De CAR is een administratief orgaan dat deel uitmaakt van de FOD Sociale Zekerheid, en tot taak heeft beslissingen te nemen over de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Zij beoordeelt dus of iemand werknemer of zelfstandige is. De betrokken Uber-chauffeur was in juli 2020 naar de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie (CAR) gestapt en had aangevoerd dat hij geen zelfstandige was, maar een werknemer, omdat Uber zijn arbeidsvoorwaarden zou bepalen.

Nieuwe wet in 2023

De CAR had geoordeeld dat er een duidelijke relatie van ondergeschiktheid was tussen de chauffeur en Uber, en dat de man dus een werknemer was. Maar Uber was tegen die beslissing in beroep gegaan bij de arbeidsrechtbank. 'De rechtbank vernietigt de beslissing van de CAR van 2020', zegt Martin Willems van ACV-CSC United Freelancers, de ACV-afdeling voor zelfstandigen zonder personeel en platformwerkers. 'Ze beschouwt dat de aard van de arbeidsrelatie tussen deze chauffeur en Uber/PRA niet geherkwalificeerd moet worden, en stelt dat het wél gaat over een zelfstandige arbeidsrelatie.'

De vakbond verbaast zich erover dat de beslissingen, zowel in België als in vergelijking met onze buurlanden, zo tegenstrijdig zijn. 'Dat toont aan dat onze wetgeving allesbehalve duidelijk is', klinkt het. 'Gelukkig genoeg treedt op 1 januari een nieuwe wet over platformeconomie in voege. Die voorziet in een vermoeden van werknemerschap dat, in toepassing van de criteria, ook op de Uber-chauffeurs van toepassing zal moeten zijn.'

'Belangrijke uitspraak'

'De rechtbank heeft bevestigd dat chauffeurs die onze app gebruiken zelfstandigen zijn en de flexibiliteit hebben om te kiezen of, wanneer en waar ze rijden', reageert Laurent Slits, Head of Belgium bij Uber. 'Dit is een belangrijke uitspraak voor de duizenden chauffeurs die onze app gebruiken en zelfstandig willen blijven. Tegelijkertijd weten we dat er belangrijk werk moet worden verricht om ervoor te zorgen dat zelfstandige chauffeurs meer bescherming genieten. Hiervoor blijven we samenwerken met de sector en partners.'

'In de uitspraak wordt onderstreept dat chauffeurs zelf beslissen of, waar en wanneer ze de app gebruiken', klinkt het verder. 'Er is dus geen verplichting tot een een minimaal aantal ritten, geen minimale arbeidsduur, noch het vooraf opgeven van beschikbaarheid om te werken. Ze bepalen ook zelf welke ritten zij uitvoeren. Ook wordt bevestigd dat chauffeurs niet gedwongen worden om exclusief ritten aan te bieden via de Uber-app en dat de richtlijnen vanuit Uber gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld met het oog op de veiligheid van alle gebruikers.'

Dwaalspoor

'Tenslotte heeft Uber kunnen aantonen dat de Commissie voor Arbeidsrelaties (CAR) bij haar oorspronkelijke bevindingen op een dwaalspoor is gebracht door valse verklaringen en onjuiste informatie', aldus nog Uber. 'De CAR hoorde namelijk slechts één kant van het verhaal en heeft Uber niet gehoord, noch de beweringen gefactcheckt.'

De CAR is een administratief orgaan dat deel uitmaakt van de FOD Sociale Zekerheid, en tot taak heeft beslissingen te nemen over de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Zij beoordeelt dus of iemand werknemer of zelfstandige is. De betrokken Uber-chauffeur was in juli 2020 naar de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie (CAR) gestapt en had aangevoerd dat hij geen zelfstandige was, maar een werknemer, omdat Uber zijn arbeidsvoorwaarden zou bepalen.De CAR had geoordeeld dat er een duidelijke relatie van ondergeschiktheid was tussen de chauffeur en Uber, en dat de man dus een werknemer was. Maar Uber was tegen die beslissing in beroep gegaan bij de arbeidsrechtbank. 'De rechtbank vernietigt de beslissing van de CAR van 2020', zegt Martin Willems van ACV-CSC United Freelancers, de ACV-afdeling voor zelfstandigen zonder personeel en platformwerkers. 'Ze beschouwt dat de aard van de arbeidsrelatie tussen deze chauffeur en Uber/PRA niet geherkwalificeerd moet worden, en stelt dat het wél gaat over een zelfstandige arbeidsrelatie.'De vakbond verbaast zich erover dat de beslissingen, zowel in België als in vergelijking met onze buurlanden, zo tegenstrijdig zijn. 'Dat toont aan dat onze wetgeving allesbehalve duidelijk is', klinkt het. 'Gelukkig genoeg treedt op 1 januari een nieuwe wet over platformeconomie in voege. Die voorziet in een vermoeden van werknemerschap dat, in toepassing van de criteria, ook op de Uber-chauffeurs van toepassing zal moeten zijn.''De rechtbank heeft bevestigd dat chauffeurs die onze app gebruiken zelfstandigen zijn en de flexibiliteit hebben om te kiezen of, wanneer en waar ze rijden', reageert Laurent Slits, Head of Belgium bij Uber. 'Dit is een belangrijke uitspraak voor de duizenden chauffeurs die onze app gebruiken en zelfstandig willen blijven. Tegelijkertijd weten we dat er belangrijk werk moet worden verricht om ervoor te zorgen dat zelfstandige chauffeurs meer bescherming genieten. Hiervoor blijven we samenwerken met de sector en partners.''In de uitspraak wordt onderstreept dat chauffeurs zelf beslissen of, waar en wanneer ze de app gebruiken', klinkt het verder. 'Er is dus geen verplichting tot een een minimaal aantal ritten, geen minimale arbeidsduur, noch het vooraf opgeven van beschikbaarheid om te werken. Ze bepalen ook zelf welke ritten zij uitvoeren. Ook wordt bevestigd dat chauffeurs niet gedwongen worden om exclusief ritten aan te bieden via de Uber-app en dat de richtlijnen vanuit Uber gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld met het oog op de veiligheid van alle gebruikers.''Tenslotte heeft Uber kunnen aantonen dat de Commissie voor Arbeidsrelaties (CAR) bij haar oorspronkelijke bevindingen op een dwaalspoor is gebracht door valse verklaringen en onjuiste informatie', aldus nog Uber. 'De CAR hoorde namelijk slechts één kant van het verhaal en heeft Uber niet gehoord, noch de beweringen gefactcheckt.'