Het overlegcomité was vorige maand al uiteen gegaan zonder akkoord. Dat was vandaag opnieuw het geval. "Ordinaire centenkwestie blokkeert economische toekomst van ons land," klinkt het bij minister voor Telecommunicatie Philippe De Backer.

Concreet gaat het over de verdeling van de inkomsten uit de frequentieveilingen. Die gaan doorgaans voor tachtig procent naar de federale overheid en voor twintig procent naar de deelstaten. De redenering is dat 5G ook in het vaarwater van media, een bevoegdheid van de deelstaten, komt en dat de deelstaten daarom meer geld willen.

De Backer is boos en teleurgesteld, klinkt het bij zijn woordvoerder. Hoewel er volgende maand een nieuwe overlegpoging is, was dit het overleg van de laatste kans. Zelfs als er volgende maand een akkoord komt, dan raakt die niet meer goedgekeurd door het parlement, omdat dat binnenkort wordt ontbonden door de nakende verkiezingen..

2-3 jaar later

Pas na de goedkeuring in het parlement kan de veiling worden georganiseerd. Als die voor begin 2020. Als dat pas na de verkiezingen kan, dan verschuift niet alleen de goedkeuring, maar ook de veiling zelf met minstens enkele maanden. Volgens het kabinet van De Backer dreigt er nu uitstel op lange termijn. Een uitrol van 5G kan daardoor nog 2-3 jaar op zich laten wachten.

Dat betekent een enorme technologische achterstand voor België. Verschillende operatoren, ook in België, voeren vandaag testen uit met 5G en algemeen wordt aangenomen dat verschillende landen, ook in Europa, dit jaar met een veiling of misschien zelfs uitrol zullen beginnen. Ons land dreigt dus ernstig achterop te lopen omdat het federale en regionale niveau ruzie maken.

Intussen heeft minister De Backer op Twitter laten weten dat vooral Vlaanderen tegenwerkt in het overlegcomité. Hij laat ook weten dat hij nu voorstelt om de veiling alsnog te laten doorgaan en later te discussiëren over de verdeling van de opbrengsten. Maar ook dat werd volgens hem niet aanvaard door de deelstaten.

680 miljoen te verdelen

Over hoeveel geld gaat het? De veiling zal naar schatting zo'n 680 miljoen euro opbrengen. Dat wil zeggen dat als de deelstaten daar twintig procent van krijgen, dat ze samen aanspraak maken op 136 miljoen euro. Doorgaans gaat 60 procent daarvan naar de Vlaamse gemeenschap en 40 procent naar de Franstalige gemeenschap. Dat betekent 81,6 miljoen voor Vlaanderen en 54,4 miljoen voor de Franstalige gemeenschap.

Stel dat de federale overheid gul is en de verdeelsleutel zou optrekken naar 50 procent, dan gaat het over 340 miljoen euro. Dan gaat het om 204 miljoen euro voor Vlaanderen en 136 miljoen euro voor de Franstalige gemeenschap.

Het gaat weliswaar om een schatting, maar als het klopt dat Vlaanderen vooral dwarsligt, dan doet het dat dus om een eenmalige inkomst van zo'n honderd miljoen euro. Ter vergelijking: dat is wat de Vlaamse regering het afgelopen jaar als begrotingsoverschot optekende.