Er werden tussen september 2018 en september 2019 zo'n 78.000 huizen en gebouwen extra aangesloten op een glasvezelnetwerk, een stijging van 307 procent. Dat becijfert consultancybureau IDATE in opdracht van de FTTH Council Europe, de glasvezellobby zegt maar.

Daarmee is ons land de sterkste groeier in Europa, na Italië (+72,9 procent), Ierland (+70,4 procent), Zwitserland (+69,1 procent) en het VK (+50,8 procent).

Die stijging is grotendeels te danken aan het FTTH-project van Proximus dat sinds enkele jaren volop investeert in glasvezel en die investering de komende jaren nog wil versnellen. Maar de cijfers betekenen niet dat ons land plots leidend is voor de glasvezelaanleg. Op de totale rangschikking komt België nog niet voor omdat het totaal aantal aangesloten huizen en gebouwen nog te laag ligt. Oostenrijk, met 1,9 procent penetratiegraad, staat achteraan.

Onze buurlanden doen het wel beter: Frankrijk haalt 25,6 procent penetratie. Nederland 21,7 procent. Luxemburg staat er net onder op 21,4 procent. Duitsland (3,3 procent) en het Verenigd Koninkrijk (2,8 procent) zitten achteraan de rangschikking.

België mag dan wel de snelste stijger zijn, ons land komt nog niet voor in de Europese rangschikking voor glasvezel., FTTH Council Europe /IDATE
België mag dan wel de snelste stijger zijn, ons land komt nog niet voor in de Europese rangschikking voor glasvezel. © FTTH Council Europe /IDATE

De FTTH Council stelt elk jaar een rangschikking op van landen die investeren in glasvezel. Het kijkt daarbij naar het geografische Europa, 39 landen in totaal. In absolute aantallen staat Rusland met kop en schouders bovenaan gevolgd door Frankrijk en Spanje.

Kijken we naar het percentage glasvezelaansluitingen, wat relevanter is voor de dekkingsgraad, zeker in kleinere landen, dan is IJsland met 65,8 procent penetratie het best geconnecteerde land voor glasvezel. Daarna volgt Wit-Rusland (62,8 procent), Zweden (56,8 procent), Spanje (54,3 procent) en Letland (53,9 procent).

Netwerkkwaliteit

De rangschikking verdient wel enige nuance: veel landen die vandaag verder staan met glasvezel, hadden een telefoonnetwerk dat veel minder geschikt was voor breedbandinternet.

In België kon een speler als Proximus veel langer verderbouwen op die infrastructuur waardoor de nood voor glasvezel minder urgent was. Ook de kabelinfrastructuur van Telenet laat vandaag snelheden tot 1 Gbps toe, maar omdat hier de aansluiting tot aan de huizen via coax en niet via glasvezel loopt wordt dat niet meegeteld als FTTH.

172 miljoen aansluitingen

Voor de 39 onderzochte landen telt de organisatie nu 172 miljoen aangesloten huizen of gebouwen en 70,4 miljoen glasvezel-abonnees. Dat komt neer op een dekkingsgraad van 49,9 procent. Binnen de EU28 gaat het om 39,4 procent.

Een interessante trend: vandaag komt 41 procent van de glasvezeluitrol van de historische staatsmonopolist (de incumbent). In 2011 was dat nog 21 procent. In 55 procent van de gevallen komt de uitrol van alternatieve internetproviders, dat was in 2011 nog 71 procent. De rest van de aanleg is vooral afkomstig van nutsbedrijven of lokale overheden. Dat wijst er op dat grote operatoren vandaag veel meer inzetten op glasvezel dan vroeger.

5G niet bevorderlijk

De FTTH Council Europe geeft aan dat meer operatoren de koperverbindingen (klassieke telefoonlijnen) inruilen voor glasvezel en dat zaken als gemeenschappelijke netwerken en samenwerkingen tussen operatoren en overheden de adoptie van FTTH bevorderen.

Maar er is ook technologie die er net voor zorgt dat er minder vraag is naar glasvezeluitrol. Het noemt daarbij onder meer G.fast en Docsis 3.1. Die laatste is netwerktechnologie van kabelbedrijven zoals Telenet, die via coax de verbinding tot in de huiskamer maken. Ook de uitrol van 5G zorgt volgens de organisatie voor een tragere investering in glasvezel.

Is dat nefast voor de snelheid van ons internet? Niet noodzakelijk. Het onderzoek van de FTTH Council gaat specifiek over investeringen in glasvezel. Maar het kan even goed dat operatoren nog enkele jaren (bijna)gigabitsnelheden kunnen aanbieden op basis van hun mobiel netwerk (5G) of andere technologie via vaste netwerken.

Er werden tussen september 2018 en september 2019 zo'n 78.000 huizen en gebouwen extra aangesloten op een glasvezelnetwerk, een stijging van 307 procent. Dat becijfert consultancybureau IDATE in opdracht van de FTTH Council Europe, de glasvezellobby zegt maar.Daarmee is ons land de sterkste groeier in Europa, na Italië (+72,9 procent), Ierland (+70,4 procent), Zwitserland (+69,1 procent) en het VK (+50,8 procent).Die stijging is grotendeels te danken aan het FTTH-project van Proximus dat sinds enkele jaren volop investeert in glasvezel en die investering de komende jaren nog wil versnellen. Maar de cijfers betekenen niet dat ons land plots leidend is voor de glasvezelaanleg. Op de totale rangschikking komt België nog niet voor omdat het totaal aantal aangesloten huizen en gebouwen nog te laag ligt. Oostenrijk, met 1,9 procent penetratiegraad, staat achteraan.Onze buurlanden doen het wel beter: Frankrijk haalt 25,6 procent penetratie. Nederland 21,7 procent. Luxemburg staat er net onder op 21,4 procent. Duitsland (3,3 procent) en het Verenigd Koninkrijk (2,8 procent) zitten achteraan de rangschikking.De FTTH Council stelt elk jaar een rangschikking op van landen die investeren in glasvezel. Het kijkt daarbij naar het geografische Europa, 39 landen in totaal. In absolute aantallen staat Rusland met kop en schouders bovenaan gevolgd door Frankrijk en Spanje.Kijken we naar het percentage glasvezelaansluitingen, wat relevanter is voor de dekkingsgraad, zeker in kleinere landen, dan is IJsland met 65,8 procent penetratie het best geconnecteerde land voor glasvezel. Daarna volgt Wit-Rusland (62,8 procent), Zweden (56,8 procent), Spanje (54,3 procent) en Letland (53,9 procent).De rangschikking verdient wel enige nuance: veel landen die vandaag verder staan met glasvezel, hadden een telefoonnetwerk dat veel minder geschikt was voor breedbandinternet. In België kon een speler als Proximus veel langer verderbouwen op die infrastructuur waardoor de nood voor glasvezel minder urgent was. Ook de kabelinfrastructuur van Telenet laat vandaag snelheden tot 1 Gbps toe, maar omdat hier de aansluiting tot aan de huizen via coax en niet via glasvezel loopt wordt dat niet meegeteld als FTTH.Voor de 39 onderzochte landen telt de organisatie nu 172 miljoen aangesloten huizen of gebouwen en 70,4 miljoen glasvezel-abonnees. Dat komt neer op een dekkingsgraad van 49,9 procent. Binnen de EU28 gaat het om 39,4 procent.Een interessante trend: vandaag komt 41 procent van de glasvezeluitrol van de historische staatsmonopolist (de incumbent). In 2011 was dat nog 21 procent. In 55 procent van de gevallen komt de uitrol van alternatieve internetproviders, dat was in 2011 nog 71 procent. De rest van de aanleg is vooral afkomstig van nutsbedrijven of lokale overheden. Dat wijst er op dat grote operatoren vandaag veel meer inzetten op glasvezel dan vroeger.De FTTH Council Europe geeft aan dat meer operatoren de koperverbindingen (klassieke telefoonlijnen) inruilen voor glasvezel en dat zaken als gemeenschappelijke netwerken en samenwerkingen tussen operatoren en overheden de adoptie van FTTH bevorderen.Maar er is ook technologie die er net voor zorgt dat er minder vraag is naar glasvezeluitrol. Het noemt daarbij onder meer G.fast en Docsis 3.1. Die laatste is netwerktechnologie van kabelbedrijven zoals Telenet, die via coax de verbinding tot in de huiskamer maken. Ook de uitrol van 5G zorgt volgens de organisatie voor een tragere investering in glasvezel.Is dat nefast voor de snelheid van ons internet? Niet noodzakelijk. Het onderzoek van de FTTH Council gaat specifiek over investeringen in glasvezel. Maar het kan even goed dat operatoren nog enkele jaren (bijna)gigabitsnelheden kunnen aanbieden op basis van hun mobiel netwerk (5G) of andere technologie via vaste netwerken.