telecomsector grondig verschuiven. De technologie maakt nieuwe bedrijfstoepassingen mogelijk en steunt meer op het software defined principe. Dat opent de deur voor een pak nieuwe spelers, zowel grote als kleine, die met hun eigen specialisatie de 5G-markt betreden. "Traditionele communicatieproviders moeten concurreren met nieuwe Communication-Platforms-as-a-Service (CPaaS) die flexibele toepassingen leveren om met klanten om te gaan, vaak aan een minimale kost," licht Sylvain Fabre, senior director analyst bij Gartner, toe. "Daarom moeten communicatieproviders nieuwe modellen ontwikkelen om zakelijke 5G en edge services te monetiseren en klaar zijn om snel te schalen, ook op de consumentenmarkt." En dan zijn er nog de hyperscalers zoals AWS, Azure en Google die graag hun datacenterdiensten ter beschikking stellen voor 5G, of tenminste voor de verwerking van de data die alle 5G-toepassingen zullen opleveren. Dat kan zowel een vloek als een zegen zijn voor de huidige spelers, maar Gartner ziet wel brood in die samenwerkingen. Fabre: "Telecomspelers moeten partneren met verschillende hyperscalers en een sterk en onderscheidend ecosysteem van skills opbouwen, met complementaire eigenschappen om hun core private 5G-connectiviteit te versterken. Dat gaat van AI tot industriële IoT, AR, VR en video analytics." Tegelijk raadt hij ook aan om industrie-specifieke expertise rond private 5G-netwerken op te bouwen in een paar cruciale sectoren. "Een kritieke succesfactor is kennis in de diepte van de unieke draadloze vereisten voor verticale industrietoepasingen." Los van vaste en mobiele technologie ligt er nog een ander dossier op tafel bij een aantal telecomspelers: de verkoop van de Waalse kabelaar VOO. Dat verkoopproces is in april gestart, met onder meer Telenet, Orange en private investeerders als geïnteresseerden. Daar komt in september duidelijkheid rond. "Voor Telenet betekent een overname dat ze voortaan zowel vast als mobiel nationaal aanwezig zijn. Telenet heeft de kennis van een kabelnetwerk, er is financiële synergie mogelijk en hun merk wordt uitgebreid", aldus Devos. De overname van VOO is vooral interessant op de residentiële markt. Tegelijk merkt de telecomanalist van KBC op dat er ook efficiëntiewinst te behalen valt. "VOO is in zekere mate misbeheerd geweest, of werkte toch vrij inefficiënt." Toch staat die overname nog niet in steen gebeiteld, zegt hij: "Telenet kijkt al jaren naar VOO, de vraag is hoeveel ze er voor willen betalen. Ze hebben het meeste te winnen met die overname, maar willen ze er ook diep voor in de buidel tasten?" Voor Orange is zo'n overname minder cruciaal op dit moment, maar volgens Devos kan ze dat wel worden op langere termijn. "Orange heeft hard gevochten om het netwerk van VOO en Telenet te mogen gebruiken in wholesale. Daar zitten ze nu vrij comfortabel, ze groeien dus er is minder druk dan vijf jaar geleden. Maar Orange moet ook nadenken wat voor operator het binnen vijf tot tien jaar wil zijn. Misschien is coax tegen dan ook gedateerd en moet er daar worden nagedacht over glasvezel. Orange kan niet eeuwig een mobile-only operator blijven."