Al een kleine tien jaar geleden experimenteerden bedrijven met software via het web. Maar het Application Service Provisioning (ASP)-model dat rond de eeuwwende opgang maakte, was een doodgeboren kind. Opvolger SaaS lijkt een ander en beter lot beschoren. Hoe dat komt? We vragen het aan één van de grote SaaS-specialisten uit de sector, Colleen Smith.
...

Al een kleine tien jaar geleden experimenteerden bedrijven met software via het web. Maar het Application Service Provisioning (ASP)-model dat rond de eeuwwende opgang maakte, was een doodgeboren kind. Opvolger SaaS lijkt een ander en beter lot beschoren. Hoe dat komt? We vragen het aan één van de grote SaaS-specialisten uit de sector, Colleen Smith. "Het grote probleem was dat het internet tot voor enkele jaren niet als een businessplatform werd gezien. De early players hielden zich in de meeste gevallen bijna uitsluitend met de hosting zelf bezig, en niet met de applicaties die ze aanboden. Die vroege vogels hadden ook geen kijk op hoe bedrijven zaken doen, of hoe ze georganiseerd zijn." Een ander probleem was dat er bij het ASP-model in feite maatwerk geleverd werd. De implementatie van de toepassingen verschilde van klant tot klant. Terwijl softwareleveranciers het vaak verzuimden om de architectuur van hun software aan te passen voor online gebruik. "Zo vraag je natuurlijk om problemen", oppert Smith. "Sluitende oplossingen om de kosten te drukken bleven dan ook uit." "Bij SaaS krijg je een 'one to many'-model, waarbij verschillende klanten dezelfde software gebruiken", gaat de topvrouw verder. "Pas in een later stadium wordt er gekeken naar specifieke bedrijfsbehoeften. Dat is toch een belangrijk verschil." Om succesvol te kunnen zijn als SaaS-leverancier, moet een bedrijf volgens Smith voldoen aan drie voorwaarden. "De eerste ligt een beetje voor de hand: je moet anders zijn dan de anderen, en met een unieke toepassing komen. Nu de focus verschuift van de technologie an sich naar het zakelijke aspect, en er meer aandacht gaat naar het juiste businessmodel achter de toepassing, zijn we wat dat betreft op de goede weg." De tweede voorwaarde is dat de bedrijven in kwestie moeten beschikken over state of the art infrastructuur. Hier komt Progress zelf in beeld, omdat het bedrijf zich toelegt op het aanbieden van infrastructuur voor derden, en zijn partners mee laat evolueren met de nieuwste technologieën. "Concreet helpen we softwareontwikkelaars met het bouwen van applicaties op ons Eclips-gebaseerde OpenEdge platform", klinkt het nog. "In die zin verschillen we ook van bedrijven zoals Oracle of Microsoft, die vooral op de eigen SaaS-toepassingen focussen. Wij hebben geen eigen kanaal dat we moeten promoten." En last but not least moeten sofwareleveranciers tot het besef komen dat ze een ander businessmodel moeten hanteren. SaaS-aanbieders moeten het niet hebben van een omzet bij verkoop, waarbij ze éénmalig een flink bedrag aan licentiekosten ontvangen. "De partner moet overstappen naar een model van maandelijkse betalingen in functie van het reële gebruik van de software door de klant. Die overstap zorgt wel eens voor problemen, omdat de softwarebouwer eventueel moet investeren in aanpassingen en in de verdere ontwikkeling van zijn product, terwijl de inkomsten in een eerste fase logischerwijs lager zijn." SaaS-leveranciers beginnen ook langzaamaan te beseffen dat ze de meerwaarde die het internet kan bieden, moeten integreren in hun toepassingen. "Er gaat al veel meer aandacht naar de gebruiksvriendelijkheid van de toepassingen, en dat is ook nodig. Eindgebruikers verwachten van online-software dat hij even eenvoudig te bedienen valt als een programma zoals eBay." Het ontwikkelen van mash-ups, iets waar Google al een tijdje mee bezig is, is een ander voorbeeld van de meerwaarde die het internet kan bieden. "De integratie van webgebaseerde SaaS-applicaties is relatief eenvoudig", aldus nog de directeur, "maak er dus gebruik van." Progress stimuleert zijn partners alvast tot het ontwikkelen van dergelijke mash-ups. "Kleine nuance toch: eigenlijk evolueren we naar een 'dienstenverzamelaar' die SaaS-gebaseerde toepassingen van partners bij elkaar brengt en integreert, al dan niet met eenzelfde gebruikersinterface." Smith oppert dat die verticale integratie rond de behoeften van een bepaalde bedrijfssector, de richting is die SaaS moet uitgaan. Waarmee ze meteen haar eigen winkel verdedigt, want het toeval wil dat de partners van Progress bijna allemaal bouwers van verticale of sectorgerichte toepassingen zijn. "Maar denk toch even aan de voordelen", klinkt het nog. "Door het bijeenbrengen van SaaS-leveranciers kunnen we volledige bedrijfsoplossingen creëren, dat is toch wat de markt vraagt? Kmo's of zelfs particulieren die een integratie van verschillende toepassingen in het verleden niet konden betalen, kunnen via SaaS dus wel aan industrie-specifieke oplossingen geraken." "Op dit ogenblik zijn er zich al verschillende, verticaal geïntegreerde zakelijke netwerken aan het vormen, rond tal van niches", besluit de Amerikaanse. "Denk maar aan het LexisNexis netwerk, dat bedrijven voorziet van zakelijke en juridische informatie uit de meest uiteenlopende bronnen. De voorbeelden zijn even talrijk als verscheiden." Frederik Tibau