Op 1 december start Veerle Lories bij het Vlaamse agentschap voor Innovatie door Wetenschap en technologie (IWT), waar ze de in het voorjaar onverwacht overleden Paul Zeeuwts opvolgt. Tot eind november is Lories nog waarnemend secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid. Lories, moeder van twee kinderen, is van opleiding ingenieur in de scheikunde en landbouwindustrieën en doctor in de medische wetenschappen. Nadien deed ze nog twee jaar postdoctoraal onderzoek aan de KU Leuven.
...

Op 1 december start Veerle Lories bij het Vlaamse agentschap voor Innovatie door Wetenschap en technologie (IWT), waar ze de in het voorjaar onverwacht overleden Paul Zeeuwts opvolgt. Tot eind november is Lories nog waarnemend secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid. Lories, moeder van twee kinderen, is van opleiding ingenieur in de scheikunde en landbouwindustrieën en doctor in de medische wetenschappen. Nadien deed ze nog twee jaar postdoctoraal onderzoek aan de KU Leuven. In 1990 startte Lories bij de Vlaamse overheid als vorser bij de administratie Wetenschap en Innovatie. Daar werd ze zes jaar later afdelingshoofd en vervolgens waarnemend eerste opdrachthouder. Dat combineerde Lories met de functie van transitiecoördinator voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie in het kader van de reorganisatie van de Vlaamse overheid. Het EWI zorgt voor beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie op het vlak van economie, wetenschap en innovatie. De klanten van het departement zijn in de eerste plaats universiteiten, onderzoeksinstellingen en indirect ook de bedrijfswereld. Het IWT, Lories' nieuwe werkgever, is een overheidsagentschap dat in 1991 werd opgericht door de Vlaamse regering voor de ondersteuning van technologische innovatieprojecten in Vlaanderen. Daarvoor beschikt het IWT over verschillende financieringsinstrumenten waarmee het jaarlijks voor enkele honderden miljoenen euro financiële steun verleent. Daarnaast is er ook dienstverlening aan de Vlaamse bedrijven op het gebied van technologietransfer, partnersearch, voorbereiding van projecten in Europese programma's, enz. Tot slot is het agentschap ook nauw betrokken bij de voorbereiding en het beheer van de innovatie-initiatieven van de Vlaamse regering. Rode draad in de carrière van Lories tot nog toe is innovatie. Vanwaar die passie? "De eerste keuze die je maakt, is je studierichting. Al van in de middelbare school deed ik graag aan wetenschap, vooral dan scheikunde en fysica. De rest is dan bijna een automatisch vervolg daarop. Van pure scheikunde ging ik naar meer toegepaste scheikunde, en dan kom je bij de bio-ingenieurs terecht. De link naar de biochemie en de geneeskunde zag ik erg zitten. De toepassingen interesseerden me altijd meer dan de theorie, vandaar misschien mijn focus op innovatie. In de jaren negentig groeide het belang van innovatie als beleidsbegrip. Dat was als vervolg op de impulsen van Gaston Geens in de jaren tachtig, want daarvoor was er niet echt een wetenschaps- en technologiebeleid op het Vlaamse niveau. Zowel het EWI als het IWT zijn bezig met innovatie. Waarin verschillen beide organisaties? "De rol van een departement is anders dan die van een agentschap. In principe moet het departement het beleid mee voorbereiden en ondersteunen ten dienste van de minister en de Vlaamse regering, terwijl het agentschap uitvoering geeft aan het beleid. Het IWT staat dus veel dichter bij het werkveld, de bedrijven en de onderzoeksinstellingen. Beide geven subsidies, maar bij het EWI beperkt zich dat tot de basisfinanciering. Het IWT beoordeelt vooral op grond van concrete projecten en is in zekere zin te vergelijken met een durfkapitalist, met dat verschil dat het niet investeert met het oog op een lucratieve exit zoals dat bij een durfkapitalist het geval is. De wetenschappelijke waarde is voor het IWT minstens zo belangrijk als de valorisatie van de resultaten." Vorig jaar verleende het IWT voor 311 miljoen euro subsidies aan bedrijven, organisaties, onderzoek- en onderwijsinstellingen in Vlaanderen. Als gevolg van de economische crisis stagneerde het budget dit jaar. "De terugval is nu nog niet dramatisch, dit jaar gaat het globaal om ongeveer 5 procent", zegt Lories. "We zitten nu eenmaal in een periode van besparingen. Dat is jammer, want het aantal aanvragen voor subsidies van het IWT neemt toe. We zullen dus iets selectiever moeten zijn en keuzes maken. De ambitie is er wel, maar de middelen moeten natuurlijk beschikbaar zijn." De economische crisis sloeg toe op een moment dat Vlaanderen er sowieso al moeilijk in slaagde de ambities van de projecten 'Vlaanderen in actie' en 'Toekomstpact 2020' te realiseren. Die projecten streven ernaar om van Vlaanderen een Europese topregio te maken met een competitieve kenniseconomie. Een nobel streven, maar niet meteen binnen handbereik, zo bleek enkele maanden geleden uit het 440 pagina's dikke Vlaamse Regionale Indicatorenboek, kortweg Vrind. Vlaanderen kreeg slechte punten op een hele rist indicatoren. Zo lijkt het bijvoorbeeld niet langer haalbaar dat tegen 2010 3 procent van het bruto binnenlands product gaat naar onderzoek en ontwikkeling (O&O), nochtans een van de meest concrete doelstellingen uit 'Vlaanderen in actie'. Vlaanderen komt niet verder dan iets meer dan 2 procent, zo blijkt. "Er waren verschillende zaken gelijktijdig aan het lopen. Het is pas nu dat dit allemaal in elkaar kan gepast worden en de zaken geïmplementeerd kunnen worden. Men mag nu nog geen voorbarige conclusies trekken. OK, die drie procent is niet langer realiseerbaar, maar dat cijfer heeft vooral een symbolische waarde. We moeten daar voorzichtig mee zijn. Het is een streefdoel dat dateert van enkele jaren geleden, en toen kwam er de crisis. We moeten bovendien opletten niet cynisch te worden: men zou kunnen redeneren dat het BBP achteruit gaat dus dat dit percentage omhoog gaat." Welke rol kan het IWT spelen in projecten als 'Vlaanderen in actie'? Lories: "Er zullen afspraken gemaakt worden met de bevoegde ministers zoals voorzien in het regeerakkoord. Samen met andere organisaties zal bekeken worden hoe de zaken concreet dienen te worden aangepakt. Een aantal dingen is al gerealiseerd, maar het is duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is. Het IWT heeft vooral als rol de voorbereidende trajecten te ondersteunen en evalueren. En natuurlijk is er ook onze subsidiëringsrol." Subsidieert het IWT ook start-ups? "Jazeker. Ik denk dat het IWT een grote rol kan spelen voor jonge bedrijven. Het gaat dan vaak om projecten die nog in de onderzoeksfase zitten. Ook de kmo's krijgen veel aandacht vanuit het IWT, we hebben daar een aantal specifieke laagdrempelige instrumenten voor ontwikkeld. Het gaat dikwijls maar over kleinere bedragen, maar voor kmo's is het toch wel belangrijk." Hoe doet Europa in het algemeen, Vlaanderen in het bijzonder het op het vlak van innovatiebeleid ten opzichte van de VS? "Tja, afgaande op de statistieken scoren de VS beter. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het aantal patenten. Er zijn in de VS nu eenmaal meer financiële middelen beschikbaar. Er zit ook een groot aantal gerenommeerde instellingen die werken als een magneet op buitenlandse onderzoekers. Maar er worden steeds meer initiatieven genomen om bekwame mensen in België te houden of ze terug naar hier te halen. Maar uiteraard heeft de VS een heleboel troeven, je wordt er bijvoorbeeld beter betaald. Wat de deelname aan Europese onderzoeksprogramma's betreft scoort Vlaanderen evenwel vrij goed in vergelijking met andere Europese landen en regio's, vooral ook wat onze kmo's betreft. Maar het kan nog veel beter, veel opportuniteiten worden niet voldoende benut." Waar gaat Lories prioriteit aan geven de komende jaren? "Ik denk dat het er eerst en vooral op aankomt het IWT goed te leren kennen. Daar ga ik me de eerste maanden intensief mee bezighouden. Dan zal ik samen met het management bekijken wat de pijnpunten zijn en waar eventueel kan bijgestuurd worden. Vandaag ga ik daar nog geen uitspraken over doen." Luc Van Aelst'Het IWT is in zekere zin te vergelijken met een durfkapitalist, met dat verschil dat het niet investeert met het oog op een lucratieve exit.'