Tijdens de coronacrisis werd goed duidelijk hoe snel de samenleving tegenwoordig digitaliseert. We raakten fysiek afgesloten van elkaar, maar digitale oplossingen zorgden ervoor dat we toch contact konden houden, onder meer via videogesprekken en afstandsonderwijs. De crisis toonde echter ook aan dat de meest kwetsbaren het minste toegang hebben tot deze digitale oplossingen. 'Je inkomen, opleiding of leeftijd bepaalt vandaag of je meekan in onze digitale samenleving. Lokaal is de beste plek om die digitale kansenkloof te dichten', vindt Somers.

Strijd aanbinden

Onderzoek laat zien dat 77 procent van de hooggeschoolden digitale basisvaardigheden heeft, tegenover slechts 27 procent van de kortgeschoolden. 'Dezelfde statistiek zien we terugkomen bij de hoogste en laagste inkomens, daar spreken we van 78 procent tegenover 32 procent. Sterker nog, liefst achttien procent van de laagste inkomens heeft simpelweg geen toegang tot internet', aldus de minister van Samenleven. Met een modern gelijkekansenbeleid moet volgens hem de strijd worden aangebonden met deze digitale kansarmoede.

Lokale besturen kunnen daarom rekenen op extra middelen voor projecten die inzetten op digitale inclusie. Begin dit jaar werden al de eerste pilootprojecten opgestart bij 108 lokale besturen, nu wordt er 25 miljoen euro extra vrijgemaakt. Op hoeveel middelen elk lokaal bestuur kan rekenen, hangt onder meer af van het aantal kwetsbare inwoners dat een gemeente telt. Het einddoel is dat elk bestuur tegen 2024 een eigen lokaal digitaal inclusiebeleid heeft.

Laagdrempelig

'Werk maken van gelijke kansen, dat doe je zo laagdrempelig mogelijk, zo dicht mogelijk bij de burger', stelt Somers. Als voorbeelden noemt hij onder meer het digicafé in Roeselare, dat mensen met digitale vragen één op één samenbrengt met een vrijwilliger, en het Gentse initiatief digikriebels, waar grootouders en kleuters spelenderwijs leren omgaan met een smartphone of tablet.

Tijdens de coronacrisis werd goed duidelijk hoe snel de samenleving tegenwoordig digitaliseert. We raakten fysiek afgesloten van elkaar, maar digitale oplossingen zorgden ervoor dat we toch contact konden houden, onder meer via videogesprekken en afstandsonderwijs. De crisis toonde echter ook aan dat de meest kwetsbaren het minste toegang hebben tot deze digitale oplossingen. 'Je inkomen, opleiding of leeftijd bepaalt vandaag of je meekan in onze digitale samenleving. Lokaal is de beste plek om die digitale kansenkloof te dichten', vindt Somers. Onderzoek laat zien dat 77 procent van de hooggeschoolden digitale basisvaardigheden heeft, tegenover slechts 27 procent van de kortgeschoolden. 'Dezelfde statistiek zien we terugkomen bij de hoogste en laagste inkomens, daar spreken we van 78 procent tegenover 32 procent. Sterker nog, liefst achttien procent van de laagste inkomens heeft simpelweg geen toegang tot internet', aldus de minister van Samenleven. Met een modern gelijkekansenbeleid moet volgens hem de strijd worden aangebonden met deze digitale kansarmoede.Lokale besturen kunnen daarom rekenen op extra middelen voor projecten die inzetten op digitale inclusie. Begin dit jaar werden al de eerste pilootprojecten opgestart bij 108 lokale besturen, nu wordt er 25 miljoen euro extra vrijgemaakt. Op hoeveel middelen elk lokaal bestuur kan rekenen, hangt onder meer af van het aantal kwetsbare inwoners dat een gemeente telt. Het einddoel is dat elk bestuur tegen 2024 een eigen lokaal digitaal inclusiebeleid heeft.'Werk maken van gelijke kansen, dat doe je zo laagdrempelig mogelijk, zo dicht mogelijk bij de burger', stelt Somers. Als voorbeelden noemt hij onder meer het digicafé in Roeselare, dat mensen met digitale vragen één op één samenbrengt met een vrijwilliger, en het Gentse initiatief digikriebels, waar grootouders en kleuters spelenderwijs leren omgaan met een smartphone of tablet.