De ict-markt wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven zoals Intel, Microsoft, IBM, Google en Cisco. Europa heeft geen antwoord?

JO CORNU: Het Amerikaanse model is gebaseerd op marktdominantie. John Chambers vertelde me dat als hij geen 70 procent marktaandeel kan halen, het hem niet interesseert. Amerikanen zijn ook tegen standaardisatie, kiezen voor wat ze duiden als 'sustainable market dominance'. In Europa kiest men voor een concurrentieel model en doet men er alles aan om overheersende marktposities te voorkomen. Dan ga je elkaar doodconcurreren op prijs. Maar niet alles wat Amerikaans is, blijft domineren. Kijk maar waar bedrijven zoals Yahoo of Amazon vandaag staan.
...

JO CORNU: Het Amerikaanse model is gebaseerd op marktdominantie. John Chambers vertelde me dat als hij geen 70 procent marktaandeel kan halen, het hem niet interesseert. Amerikanen zijn ook tegen standaardisatie, kiezen voor wat ze duiden als 'sustainable market dominance'. In Europa kiest men voor een concurrentieel model en doet men er alles aan om overheersende marktposities te voorkomen. Dan ga je elkaar doodconcurreren op prijs. Maar niet alles wat Amerikaans is, blijft domineren. Kijk maar waar bedrijven zoals Yahoo of Amazon vandaag staan. JO CORNU: Ze zoeken steeds naar disruptieve technologie. Toch is ook de iPhone grotendeels gebaseerd op nanotechnologie. Ook in Europa is er sterke technologie. In 2007 was ik voorzitter van het Europese Medea+ programma, wat nu Catrene geworden is (Cluster for Application and Technology Research on NanoElectronics). Daarvoor wordt 400 miljoen euro per jaar uitgegeven, wat ook ten goede komt aan onderzoek in België. JO CORNU: Het is hetzelfde verhaal als destijds in Japan en Korea. De prijs die in eigen land aan de Staat gevraagd werd voor bepaalde producten en diensten, was vier tot vijf keer hoger dan wat ze in Europa vroegen. Dat doen Huawei en ZTE nu zeker ook. Dat is exportpolitiek. JO CORNU: Er is geen industrieel beleid. In Frankrijk heeft men dat wel, in Duitsland ook in zekere mate, maar in België niet. Industrieel beleid is hier een vies woord geworden. Je kan wel hoogmissen opzetten onder leiding van Paul Buysse, maar wat levert dat op? Er is een echte innovatiepolitiek nodig. Dan moet je wel geld op tafel leggen en de leiding geven aan competente mensen. Er wordt hier 100 miljoen euro voor onderzoek in de industrie uitgetrokken, 10 euro per inwoner. Dat is toch niet ernstig. De adviesraden worden ook bevolkt door mensen die helemaal geen ervaring hebben met onderzoek en ontwikkeling op wereldniveau. Kijk naar de samenstelling van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en Innovatie. Kan je van hen verwachten dat ze een industriële visie hebben? België kan echter zeker nog iets betekenen op ict-vlak. We hebben kwalitatief sterke mensen, maar we moeten er voor durven gaan. JO CORNU: Hij heeft niet in de industrie gewerkt en was ook geen ambtenaar. Dan krijg je stuntwerk. Toch kan ict voor enorme besparingen zorgen, zeker in de administratie die te weinig toegevoegde waarde biedt. JO CORNU: Het probleem is dat iedereen aanpassingen wil aanbrengen aan it-systemen omdat men zijn manier van werken niet wil aanpassen aan de nieuwe systemen. Men kiest voor standaardisatie, maar tegelijk moet de it-oplossing telkens voor elk bedrijf en elke administratie worden aangepast. Dat is ook zo in de ziekenhuissector. Teveel maatwerk in it leidt tot zeer lange en zeer dure projecten. JO CORNU: Het is geen succes geworden. Het had ook geen fusie mogen zijn, maar een overname. Het zijn immers twee bedrijven met een totaal verschillende cultuur. Lucent werkte erg procedurematig en Alcatel was veel meer kostgericht. Het had kunnen lukken mocht Alcatel de meerderheid hebben. JO CORNU: Toen lagen de kaarten anders. Er was nog sprake van groei. En Alcatel ceo Serge Tchuruk kon blijven. Alcatel heeft trouwens ook geruime tijd met Motorola gepraat over een fusie. JO CORNU: We hadden begin jaren '90 meer moeten doen met Nokia in mobiele netwerken. We hadden een consortium opgericht met Alcatel, AEG en Nokia en namen elk een derde van de R&D voor onze rekening. AEG kwam in financiële moeilijkheden en door slecht lokaal management is die samenwerking misgelopen. Jammer. JO CORNU: Telecom is een kwestie van marktaandeel. Je zit met zware onderzoeks- en ontwikkelingsinvesteringen, hoge marketing- en verkoopskosten. Als je in een segment minder hebt dan wereldwijd 10 procent marktaandeel, mag je het vergeten. Pas als je 30 procent hebt, verdien je geld. Nortel was nergens marktleider en ging op de fles. Nokia Siemens Networks scheert evenmin hoge toppen. Cisco heeft 70% in datanetwerken, Ericsson heeft 40 procent in mobiel. Alcatel had bijna 30% in vaste netwerken maar 10 procent in mobiel en is mede daarom met Lucent samengegaan. JO CORNU: Een verdere concentratie is natuurlijk. Net zoals in de luchtvaart gaat het om 'economy of scale'. Als alle kosten vast zijn, volgt consolidatie. JO CORNU: De liberalisering in Europa is mislukt door het hele verhaal van de 3G-licenties. Er is door de overheid zoveel geld uit de operatoren gepompt dat er niets overbleef om in andere landen een belangrijke rol te kunnen spelen. Ze bleven allen verzwakt over zodat concurrentie uitbleef. JO CORNU: De logica is dat France Telecom kabelbedrijven zal overnemen, onder andere in Duitsland. De ip-technologie zorgt er immers voor dat netwerken steeds meer op elkaar lijken. Ook Telenet zal op één of andere dag overgenomen worden. JO CORNU: Net als John Goossens had ik destijds gezegd dat ik op 55 wou stoppen. Toen ik 62 was, ben ik nog als ceo begonnen bij de Agfa groep. In timing ben ik nooit zo goed geweest. Ik zit nu nog wel in een aantal raden van bestuur, van KBC, Belgacom en Agfa. Luc Blyaert