Met een investering van 6,5 miljoen euro wil de N-VA-minister onder meer zorgen voor de nodige hardware, zoals VR-brillen, maar ook voor aangepaste software en de nodige ondersteuning voor vakleerkrachten. 'We hebben nu nog een achterstand in VR, maar met dit plan buigen we die achterstand om in een voorsprong', zegt minister Weyts.

Toepassingen in virtuele realiteit zijn vandaag vrij zeldzaam in beroeps- en technische scholen. Toch kunnen ze net in die arbeidsmarktgerichte opleidingen nuttig zijn. Leerlingen van het bso en tso kunnen met een VR-bril bijvoorbeeld kennismaken met de allernieuwste assemblagetechnieken, levensechte brandoefeningen doen of leren hoe je een pijpleiding last onder water. Via VR kunnen leerlingen situaties meemaken die in een gewoon klaslokaal onmogelijk of zelfs gevaarlijk zouden zijn.

Scholen moeten ook minder peperdure machines aankopen, want in VR kunnen leerlingen oefenen met alle gloednieuwe en zeer geavanceerde toestellen. Als een leerling een fout maakt in virtuele realiteit, dan is er bovendien geen enkele echte machine kapot.

'Arbeidsmarkt van de toekomst'

Om de mogelijkheden van VR beter te benutten, heeft Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts een actieplan uitgewerkt dat moet ingaan in het schooljaar 2022-2023. Het plan gaat gepaard met een investering van 6,5 miljoen euro. Middelen die onder meer ingezet zullen worden in de aankoop van VR-brillen, aangepaste software en in de opleiding van vakleerkrachten. Volgens minister Weyts kunnen jongeren via de ervaringen met virtual reality 'een voorsprong (krijgen) op de arbeidsmarkt van de toekomst'.

Technologiefederatie Agoria moedigt de extra investering aan. 'Het is meer dan ooit noodzakelijk dat jongeren en studenten kunnen werken met nieuwe technologie', zegt algemeen directeur Jolyce Demely. Dat Vlaanderen extra inzet op 'schaalbare gesimuleerde leeromgevingen is een noodzakelijke stap in het toekomstbestendig maken van het onderwijs', aldus Demely.

Met een investering van 6,5 miljoen euro wil de N-VA-minister onder meer zorgen voor de nodige hardware, zoals VR-brillen, maar ook voor aangepaste software en de nodige ondersteuning voor vakleerkrachten. 'We hebben nu nog een achterstand in VR, maar met dit plan buigen we die achterstand om in een voorsprong', zegt minister Weyts.Toepassingen in virtuele realiteit zijn vandaag vrij zeldzaam in beroeps- en technische scholen. Toch kunnen ze net in die arbeidsmarktgerichte opleidingen nuttig zijn. Leerlingen van het bso en tso kunnen met een VR-bril bijvoorbeeld kennismaken met de allernieuwste assemblagetechnieken, levensechte brandoefeningen doen of leren hoe je een pijpleiding last onder water. Via VR kunnen leerlingen situaties meemaken die in een gewoon klaslokaal onmogelijk of zelfs gevaarlijk zouden zijn. Scholen moeten ook minder peperdure machines aankopen, want in VR kunnen leerlingen oefenen met alle gloednieuwe en zeer geavanceerde toestellen. Als een leerling een fout maakt in virtuele realiteit, dan is er bovendien geen enkele echte machine kapot. Om de mogelijkheden van VR beter te benutten, heeft Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts een actieplan uitgewerkt dat moet ingaan in het schooljaar 2022-2023. Het plan gaat gepaard met een investering van 6,5 miljoen euro. Middelen die onder meer ingezet zullen worden in de aankoop van VR-brillen, aangepaste software en in de opleiding van vakleerkrachten. Volgens minister Weyts kunnen jongeren via de ervaringen met virtual reality 'een voorsprong (krijgen) op de arbeidsmarkt van de toekomst'. Technologiefederatie Agoria moedigt de extra investering aan. 'Het is meer dan ooit noodzakelijk dat jongeren en studenten kunnen werken met nieuwe technologie', zegt algemeen directeur Jolyce Demely. Dat Vlaanderen extra inzet op 'schaalbare gesimuleerde leeromgevingen is een noodzakelijke stap in het toekomstbestendig maken van het onderwijs', aldus Demely.