Op het Mobile World Congress blazen elk jaar de toplui van de brede mobiele industrie verzamelen. Breed, want van innovatieve apps, over gloednieuwe smartphones tot de netwerkinfra- structuur en de backhaul van de toekomst. Geen enkele operator die het vlakaf toegeeft, maar uit elke keynote, iedere rondetafel of nagenoeg elke workshopsessie blijkt dat telco's zich met name zorgen baren over die netwerkinfrastructuur.
...

Op het Mobile World Congress blazen elk jaar de toplui van de brede mobiele industrie verzamelen. Breed, want van innovatieve apps, over gloednieuwe smartphones tot de netwerkinfra- structuur en de backhaul van de toekomst. Geen enkele operator die het vlakaf toegeeft, maar uit elke keynote, iedere rondetafel of nagenoeg elke workshopsessie blijkt dat telco's zich met name zorgen baren over die netwerkinfrastructuur. Franco Bernabè, de ceo van Telecom Italia en momenteel ook voorzitter van de GSM Association die het Mobile World Congress organiseert, had in de aanloop van het congres wel voor wat voer voor discussie gezorgd. Bernabè had in een gesprek met de Financial Times onomwonden gezegd dat de explosieve groei van mobiele data voor video, gaming, media en apps in het algemeen, nu al voor sporadische onderbrekingen zorgt in bepaalde netwerken. Jaren geleden al - apps vormden een verhaal dat nog moest geschreven worden - werd op ditzelfde congres gewezen op de keerzijde van mobiele data. De oplossing die toen naar voor geschoven werd, luisterde naar de naam 4G - mobiele communicatie van de vierde generatie - en werd nog wat later concreet ingevuld door het ronkende LTE: Long Term Evolution. Telecomfabrikanten waren er als de kippen bij om hun apparatuur aan te prijzen en jaar na jaar kondigde de ene na de andere operator aan dat het zinnens was om 4G-netwerken uit te rollen. Maar toen begon het verhaal te haperen. Europa begon zich alsmaar meer te moeien met het telecombeleid en trachtte de exorbitante (roaming)-winsten van de telcojongens af te romen in een poging om consumenten te beschermen. Maar in zo'n klimaat hadden sommige Europese operatoren plotseling al heel wat minder zin om fors te investeren in nieuwe netwerken. Maar ook de financiële middelen waren plotsklaps heel wat minder vanzelfsprekend geworden: de financieel-economische crisis in 2009 en de double-dip hebben ook de telco's pijn gedaan. Begrijp ons niet verkeerd: LTE is wel degelijk de weg die de meeste operatoren nog steeds bewandelen - zij het aan een wat trager tempo: de naam Long Term Evolution lijkt plotseling pijnlijk goed gekozen. Maar ondertussen is daar dus de imminente, niet afhoudende druk op de mobiele netwerken. Operatoren kaatsen de bal daarbij deels terug naar de smartphonefabrikanten. Zowel bij Samsung als HTC kregen we bijvoorbeeld te horen dat operatoren ondertussen lang niet alleen meer kijken naar de prijs wanneer ze nieuwe handsets komen aankopen. Een steeds terugkerende vraag is geworden hoe 'bandbreedtevriendelijk' een smartphone (of tablet) werkt. De hoeveelheid dataverkeer die een smartphone verbruikt, verschilt naar verluidt danig, waarbij zowel merk, platform, als type bepalende elementen zijn. Android zou op dit vlak een streepje voor hebben, terwijl iOS en Windows Phone het minder goed doen. Ook 'signalling' is een belangrijke parameter: zeg maar het aantal keer dat een smartphone zich opnieuw bij een netwerk moet aanmelden. Dat kan softwarematig in een smartphone aangepast worden, maar is ook afhankelijk van de netwerkinfrastructuur. Dus zijn ook de infrastructuurleveranciers aan zet. Nokia Siemens Networks bijvoorbeeld tracht niet alleen 'signalling' te optimaliseren, maar zet ook alsmaar meer in op een vorm van 'business intelligence': denk dan aan proactieve capaciteitsplanning en real-time reporting, om beter om te gaan met plotselinge pieken in het verkeer. Ook andere leveranciers hebben ondertussen soortgelijke oplossingen in huis. Waar operatoren het nog het moeilijkst mee hebben zijn de app-ontwikkelaars. Sommige apps zijn bijvoorbeeld op zo'n manier ontwikkeld dat ze nauwelijks rekening houden met de druk die ze op de netwerken leggen. De populaire messagingapplicatie Whatsapp bijvoorbeeld zou uiterst inefficiënt ontwikkeld zijn waardoor de netwerken onnodig zwaar belast worden. Maar sinds het succes van hun app staan de oprichters naar verluidt ook niet te springen om zware technische ingrepen aan hun applicatie uit te voeren enkel en alleen omdat de operatoren een probleem hebben. Franco Bernabè roept de industrie daarom op tot meer samenwerking op alle niveau's. Maar ook dat is iets wat niet van de ene dag op de andere gebeurt. En zo gebeurt het dat technologie als wifi plotseling geen scheldwoord meer is in het bijzijn van mobiele operatoren. Wie tussen de beursstanden laveerde, hoorde op het Mobile World Congress vaak het woord 'wifi' vallen. Verschillende fabrikanten tonen oplossingen om mobiele netwerken te ontlasten via wifi. Ericsson bijvoorbeeld heeft onlangs wifi-aanbieder BelAir Networks gekocht en kondigt nu een apart gamma 'small cell'-producten aan. Het gaat dan om picocellen met ingebouwde ondersteuning voor wifi. Deze producten kunnen simultaan met traditionele basisstations uitgerold worden, waardoor die netwerken uitgerust worden met bijkomende capaciteit. Ericsson zwaait met cijfers waaruit moet blijken dat operatoren daardoor de helft minder spectrum nodig hebben en de doorvoersnelheid er 2 tot 10 keer op vooruit gaat. Hoe wifi dan precies geïntegreerd moet worden, en hoe dat dan in standaarden gegoten wordt is nog een open vraag. Ericsson gaat er van uit dat dat nog een tweetal jaar in beslag kan nemen. In een rapport wijst Informa Telecoms & Media er op dat 'small cells' duidelijk in opmars zijn. Tegen 2016 verwachten de analisten een twintigvoudige groei waarbij zelfs wereldwijd 88 % van alle basisstations uitgerust zou zijn met een of andere vorm van 'small cells'. Als belangrijke (proef)projecten vernoemt Informa 3UK, Free in Frankrijk, Vodafone in Portugal én het allereerste LTE-netwerk met femtocells van SK Telecom. Ook bij Telefonica O2 en Telenor zouden projecten op stapel staan. Maar ook Alcatel-Lucent liet zich niet onbetuigd. Hun lightRadio-concept - zeg maar een all-in-one basisstation dat niet groter meer is dan een kubus - werd vorig jaar nog als een belangrijke innovatie op het congres gezien. Nu voegt Alcatel-Lucent ook wifi-ondersteuning toe aan lightRadio. Een klant van een mobiele operator zou dan naadloos moeten kunnen overschakelen tussen een 3G- of 4G-netwerk én een wifi-netwerk. Een mobiele operator baat in zo'n scenario dus een hybride netwerk uit. Het lijkt er dus op dat dit jaar wifi als een integraal deel van de infrastructuurstrategie van een operator beschouwd wordt. Het is ooit anders geweest... Mogelijk komen die hybride netwerken er dan ook sneller dan gedacht. Kijk maar naar ons land. Zowel Belgacom en Telenet maken van hun klanten wifi-hotspots door hun basisstations open te stellen. Dat daardoor mogelijk heel wat mobiele data omgeleid wordt naar het vaste netwerk in de grond is ongetwijfeld meer dan alleen maar een mooi meegenomen neveneffect. Kristof Van der Stadt