‘We zijn niet de goedkoopste op de markt maar het verschil zit in de details’

Steven Bens en Manu Drieghe van Unix Solutions: "Een gebouw is nog geen datacenter."

Unix-Solutions weet al jaren stand te houden tussen de hyperscalers en colocation-aanbieders. Wat 17 jaar geleden begon als kleinschalig hostingproject, is vandaag een van de weinige puur Belgische spelers die de cloud in België in de lucht houdt.

Unix-Solutions begon in 2005 als bijberoep van oprichter Steven Bens. “Dat was nog heel kleinschalig toen. Ik werkte bij Netlog waar veel collega’s hun eigen start-up hebben opgericht. Verschillende van die collega’s zijn nadien klant geworden omdat we dezelfde technische mindset deelden,” zegt Bens.

Midden 2010 werd het hostingproject wat te omvangrijk en moest Bens met Unix-Solutions een versnelling hoger schakelen. Door de groei kocht Bens eind 2012 zijn eerste gebouw in Zaventem. “Een gebouw is echter nog geen datacenter. Eigenlijk was dat een gewoon industriegebouw waar we vanaf nul moesten beginnen. Op zes maanden tijd hebben we de eerste fase van het datacenter uitgebouwd, tijdens de volgende twee maanden zijn dan alle bestaande klanten verhuisd. Dat ging vrij vlot met een minimale downtime. Klanten zijn nooit langer dan een uur offline geweest,” zegt Bens “Dat klopt,” zegt Manu Drieghe. “Ik was toen een van zijn klanten die er op drukte dat het niet te lang mocht duren.”

Vroeger was je connectiviteit heel duur en je stroom relatief goedkoop, vandaag is het omgekeerd

Drieghe zou uiteindelijk in 2014 starten bij Unix-Solutions als rechterhand van Bens. “We kenden elkaar al sinds 2008, in de verhouding leverancier/klant en die samenwerking liep zeer goed,” vertelt Drieghe. “Onze opzet was om eerst te gaan ‘samenwonen’ voor we professioneel zouden trouwen. In 2016 ben ik zo verdergegaan in de functie van managing partner en zijn mijn klanten dan binnen Unix-Solutions geïntegreerd.”

Waar sommigen in de sector om ter snelst investeerders en overnames najagen, houdt Unix-Solutions het bewust kleinschaliger en legt het sterk de nadruk op klantenservice. “Sinds de verhuis naar Zaventem ging de groei alleen maar sneller. Vanaf toen konden we ook laten zien waar we voor stonden. Door de jarenlange ervaring in andere datacenters zagen we veel zaken die voor verbetering vatbaar waren. Die hebben we dan ook vanaf het begin toegepast in onze datacenters, “zegt Bens.

Drieghe: “Natuurlijk hebben we onze procedures zoals elk bedrijf, maar als een klant iets mist, dan proberen we dat zo goed mogelijk mee op te lossen. Zo zit in onze standaard SLA één uur remote hands & eyes. Soms is dat om een server manueel te rebooten of er een scherm aan te hangen en even mee te kijken.” Zo’n dingen maken het verschil om klanten buiten de regio te overtuigen. “Een klant uit bijvoorbeeld Limburg, West-Vlaanderen of zelfs het buitenland wil geen tijd verliezen bij een interventie aan hun bedrijfskritische infrastructuur. Dan helpt dat uur inbegrepen in onze service wel om hen te overtuigen.”

Tegen 2017 kwam er een nieuwe uitbreiding bij. Unix-Solutions nam het Leuvense datacenter van Mobistar (nu Orange) over en kreeg zo twee eigen fysieke locaties, naast de colocatie die het in andere datacenters had. Geen overbodige luxe, want een goed disaster recovery plan vereist dat uw data op meerdere fysieke locaties staat.

“Ook daar merken we meer vraag naar, bijvoorbeeld van klanten die nog on premise willen blijven, maar ons inschakelen als een onderdeel in hun disaster recovery plan,” zegt Drieghe. Die nood werd nog duidelijker in 2021 toen bij OVH, een grote Franse hoster, brand uitbrak. Formeel gaat het om één datacenter, maar ook drie nabijgelegen centra werden daardoor getroffen. Bens: “Dat is voor iedereen in de sector een eye opener geweest. Veel van onze klanten leveren zelf IT-diensten en sommigen bewaarden bepaalde data uit budgettaire redenen bij hen.”

Drieghe: “Maar dat is niet om je te verkneukelen. Die brand was voor velen wellicht een ongemakkelijk moment. Als het licht uitgaat bij een concurrent, dan kunnen er misschien klanten overstappen naar jou maar het blijft techniek en bij elke speler kan er ooit wel eens iets mislopen.” Bens merkt op dat zijn bedrijf bewust niet die budgetmarkt opzoekt. “We zijn niet de goedkoopste op de markt. Maar het verschil zit vaak in de details. Wij bieden onze klanten doorgaans maatoplossingen aan en kiezen daarvoor kwalitatief materiaal.” Drieghe: “Als je onze diensten met een budgetspeler vergelijkt, kunnen die identiek lijken maar als je dan kijkt waar de diensten onderliggend op draaien en gehuisvest zijn, dan merk je wel het verschil.”

Belgisch

Dat het bedrijf van Bens en Drieghe volledig Belgisch is, is ook een verkoopargument op de lokale markt. Maar het is niet het argument waar ze hoofdzakelijk mee uitpakken. “Wij bieden de infrastructuur, de mogelijkheid tot het beheer van de volledige (server)omgeving maar ook een redundant netwerk aan. Behalve bij enkele grote spelers zie je dat nergens anders. We zijn ook flexibel en vlot bereikbaar. Je moet geen keuzemenu doorlopen voor je iemand telefonisch te pakken krijgt en mails worden snel beantwoord omdat customer service in ons DNA zit,” zegt Drieghe. Regelmatig doen de oprichters zelf nog support. “Zo hou je ook voeling met de klanten die je minder vaak spreekt, en weet je waar ze zelf tegenaan lopen.”

De twee datacenters worden vandaag door slechts tien werknemers gerund. De locatie in Leuven zelfs grotendeels van op afstand. Iets wat met de ervaring en huidige technologie geen probleem vormt. Bens: “Uiteraard komen we daar nog altijd meerdere keren per week voor onderhoud of de oplevering van een nieuwe klant.” Drieghe: “Het ligt ook in de buurt of op de weg van de thuisbasis van een aantal van onze werknemers waardoor het organisatorisch makkelijk is om interventies in te plannen. Mochten we morgen een datacenter in bijvoorbeeld West-Vlaanderen openen, dan zouden we dat organisatorisch wel anders moeten aanpakken en daar een aantal mensen moeten vestigen.”

Maar die plannen zijn er momenteel niet. Het duo kijkt wel naar de markt, maar benadrukt ook dat een datacenter niet eender waar kan worden neergezet. Een degelijk glasvezelnetwerk, voldoende stroom en een goed gebouw zijn cruciaal, maar zelfs dat is niet genoeg. “Je moet meerdere verbindingen hebben, en die mogen elkaar een paar kilometer verder niet kruisen,” legt Bens uit.

Groeipotentieel

Overnames om te groeien zijn momenteel niet noodzakelijk deel van de ambitie. “We zetten elk jaar een mooie groei neer en we zijn heel tevreden met hoe het nu draait. We hebben in het verleden wel een paar kleine overnames gedaan van een klantportfolio maar dat was eerder in het kader van de stopzetting van de hostingactiviteiten van het bewuste bedrijf. Dat blijft een business die veel bedrijven onderschatten,” zegt Bens. Drieghe: “Bedrijven nemen dat er bij omdat het terugkerende inkomsten zijn, maar de ondersteuning en de kennis die je er voor nodig hebt wordt vaak onderschat.”

Datacenters waren 15 jaar geleden nog onbekende gebouwen. Vandaag weten zelfs de meeste leken dat ze het hart zijn van onze internettoepassingen. Ook technologisch is intussen heel wat veranderd, maar niet in die mate dat het lastiger is geworden. Bens: “Vroeger was je connectiviteit heel duur en je stroom relatief goedkoop, vandaag is het omgekeerd: bandbreedte is een pak goedkoper en stroom is veel duurder geworden. Al geruime tijd doen we inspanningen om zoveel mogelijk stroom te besparen en vandaag investeren we nog extra om zelf groene energie op te wekken. Lokale samenwerkingen met overheden en ondernemers bieden ons extra mogelijkheden om de krachten te bundelen en nog andere duurzame oplossingen uit te werken in de nabije toekomst.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content