"Zeg, PC, ge moet het standpunt van de kandidaat toch ook eens een beetje proberen te begrijpen."
...

"Zeg, PC, ge moet het standpunt van de kandidaat toch ook eens een beetje proberen te begrijpen." Ik sta perplex van deze directe uitval van Jef Deckers. "Hoe bedoel je, Jef? Jouw belang is mijn belang. Ik doe niet anders dan jouw standpunt proberen te begrijpen." "Zo komt het toch niet bij mij over, Paul. Ik heb het gevoel dat je me aan het pushen bent om die plaats van netwerk manager hier bij Johnson & Johnson aan te nemen." "Ok, Jef, laten we het samen vanuit jouw standpunt bekijken. Waarom zou je bij J&J willen werken? Wat trekt je aan in deze job?" "Wel, euh, het financiële voorstel ziet er goed uit, het lijken serieuze mensen, ik denk dat er een goede sfeer is, en ze hebben interessante plannen voor de toekomst met hun netwerk." "Zijn dat argumenten die belangrijk zijn voor jou?" "Ja, vooral de sfeer trekt me wel aan. En de technologie." "Ok. Waarom zou je niet bij je huidige werkgever, Mobistar, weg willen gaan?" "Wel, euh, het is dichtbij, hé, ik ben er nu al vijf jaar, ik ken daar alles en iedereen. En mijn vrouw is er eigenlijk tegen. Zij zegt dat gij mijne kop aan het zot maken zijt, en dat ik 's morgens in de file naar Brussel moet gaan zitten, en dat ik ons Wendy niet meer naar school kan brengen, en dat zij dat nu zelf zal moeten doen. Wij wonen in Overpelt hé, ge moet dat niet onderschatten." Je moet het toch maar kunnen: zagen en zingen tegelijk. Dat kunnen alleen Limburgers uit Overpelt. Mijn gezicht blijft in zijn meest empathische plooi. "Zijn dat argumenten die belangrijk zijn voor jou?" "Ja, wat denkt ge? Ge verandert gemakkelijker van werk dan van vrouw, hé." "Hoe belangrijk is jouw professionele tevredenheid voor jouw vrouw, Jef?" "Goh, da's een moeilijke vraag. Als ik content ben, is zij ook content, zal ik maar zeggen, zeker?" "Welk risico neem je als je van werk verandert, Jef?" "Welk risico? Goh, PC, da's nog zo'n moeilijke vraag." "Ja, Jef, je vraagt mij om het van jouw kant te bekijken." "God ja, welk risico. Dat mijn vrouw het afstapt en dat ze ons Wendyke meeneemt." "Stel dat dat gebeurt, Jef, hoe zou je daarop reageren?" "Zeg PC, nu gaat ge toch wel heel ver, hé." Hij rekt zijn zangerige klanken extra lang, zodat het bijna een komisch effect heeft. Héééééél ver, zo klinkt het. "Hoe groot is de kans dat je vrouw zoiets zou doen?" "Ik heb uw vorige vraag nog niet beantwoord. Ik weet eigenlijk niet of ik dat zo erg zou vinden. Dat ze het afstapt. Die bostroela." "Jij verandert blijkbaar gemakkelijker van vrouw dan van werk, Jef." Ik probeer het gesprek opnieuw wat luchtiger te maken, want we komen hier in een sfeer terecht waar ik liever uit weg blijf. Maar mijn poging tot vrijblijvende vrolijkheid komt heel gemaakt over. "Awel, ik ben blij dat we het hier eens over kunnen hebben, PC." "Ik ben wel geen huwelijksconsulent, hé, Jef." Die boot moet ik kost wat kost afhouden. Seffens hangt hier al de vuile was van het gezin Deckers in mijn bureau. "Eigenlijk zou ik het daarvoor moeten doen, om die tang eens goed te pesten." Die bedaagde heikneuter heeft ineens iets heel grimmigs gekregen. "Godverdomme, ja. Ik heb altijd onder de sloef gelegen. Altijd en op alles ja gezegd. Awel, vanaf nu is dat gedaan." Hij ziet eruit als iemand die een onwrikbaar besluit genomen heeft. Zijn ogen priemen vooruit, een heldere toekomst tegemoet. Er heeft zich hier een existentiële transformatie afgespeeld. Er zit een andere Jef Deckers voor mij. De zweetranden op mijn tafel zijn verdwenen. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Er valt een vreemde stilte. Ineens gaat Jef zijn gsm af. Die manhaftigheid van enkele seconden geleden schrompelt even snel ineen. "Ja, schat, natuurlijk schat, ik zal het niet te laat maken. En ik zal een brood mee brengen. Zal ik nog langs de GB rijden? Maar natuurlijk. De lottoformulieren moet ik nog binnen brengen. En hoe heeft ons Wendyke het op school gedaan?" Hij kijkt mij verontschuldigend aan en maakt een gebaar van "begrijp je mij nu?" Ik probeer mijn meewarigheid te onderdrukken en knik met hetzelfde empathische gezicht van daarstraks. Dit wordt niks. DOOR JAN FLAMEND