Met de op ARM-technologie gebaseerde Silicon M1 neemt Apple afscheid van de Intel-processors die het kloppende hart vormden van elke Mac-computer die sinds 2006 van de band rolde. Het is een minstens even belangrijke transitie als destijds de overgang van de PowerPC-krachtbron (de Mac-hoofdprocessor sinds 1994) naar het Intel-platform.

Het verschil met het PowerPC- en Intel-tijdperk is dat Apple de nieuwe Silicon-chip in eigen huis heeft ontwikkeld. De techgigant is wat dat betreft niet aan zijn proefstuk toe. Ook de zogeheten soc's (system-on-a-chip) die de iPhone, iPad, Apple Watch en Apple TV aandrijven, komen uit de stal van Apple zelf.

Het zit vanbinnen

Topman Tim Cook beloofde deze zomer dat de eerste Macs op basis van Silicon-technologie nog dit jaar op de markt zouden komen, en de CEO hield woord. De nieuwe MacBook Air, MacBook Pro en Mac mini die deze week werden onthuld, zijn per onmiddellijk beschikbaar.

Aan de buitenkant zijn de drie computers nauwelijks gewijzigd. De laptops kregen een klavier met een paar andere toetsen (zoals Niet storen en Dictafoon), de beeldschermen ondersteunen voortaan P3 wide color (een groter kleurenbereik) en de poorten van de Mac mini zijn nu ook geschikt voor Thunderbolt en USB 4.

Onder de motorkap is het een heel ander verhaal. De Silicom M1 omvat met zijn 16 miljard transistors namelijk niet alleen het equivalent van de Intel-processor (CPU), maar huist tevens de GPU, Neural Engine en I/O-aansturing (input/output). Dat zorgt voor minder componenten, maar volgens Apple vooral ook voor betere prestaties en minder energieverbruik. Zo zou de CPU van de drie nieuwe computers 2,8x tot 3,5x beter presteren, de GPU 5x tot 6x en de Neural Engine zelfs tussen de 9x en 15x. Ook de batterijduur van de MacBooks gaat er aanzienlijk op vooruit: tot 18 uur voor de Air, tot 20 uur voor de Pro. Dat laatste is de hoogste autonomie tot nu toe voor een MacBook.

Eén ecosysteem

Een bijkomend voordeel van de overschakeling naar de eigen Silicon-processor, is dat Apple straks over één universeel ontwikkelingsplatform beschikt. Toepassingen die straks ontwikkeld worden voor macOS 11 alias Big Sur zijn in een handomdraai geschikt te maken voor iOS 14 of iPadOS 14, en vice versa. Dat maakt het Apple-ecosysteem voor programmeurs wellicht extra aantrekkelijk, omdat ze op die manier meerdere vliegen één klap kunnen slaan.

Het Intel-platform zal volgens Apple overigens 'nog meerdere jaren' worden ondersteund, en het bedrijf heeft sowieso nog een aantal nieuwe computers met Intel-chips in de pijplijn zitten. Blijven voorlopig ook gewoon verkrijgbaar: bepaalde MacBook Pro's en Mac mini's met een Intel aan boord.

Richtprijzen: De MacBook Air M1 (13-inch) is verkrijgbaar vanaf 1.129 euro, de MacBook Pro M1 (13-inch) vanaf 1.449 euro en de Mac mini M1 vanaf 799 euro.

Met de op ARM-technologie gebaseerde Silicon M1 neemt Apple afscheid van de Intel-processors die het kloppende hart vormden van elke Mac-computer die sinds 2006 van de band rolde. Het is een minstens even belangrijke transitie als destijds de overgang van de PowerPC-krachtbron (de Mac-hoofdprocessor sinds 1994) naar het Intel-platform.Het verschil met het PowerPC- en Intel-tijdperk is dat Apple de nieuwe Silicon-chip in eigen huis heeft ontwikkeld. De techgigant is wat dat betreft niet aan zijn proefstuk toe. Ook de zogeheten soc's (system-on-a-chip) die de iPhone, iPad, Apple Watch en Apple TV aandrijven, komen uit de stal van Apple zelf.Topman Tim Cook beloofde deze zomer dat de eerste Macs op basis van Silicon-technologie nog dit jaar op de markt zouden komen, en de CEO hield woord. De nieuwe MacBook Air, MacBook Pro en Mac mini die deze week werden onthuld, zijn per onmiddellijk beschikbaar.Aan de buitenkant zijn de drie computers nauwelijks gewijzigd. De laptops kregen een klavier met een paar andere toetsen (zoals Niet storen en Dictafoon), de beeldschermen ondersteunen voortaan P3 wide color (een groter kleurenbereik) en de poorten van de Mac mini zijn nu ook geschikt voor Thunderbolt en USB 4.Onder de motorkap is het een heel ander verhaal. De Silicom M1 omvat met zijn 16 miljard transistors namelijk niet alleen het equivalent van de Intel-processor (CPU), maar huist tevens de GPU, Neural Engine en I/O-aansturing (input/output). Dat zorgt voor minder componenten, maar volgens Apple vooral ook voor betere prestaties en minder energieverbruik. Zo zou de CPU van de drie nieuwe computers 2,8x tot 3,5x beter presteren, de GPU 5x tot 6x en de Neural Engine zelfs tussen de 9x en 15x. Ook de batterijduur van de MacBooks gaat er aanzienlijk op vooruit: tot 18 uur voor de Air, tot 20 uur voor de Pro. Dat laatste is de hoogste autonomie tot nu toe voor een MacBook.Een bijkomend voordeel van de overschakeling naar de eigen Silicon-processor, is dat Apple straks over één universeel ontwikkelingsplatform beschikt. Toepassingen die straks ontwikkeld worden voor macOS 11 alias Big Sur zijn in een handomdraai geschikt te maken voor iOS 14 of iPadOS 14, en vice versa. Dat maakt het Apple-ecosysteem voor programmeurs wellicht extra aantrekkelijk, omdat ze op die manier meerdere vliegen één klap kunnen slaan.Het Intel-platform zal volgens Apple overigens 'nog meerdere jaren' worden ondersteund, en het bedrijf heeft sowieso nog een aantal nieuwe computers met Intel-chips in de pijplijn zitten. Blijven voorlopig ook gewoon verkrijgbaar: bepaalde MacBook Pro's en Mac mini's met een Intel aan boord.Richtprijzen: De MacBook Air M1 (13-inch) is verkrijgbaar vanaf 1.129 euro, de MacBook Pro M1 (13-inch) vanaf 1.449 euro en de Mac mini M1 vanaf 799 euro.