Ten opzichte van eind 2020 verbruikte een Belgisch huishouden eind vorig jaar 19 gigabyte per maand meer via de vaste internetverbinding. Maar ten opzichte van drie jaar geleden is dat aan verdubbeling. Die stijging is deels een logische evolutie, maar het volume nam ook toe door de coronacrisis waarbij veel mensen online videovergaderingen of lessen volgden, of vaker gingen streamen, wat voor meer dataverkeer zorgt.

Minder telefoon, meer internet

Tegelijk merkt het BIPT op dat we onze vaste lijn weer links laten liggen. Tijdens corona nam in 2020 het spraaktelefoonverkeer weer toe, maar eind 2021 daalde dat weer met 19,7 procent tot 5,18 miljard minuten. Dat is minder dan in 2019, het jaar voor de pandemie. Vandaag heeft nog 50,3 procent van de huishoudens een vaste telefoonlijn.

Het aantal vaste internetverbindingen steeg in 2021 met 3,9 procent. 477.497 breedbandverbindingen daarvan (71.000 meer dan een jaar geleden) zitten op de groothandelsmarkt. Dat zijn klanten die het netwerk van Proximus (VDSL/glasvezel) of Telenet (coax) gebruiken, maar een alternatieve operator (Edpnet, Orange enz...) gebruiken.

Het merendeel daarvan zit bij Orange, want 84 procent daarvan is gebaseerd op het coaxnetwerk, verbindingen die Orange van Telenet huurt. Hier nam het aantal met 1,5 procentpunt toe. 15 procent van die wholesaleklanten zit op het kopernetwerk (VDSL), en glasvezel is goed voor 1 procent van het wholesaleaanbod.

Tegelijk blijven de meeste klanten vastgeroest bij hun aanbieder. Slechts 12,5 procent van de tv-klanten veranderde van provider, één op vier deed dat via Easy Switch. Het BIPT wijst er op dat heel wat klanten voor bundels kiezen die telefonie, tv en vast internet bundelen. Zo is de markt voor standalone producten slechts 34 procent van de totale residentiële telecommarkt.

Ten opzichte van eind 2020 verbruikte een Belgisch huishouden eind vorig jaar 19 gigabyte per maand meer via de vaste internetverbinding. Maar ten opzichte van drie jaar geleden is dat aan verdubbeling. Die stijging is deels een logische evolutie, maar het volume nam ook toe door de coronacrisis waarbij veel mensen online videovergaderingen of lessen volgden, of vaker gingen streamen, wat voor meer dataverkeer zorgt.Minder telefoon, meer internetTegelijk merkt het BIPT op dat we onze vaste lijn weer links laten liggen. Tijdens corona nam in 2020 het spraaktelefoonverkeer weer toe, maar eind 2021 daalde dat weer met 19,7 procent tot 5,18 miljard minuten. Dat is minder dan in 2019, het jaar voor de pandemie. Vandaag heeft nog 50,3 procent van de huishoudens een vaste telefoonlijn.Het aantal vaste internetverbindingen steeg in 2021 met 3,9 procent. 477.497 breedbandverbindingen daarvan (71.000 meer dan een jaar geleden) zitten op de groothandelsmarkt. Dat zijn klanten die het netwerk van Proximus (VDSL/glasvezel) of Telenet (coax) gebruiken, maar een alternatieve operator (Edpnet, Orange enz...) gebruiken.Het merendeel daarvan zit bij Orange, want 84 procent daarvan is gebaseerd op het coaxnetwerk, verbindingen die Orange van Telenet huurt. Hier nam het aantal met 1,5 procentpunt toe. 15 procent van die wholesaleklanten zit op het kopernetwerk (VDSL), en glasvezel is goed voor 1 procent van het wholesaleaanbod.Tegelijk blijven de meeste klanten vastgeroest bij hun aanbieder. Slechts 12,5 procent van de tv-klanten veranderde van provider, één op vier deed dat via Easy Switch. Het BIPT wijst er op dat heel wat klanten voor bundels kiezen die telefonie, tv en vast internet bundelen. Zo is de markt voor standalone producten slechts 34 procent van de totale residentiële telecommarkt.