Het bewust verspreiden van desinformatiecampagnes is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Allerlei historische figuren en groeperingen gebruikten al regelmatig deze methode om opinies naar hun hand te zetten. Tegenwoordig leven we echter in een tijd waarin talrijke technologieplatformen de traditionele manieren van informatieoverdracht hebben verstoord. Een gemengde groep van politieke agenten, sociale bewegingen en onafhankelijke 'trollen' hebben deze technieken verfijnd om collectieve opinies te beïnvloeden die allerlei schade kunnen berokkenen. Onze huidige samenleving is sterk gepolariseerd en de huidige coronacrisis heeft het er niet beter op gemaakt. Integendeel. Ook in de berichtgeving rond covid-19 heerst allerhande foutieve informatie. Zo worden berichten over complottheorieën gretig in het rond gestuurd en zowat alle generaties lijken hier gevoelig voor te zijn.

Invloed van sociale media op jongeren

Ik merk toch dat fake news hoofdzakelijk jongeren treft, omdat zij minder gebruikmaken van mainstream nieuwsbronnen. Om die reden wekken Black Lives Matter en de Amerikaanse verkiezingen sterk hun interesse, aangezien deze topics sterk leven op Facebook en Instagram. Het is dus een misvatting dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in nieuws tout court, maar het moet wel aansluiten bij hun leefwereld. 77 procent van de jongeren gebruikt daarom sociale media als belangrijkste nieuwsbron. En hier ligt nu juist het probleem, omdat op deze platformen veel fake news wordt verspreid. Bovendien werken sociale media met algoritmes die voornamelijk berichten tonen die aansluiten bij de interesses van de gebruiker, waardoor een soort filterbubbel ontstaat. Nuances en kadering van bepaalde ideeën komen zo minder snel tot de gebruiker, wat leidt tot versterkende opinies.

De technologie staat momenteel ver genoeg om oplossingen te creëren tegen de verspreiding van desinformatie

Jongeren berusten op hun netwerk van vrienden en familie om nieuws als betrouwbaar te achten, waardoor ze niet actief bronnen gaan checken. Ze zijn eerder op zoek naar nieuws dat verteerbaar gepresenteerd wordt, dan naar diepe uitgebreide artikels. Als we de impact van fake news op jongeren willen aanpakken, moeten we inzetten op korte berichtgeving die jongeren aanspreekt. Nieuwsmedia zoals nws.nws.nws maken interessante, korte en vooral hapklare berichten voor sociale media op maat van jongeren. Deze aanpak blijkt succesvol te zijn: zo'n 125.000 jongeren volgen de nieuwsdienst op Instagram.

Technologie als oplossing

Bij het opsporen en oplossen van fake news is objectiviteit belangrijk. Het probleem van de grote techgiganten als Facebook, Twitter en Google is als een tweesnijdend zwaard. Ze worden beschuldigd van vooringenomenheid door nepnieuwsberichten te labelen en te verwijderen enerzijds, en van niet genoeg op te treden tegen fake news anderzijds. Er heerst een algemene veronderstelling bij enkele complotdenkers dat de techgiganten bewust informatie achterhouden, waardoor met de vinger wordt gewezen naar technologie. En toch kan in technologie juist een oplossing rusten.

De technologie staat momenteel immers ver genoeg om oplossingen te creëren tegen de verspreiding van desinformatie. Door middel van het gebruik van artificiële intelligentie (AI) en data science kunnen apps of platformen worden gecreëerd waar desinformatie wordt opgespoord. Die technologieën kunnen verdachte woorden of zinsconstructies detecteren en doorsturen naar onafhankelijke factcheckers. Ook kunnen algoritmen via scoring verdachte content classificeren.

Belangrijk bij zulke technologie is objectiviteit. De mensen die de algoritmen opstellen zorgen onbewust voor biases. Je kan je vragen stellen bij de grote groep witte mannen van middelbare leeftijd die in Silicon Valley aan het roer staan van de grote techgiganten. Als we technologie verder willen ontwikkelen, moet dit door een diverse groep worden aangestuurd en moeten we bewust zijn voor de gevaren van cognitieve biases.

Nood aan samenwerking en dialoog

Er zijn wereldwijd en ook in België al regelmatig initiatieven opgezet tegen fake news, maar die waren altijd te versnipperd, weinig bekend en niet duurzaam. Fake news heeft betrekking op technologie, journalistiek, media en wetenschap. Alleen als die vier domeinen in dialoog treden, kunnen we tot een oplossing komen.

Technologie kan veel oplossen, maar niet alles. We hebben nood aan een sterk regulerend kader en een dialoog waarin verschillende experts hun ervaringen kunnen delen. Die dialoog moet zich ook richten tot de mensen die actief fake news verder verspreiden. Het heeft geen zin om hen met de vinger te wijzen, maar ik geloof dat een constructieve dialoog meer inzicht kan bieden in de mechanismen die schuilgaan achter fake news.

Het bewust verspreiden van desinformatiecampagnes is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Allerlei historische figuren en groeperingen gebruikten al regelmatig deze methode om opinies naar hun hand te zetten. Tegenwoordig leven we echter in een tijd waarin talrijke technologieplatformen de traditionele manieren van informatieoverdracht hebben verstoord. Een gemengde groep van politieke agenten, sociale bewegingen en onafhankelijke 'trollen' hebben deze technieken verfijnd om collectieve opinies te beïnvloeden die allerlei schade kunnen berokkenen. Onze huidige samenleving is sterk gepolariseerd en de huidige coronacrisis heeft het er niet beter op gemaakt. Integendeel. Ook in de berichtgeving rond covid-19 heerst allerhande foutieve informatie. Zo worden berichten over complottheorieën gretig in het rond gestuurd en zowat alle generaties lijken hier gevoelig voor te zijn. Ik merk toch dat fake news hoofdzakelijk jongeren treft, omdat zij minder gebruikmaken van mainstream nieuwsbronnen. Om die reden wekken Black Lives Matter en de Amerikaanse verkiezingen sterk hun interesse, aangezien deze topics sterk leven op Facebook en Instagram. Het is dus een misvatting dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in nieuws tout court, maar het moet wel aansluiten bij hun leefwereld. 77 procent van de jongeren gebruikt daarom sociale media als belangrijkste nieuwsbron. En hier ligt nu juist het probleem, omdat op deze platformen veel fake news wordt verspreid. Bovendien werken sociale media met algoritmes die voornamelijk berichten tonen die aansluiten bij de interesses van de gebruiker, waardoor een soort filterbubbel ontstaat. Nuances en kadering van bepaalde ideeën komen zo minder snel tot de gebruiker, wat leidt tot versterkende opinies.Jongeren berusten op hun netwerk van vrienden en familie om nieuws als betrouwbaar te achten, waardoor ze niet actief bronnen gaan checken. Ze zijn eerder op zoek naar nieuws dat verteerbaar gepresenteerd wordt, dan naar diepe uitgebreide artikels. Als we de impact van fake news op jongeren willen aanpakken, moeten we inzetten op korte berichtgeving die jongeren aanspreekt. Nieuwsmedia zoals nws.nws.nws maken interessante, korte en vooral hapklare berichten voor sociale media op maat van jongeren. Deze aanpak blijkt succesvol te zijn: zo'n 125.000 jongeren volgen de nieuwsdienst op Instagram. Bij het opsporen en oplossen van fake news is objectiviteit belangrijk. Het probleem van de grote techgiganten als Facebook, Twitter en Google is als een tweesnijdend zwaard. Ze worden beschuldigd van vooringenomenheid door nepnieuwsberichten te labelen en te verwijderen enerzijds, en van niet genoeg op te treden tegen fake news anderzijds. Er heerst een algemene veronderstelling bij enkele complotdenkers dat de techgiganten bewust informatie achterhouden, waardoor met de vinger wordt gewezen naar technologie. En toch kan in technologie juist een oplossing rusten.De technologie staat momenteel immers ver genoeg om oplossingen te creëren tegen de verspreiding van desinformatie. Door middel van het gebruik van artificiële intelligentie (AI) en data science kunnen apps of platformen worden gecreëerd waar desinformatie wordt opgespoord. Die technologieën kunnen verdachte woorden of zinsconstructies detecteren en doorsturen naar onafhankelijke factcheckers. Ook kunnen algoritmen via scoring verdachte content classificeren.Belangrijk bij zulke technologie is objectiviteit. De mensen die de algoritmen opstellen zorgen onbewust voor biases. Je kan je vragen stellen bij de grote groep witte mannen van middelbare leeftijd die in Silicon Valley aan het roer staan van de grote techgiganten. Als we technologie verder willen ontwikkelen, moet dit door een diverse groep worden aangestuurd en moeten we bewust zijn voor de gevaren van cognitieve biases.Er zijn wereldwijd en ook in België al regelmatig initiatieven opgezet tegen fake news, maar die waren altijd te versnipperd, weinig bekend en niet duurzaam. Fake news heeft betrekking op technologie, journalistiek, media en wetenschap. Alleen als die vier domeinen in dialoog treden, kunnen we tot een oplossing komen.Technologie kan veel oplossen, maar niet alles. We hebben nood aan een sterk regulerend kader en een dialoog waarin verschillende experts hun ervaringen kunnen delen. Die dialoog moet zich ook richten tot de mensen die actief fake news verder verspreiden. Het heeft geen zin om hen met de vinger te wijzen, maar ik geloof dat een constructieve dialoog meer inzicht kan bieden in de mechanismen die schuilgaan achter fake news.