Over internet in de wagen is al veel inkt gevloeid. Vorig jaar viel al op dat het autosalon in Brussel meer dan vroeger aandacht had voor internet en multimedia in de wagen. Zowat alle grote constructeurs waren op z'n minst al aan het nadenken over wifi in de wagen - zij het dan doorgaans nog voor de iets luxueuzere modellen.
...

Over internet in de wagen is al veel inkt gevloeid. Vorig jaar viel al op dat het autosalon in Brussel meer dan vroeger aandacht had voor internet en multimedia in de wagen. Zowat alle grote constructeurs waren op z'n minst al aan het nadenken over wifi in de wagen - zij het dan doorgaans nog voor de iets luxueuzere modellen. De verwachting is dat die trend zich ook dit jaar zal doorzetten én dat ook wat meer wagens uit het middensegment over een wifi-optie kunnen beschikken. Citroën bijvoorbeeld heeft de ambitie om zoveel mogelijk wagens die optionele mogelijkheid te geven. Concreet wil dat zeggen dat eigenaars van monovolumewagens als de populaire (Grand) C4 Picasso of de DS4 en DS5 maar ook de nieuwe Berlingo optioneel een wifi-module kunnen kopen. Daar betaal je exclusief de plaatsing zo'n 300 euro voor. Via die wifi-module die van je auto eigenlijk één rijdende hotspot maakt, kunnen passagiers in de wagen dan surfen via een laptop of notebook, maar ook hun e-mail lezen op een smartphone of eventueel ook spelcomputers draadloos verbinden met internet. De eigenlijke internetverbinding wordt dan verzorgd via een 3G(+)-netwerk. De module wordt zonder abonnement en simkaart geleverd: het staat je met andere woorden vrij om zelf een provider uit te kiezen. Ook andere automerken springen op de kar. Bij Mercedes-Benz spreekt men over 'In-Vehicle Hot Spot': een wifi-systeem waarvoor de autofabrikant partnert met Autonet Mobile; een Amerikaans bedrijf waarin niemand minder dan Option in 2011 nog 1,5 miljoen dollar pompte en waarmee het een strategische alliantie sloot. Maar de grote voortrekkers zijn toch vooral Ford, BMW en Audi. De nieuwe Mondeo- en Fiesta-modellen van Ford zullen bijvoorbeeld standaard uitgerust worden met het Sync-entertainmentsysteem waar spraakherkenning van Nuance een centrale rol in speelt. Ford gaf twee jaar geleden overigens nog een fel gesmaakte keynote op het Mobile World Congress in Barcelona rond hun visie op 'connected cars'. Niemand minder dan Bill Ford - de achterkleinzoon van Henry Ford - sprak toen over dé uitdaging om één miljard wagens met elkaar te verbinden. "Enkel zo kunnen we een wereldwijde file vermijden", orakelde hij nog. BMW heeft met Car Hotspot een optie om wifi in de wagen te brengen, maar gaat met ConnectedDrive nog een stukje verder. ConnectedDrive werkt met een lcd-scherm in het midden van het dashboard, waarop allerlei informatie af te lezen valt die via een internetverbinding binnengehaald wordt. De bediening gebeurt via een pook in het middenstuk, rechts van de bestuurder in de buurt van de versnellingspook. Audi was volgens IMS Research een van de eerste constructeurs die wifi in het productaanbod introduceerde. Het onderzoeksbureau gaat er van uit dat wifi een soortgelijke trend als Bluetooth zal volgen. In de komende zeven jaar zal het tempo waarin auto's uitgerust worden met wifi drastisch versnellen. En dat is volgens IMS Research ook een van de gevolgen van het mislukken van 'high speed' Bluetooth. "Dat high speed Bluetooth niet van de grond gekomen is, heeft voor een gat in de automotive-industrie gezorgd. Sinds wifi in smartphones populair geworden is en Wi-Fi Direct een feit is, wordt wifi gezien als de technologie die dat gat kan opvullen", zegt Filomena Berardi, senior market analyst bij IMS Research. Maar Audi ziet wifi maar als één toepassing van internet in de wagen. De fabrikant wil meer gaan inzetten op internetdiensten via het 'Audi Connect'-platform. "Op langere termijn moet dat uitmonden in een voertuig dat naadloos geïntegreerd wordt met zijn omgeving, met andere wagens, met de wegeninfrastructuur maar ook met de garagehouder", zegt Thomas De Meûter, woordvoerder van Audi in België. De idee is dat de wagen zelf proactief zal reageren wanneer er bijvoorbeeld een mechanisch probleem dreigt aan te komen. De communicatie gebeurt dan volledig automatisch vanuit de wagen naar de garagehouder. Maar zover zijn we nog niet. Op dit ogenblik wordt Audi Connect vooral nog als een hulpmiddel voor onderweg en deels ook voor entertainment gepositioneerd. Concreet gaat het om een lcd-scherm vooraan op het dashboard, waarop allerlei internetdiensten geraadpleegd kunnen worden. Denk dan uiteraard aan verkeersinformatie (Inrix) en intelligente navigatie (met een link naar Google Earth en Google Street View), maar ook aan 'points of interests' inclusief telefoonnummers. Zo kun je vanop het scherm bijvoorbeeld meteen een restaurant in de buurt opzoeken én meteen ook een telefoontje starten om te vragen of er nog een tafel voor twee beschikbaar is. Nieuws lezen of de weersvoorspelling raadplegen is mogelijk, net als het opvolgen van vlieguren (FlightStats) en zelfs je Facebook- en Twitter-profiel kan gekoppeld worden. "Die koppeling gebeurt via het online 'MyAudi'-portaal. Registreren gebeurt op basis van het chassisnummer van de wagen, legt De Meûter uit. Audi gaat het Connect-platform als een optie verkopen (ongeveer 600 euro, inclusief btw) in zowel de typische zakelijke voertuigen als de A6 en A8, maar ook in de A1 en A3 die vooral een jonger publiek aanspreken. "Het is echt de bedoeling om je wagen als een verlengstuk van je bureau te zien", zegt De Meûter nog. Audi gebruikt overigens voor het platform - dat helemaal in eigen huis ontwikkeld werd - de Tegra3-chip van nVidia. Voor de connectiviteit kun je ofwel zelf een simkaart in het toestel stoppen, ofwel (indien compatibel) de simkaart van je smartphone aanspreken. Dat gebeurt dan via het 'sim access profile' van Bluetooth; een techniek om draadloos en automatisch verbinding te kunnen maken met de simkaart in een mobiele telefoon. Of Audi merkt dat de consument geïnteresseerd is in het platform? "Die vraag is nu eerder nog beperkt, om de eenvoudige reden dat de verwachting er nog niet is dat dit allemaal al mogelijk is. Op het autosalon en ook bij onze dealers willen we in de eerste plaats aan de consument tonen wat nu al kan. De vraag zal dan wel snel volgen", meent De Meûter. Als internet in de wagen aan- slaat, dan is dat niet alleen een opportuniteit voor autofabrikanten en toeleveranciers van accessoires maar zeker ook voor mobiele operatoren. De internetverbinding zal immers gebruik moeten maken van mobiele netwerken en dus moet er een simkaartje in de wagen. Minstens één blijkbaar. "Wij geloven niet meer dat één simkaart alle communicatie zal kunnen verzorgen", zegt Gert Pauwels, die business development leidt bij het Orange Business Services International M2M Center bij Mobistar. "Het wettelijk kader voor eCall bijvoorbeeld is nog niet rond (zie verderop in dit dossier, nvdr), maar dat is slechts één van de ondertussen 12 gedefinieerde toepassingen waarbij een simkaart nodig is. Het zal onmogelijk worden om die allemaal op één simkaart te stoppen. Een antidiefstal-toepassing, een automatische hulpoproep bij een ongeval, of een Facebook-statusupdate kun je moeilijk via dezelfde verbinding afhandelen?", stelt Pauwels zich de vraag. Hoe dan ook lijkt 'in-car internet' een mooie toekomst weggelegd. "Iedereen weet dat de voorspelde groei er ook écht zal komen. Maar niemand weet exact wanneer precies", zegt Pauwels. "Ik ben er wel van overtuigd dat de vraag er nu wel degelijk is, en dat het alleen maar aan het versnellen is. Tel daarbij dat telco's meer en meer overlappen met web en met it, en de puzzelstukken lijken in elkaar te vallen", aldus Pauwels. Potentieel gaat 'in-car internet' uiteraard over miljoenen zogeheten 'machine-to-machine' simkaarten maar waarbij de marges mogelijk niet zo groot zijn. Orange is dan ook niet van plan om enkel maar het connectiviteitsgedeelte voor zijn rekening te nemen: de fysieke sim-kaarten zeg maar. "We zien voor Orange ook een rol weggelegd in het concreet aanbieden van content en services", besluit Gert Pauwels.Kristof Van der Stadt