Wie in Brussel toeristische logies uitbaat, moet daarvoor een gewestbelasting betalen. Om de inning van die belasting te vergemakkelijken, zijn onlineplatforms als Airbnb verplicht aan de fiscus bepaalde gegevens (informatieplicht) door te geven over wie van hun platform gebruikt maakt om die logies te verhuren. Het gaat daarbij onder meer om het adres, het aantal overnachtingen en het aantal geëxploiteerde eenheden van logies. Geven ze die die niet door, riskeren ze een administratieve geldboete van 10.000 euro.

Airbnb had de vernietiging van die informatieplicht gevraagd. In zijn arrest oordeelt het Grondwettelijk Hof echter dat die bepaling wel degelijk onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt. Die informatieplicht schendt in dit geval noch het recht van de Europese Unie, noch het recht op eerbiediging van het privéleven, luidt het voorts.

Ongrondwettig

Het Hof stelde vast dat de geldboete voor overtreders steeds wordt vastgesteld op 10.000 euro, ongeacht de omvang van de verzoeken om inlichtingen en ongeacht het type van verzuim. Dat dat bedrag niet kan worden verminderd rekening houdend met alle relevante elementen van de zaak, is evenwel ongrondwettig, zegt het Hof. Die bepaling wordt dus wel vernietigd.

Hof handhaaft evenwel de gevolgen van de vernietigde bepaling voor de geldboeten die zijn opgelegd vóór de datum van de uitspraak van dit arrest. Die geldboeten blijven dus bestaan. Met andere woorden: de boetes die reeds werden gegeven, moeten betaald worden.

Wie in Brussel toeristische logies uitbaat, moet daarvoor een gewestbelasting betalen. Om de inning van die belasting te vergemakkelijken, zijn onlineplatforms als Airbnb verplicht aan de fiscus bepaalde gegevens (informatieplicht) door te geven over wie van hun platform gebruikt maakt om die logies te verhuren. Het gaat daarbij onder meer om het adres, het aantal overnachtingen en het aantal geëxploiteerde eenheden van logies. Geven ze die die niet door, riskeren ze een administratieve geldboete van 10.000 euro.Airbnb had de vernietiging van die informatieplicht gevraagd. In zijn arrest oordeelt het Grondwettelijk Hof echter dat die bepaling wel degelijk onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt. Die informatieplicht schendt in dit geval noch het recht van de Europese Unie, noch het recht op eerbiediging van het privéleven, luidt het voorts.Het Hof stelde vast dat de geldboete voor overtreders steeds wordt vastgesteld op 10.000 euro, ongeacht de omvang van de verzoeken om inlichtingen en ongeacht het type van verzuim. Dat dat bedrag niet kan worden verminderd rekening houdend met alle relevante elementen van de zaak, is evenwel ongrondwettig, zegt het Hof. Die bepaling wordt dus wel vernietigd.Hof handhaaft evenwel de gevolgen van de vernietigde bepaling voor de geldboeten die zijn opgelegd vóór de datum van de uitspraak van dit arrest. Die geldboeten blijven dus bestaan. Met andere woorden: de boetes die reeds werden gegeven, moeten betaald worden.