"Uiteraard doet zo'n award plezier, maar om persoonlijke erkenning is het me nooit te doen geweest. Ik voel me op mijn best als mijn bedrijf goed draait en de verstandhouding met mijn personeel optimaal is. Bovendien weet je maar nooit. Over enkele jaren kunnen de kaarten helemaal herschikt zijn."
...

"Uiteraard doet zo'n award plezier, maar om persoonlijke erkenning is het me nooit te doen geweest. Ik voel me op mijn best als mijn bedrijf goed draait en de verstandhouding met mijn personeel optimaal is. Bovendien weet je maar nooit. Over enkele jaren kunnen de kaarten helemaal herschikt zijn." Dit is Pierre De Muelenaere ten voeten uit. Altijd diplomatisch en bescheiden, altijd voorzichtig en realistisch. De topmanager is op alle vlakken een buitenbeentje onder chief executive officers. Nog niet besmet door banale managementretoriek, maakt hij er telkens opnieuw een erezaak van om journalisten urenlang te woord te staan. Zijn jongensdroom, sportman worden, heeft hij moeten opbergen. Maar als hoofd van het technologieconcern Iris staat hij vandaag wel model voor een nieuwe garde van succesvolle Waalse ondernemers. "We nemen misschien minder risico en gaan minder agressief te werk dan onze Amerikaanse concurrenten, maar we maken wel meer winst", vat hij treffend samen. Nu is De Muelenaere met zijn verkiezing tot 'ICT Personality of the Year' niet aan zijn proefstuk toe. In 2001 werd hij al verkozen tot 'Manager van het jaar' door Trends/Tendances, en de producten van Iris genieten wereldwijd een ijzersterke reputatie, getuige daarvan een lange waslijst aan prijzen toegekend door onze internationale perscollega's. "Erkenning is vooral belangrijk voor het moreel van onze werknemers", aldus De Muelenaere. "Het drukt hen nog eens met hun neus op het feit dat ze meewerken aan een belangrijk en ambitieus project. Je mag niet vergeten: onze 'key assets' zijn onze mensen. Omdat we voortdurend in expansie zijn, komen er ook steeds nieuwe collega's bij. En die moeten ook gemotiveerd worden." Met de geloofsbrieven die De Muelenaere kan voorleggen, zou het met die motivatie nochtans snor moeten zitten. Volgens het gezaghebbende Truffle 100-classement, is Iris op dit ogenblik de 40-ste softwareontwikkelaar in Europa. In België bekleedt Iris een mooie tweede plaats, na het Leuvense LMS International. "En als we blijven groeien zoals voorzien, halen we LMS dit jaar nog in", glundert de topman. Keren we even 20 jaar terug in de tijd. De Muelenaere was chipdesigner van opleiding, en maakte zijn doctoraalscriptie over een microprocessor die geschikt was voor beeldverwerking. "Op basis daarvan heb ik het prototype voor een compleet beeldverwerkingssysteem ontworpen. Het systeem kon een gescande tekst coderen en omzetten naar een document voor een tekstverwerker. Vergeet niet dat er in die tijd in heel België misschien veertig scanners waren. Ik dacht toen: in de nabije toekomst heeft iedereen een computer, en ook een scanner. Dus zal er een Iris-kaart in elke pc moeten zitten." Data News: Toch heeft u in de beginfase ook gewoon geluk gehad. De bal is voor Iris pas echt aan het rollen gegaan door een contract met HP. En het had niet veel gescheeld, of u had ernaast gegrepen. De Muelenaere: Om te kunnen slagen, heb je sowieso een flinke dosis geluk nodig. Maar geluk moet je afdwingen. In onze Amerikaanse vestiging in Florida werkten twaalf jaar geleden drie mensen. Als we toen niet het verstand gehad hadden om te investeren in een website, dan zaten we hier nu niet. Het is dankzij die website dat HP bij ons terechtgekomen is. De computergigant had voor zijn scannertoepassingen altijd met het Amerikaanse Scansoft gewerkt. Scansoft maakt met Omnipage herkenningssoftware die de vergelijking met onze pakketten min of meer kan doorstaan. In 1997 sleutelde HP echter aan laserprinters die niet alleen konden afdrukken, maar ook fax en scanning er bij namen. Maar omdat het een andere dan de scannerafdeling was die aan de toestellen werkte, wilde ze de markt eerst aftasten en niet zomaar zonder boe of ba met Scansoft in zee gaan. Bij toeval is HP toen op onze website terechtgekomen. En het toeval wilde ook dat ik in de VS was toen we gecontacteerd werden. Onze salesmanager ging er van uit dat we geen kans maakten. Maar we zijn toch gaan luisteren naar hun aanbod. We hebben de mensen van HP ook meteen naar België gehaald, naar onze R&D-afdeling in Louvain-La-Neuve. Dat persoonlijke aspect bleek in de smaak te vallen. Uiteindelijk heeft HP toegehapt. Of het met de volle goesting was, laat ik in het midden. 'We zullen die Belgen maar een kans geven', dat gevoel had ik. Ons eerste contract was ook een klein contract. Het bedrijf ging er allicht van uit dat het door met ons te werken, de druk op Scansoft kon verhogen. Toen het volgende contract moest worden onderhandeld, hadden de mensen achter Omnipage een zware aanval ingezet. We hebben toen flink moeten lobbyen, maar uiteindelijk is HP toch gezwicht. Misschien omdat de concurrentie een beetje te agressief te werk gegaan was (lacht). Het contract dat we toen hebben binnengehaald, was wel enorm belangrijk. Het was een mondiale overeenkomst voor de Laserjet 1100, en de complexiteit van het project was tien keer groter dan bij het vorige. Sindsdien zijn we vaste partners van HP, en is de laserdivisie van het bedrijf zelfs een beetje een melkkoe geworden. DN: Het contract met HP zette in 1999 de deuren open voor een beursgang? DM: Eigenlijk wel, maar het bleef een moeilijke beslissing. Volgens analisten waren we te klein om een beursgang te overwegen. Maar op dat moment begon er zich naast de OCR-markt een nieuwe markt te ontwikkelen, die van de Intelligent Document Recognition, complete OCR-oplossingen voor grote organisaties zeg maar. We hadden dus geld nodig om ons ook daar op te kunnen concentreren. Iris zal allicht de annalen ingaan als het kleinste bedrijf dat ooit naar de beurs van Brussel is getrokken. We hebben toen vijftien miljoen euro opgehaald, waarmee we het bedrijf verder hebben uitgebouwd. Niet in het minst door enkele belangrijke overnames, in Nederland, België, maar ook Frankrijk. DN: Ik denk vaak aan Lernout & Haus-pie wanneer de naam Iris valt. Al was het maar omdat beide bedrijven min of meer dezelfde wortels hebben en elkaar goed kenden. Jo Lernout was tot in 2001 zelfs bestuurder bij Iris. DM: We zijn van start gegaan in 1987, hetzelfde jaar als L&H. En we waren met iets gelijkaardigs bezig: zij werkten aan software die hoort en begrijpt, wij aan software die kon lezen. Hun val was dan ook een grote ontgoocheling voor ons. L&H was toch het vlaggenschip van de Belgische technologiesector. Ik denk dat Jo en Paul onder te grote druk gebukt gingen, waardoor ze te veel hooi op hun vork namen. Ik weet wel, je mag een visie hebben en je moet ambitieus zijn. Maar je moet ook realistisch blijven, en niet willen lopen voor je kan stappen. Indien nodig moet je je mensen durven zeggen waarom je ze op een bepaald moment minder betaalt, en hoe je lange termijnstrategie eruit ziet. Iris heeft altijd de juiste mensen kunnen aantrekken op het juiste moment, dat is één van onze sterke punten geweest. We hebben ons personeel een realistisch vooruitzicht gegeven op een lange en interessante carrière. Maak de vergelijking met een voetbalploeg: je gaat Zidane en Beckham niet binnenhalen met het budget van een club als Anderlecht. Zo haal je je organisatie overhoop, verlies je je focus, en vernietig je op enkele jaren tijd de waarde van je bedrijf. Ik heb altijd geleefd met de vrees dat Iris er morgen niet meer zou zijn. Die éne fout die mijn bedrijf de doodsteek zou geven, wilde ik niet maken. Daarbij heb ik vaak aan het voorbeeld van Real Software gedacht. Theo Dilissen is ook Manager van het Jaar geweest, en hij heeft uitstekend werk geleverd. Maar toch is het ergens fout gelopen. En om een bedrijf dat op een zijspoor belandt back on track te krijgen, heb je vele jaren nodig. Dat heb ik altijd goed begrepen, gelukkig maar. DN: Iris is, een dipje na de bubble niet te na gesproken, al sinds de beursgang een groeiverhaal aan het schrijven. Is the sky the limit? DM: Juist niet. De markt waarin we ons bewegen is moeilijk, de concurrentie hard. Er kan nog veel gewonnen, maar evenveel verloren worden. Op dit ogenblik zit Iris in een 'momentum', en we proberen dat zo lang mogelijk te rekken. Maar ik ben de eerste om te beseffen dat de situatie er binnen enkele jaren helemaal anders kan uitzien. In elk geval staat er nog een consolidatiegolf op het programma. Op de Intelligent Document Recognition-markt behoren we tot de wereldwijde top vijf, maar de dure ontwikkelingskosten dwingen ons om nog groter te worden. We hebben in het verleden al een rol gespeeld als consolidator, en moeten dat dus blijven doen. Gelukkig zit er nog heel wat rek in de markt voor documentherkenning en scanning. Ook banken en kmo's raken geïnteresseerd. Dat is goed nieuws, omdat we daar veel duurdere systemen kunnen verkopen dan op de consumentenmarkt. DN: Is het door die prijsdruk dat Iris de laatste jaren geëvolueerd is van een softwareproducent naar een serviceleverancier? DM: Deels wel. Kijk, in 1998 haalden wij een omzet van ongeveer 7,5 miljoen euro, en een relatief kleine winstmarge. Daar moest iets aan gedaan worden. De laatste jaren zijn we ons gaan concentreren op totaalpakketten voor grote klanten, op corporate systemen en oplossingen die minstens 3000 euro kosten. De verkoop van diensten - waarin de levering van scanningapparatuur, maar ook de installatie van de programma's als de opleiding van de gebruikers vervat zit - is intussen goed voor 80 procent van onze omzet. De verkoop van software via grootdistributie of professionele verkopers, is nog goed voor 20 procent. Dit gezegd zijnde, proberen we ook op een andere manier een nieuw publiek aan te trekken. Zo hebben we onlangs nog een gemakkelijk te gebruiken mini-scanner op de markt gebracht voor thuisgebruikers die niet geïnteresseerd zijn in ingewikkelde softwaretoepassingen op hun pc. We blijven dus diversifiëren. Frederik Tibau