Het BIPT liet de Belgische datacentermarkt onderzoeken op haar duurzaamheid. Er werd zowel naar hyperscalers, colocatie, private datacenters als verticals (voor specifieke IT-toepassingen) gekeken, al ligt vooral de focus op colocatie.

In het colocatiesegment zijn er 12 spelers met 24 gebouwen in ons land. Al ligt het zwaartepunt vooral bij drie partijen die samen goed voor 75 procent van die markt.

Het onderzoek, dat een basis moet vormen voor een verdere analyse, leert dat Belgische colocatiespelers weinig aandacht hebben voor duurzaamheid. Ze kopen wel groene stroom, maar slechts twee spelers wekken zelf een deel van hun stroom op, onder meer LCL doet dat in haar datacenter in Gembloux. Al is er wel een intentie bij meerdere spelers om dat te doen.

Maar buiten zonnepanelen blijft het grotendeels stil: rond watergebruik of omgang met afval werden er op de rondvraag amper antwoorden gegeven. Het BIPT merkt op dat Nederlandse en Duitse spelers actiever communiceren over hun duurzaamheidsbeleid.

De Sutter wil overleg met de sector

In een reactie op de bevindingen van het BIPT betreurt minister voor Telecommunicatie Petra De Sutter (Groen), dat duurzaamheid bij de meeste spelers geen prioriteit is. 'Uit de antwoorden die BIPT kreeg van de zogenaamde colocatie-datacenters blijkt dat duurzaamheid onder de radar blijft. Ze bevestigen dit zelf en geven aan dat hun klanten er amper naar vragen,' klinkt het.

Ze merkt daarbij op dat door het toenemend dataverkeer het energieverbruik de komende jaren alleen maar zal toenemen. Maar dat duurzaamheid en minder energieverbruik (of toch minder afnemen van het net) laag op de agenda staat. Als uitzondering noemt ze onder meer het datacenter van LCL in Gembloux, dat een park met zonnepanelen heeft, en 'één groot hyperscale datacenter', waarmee De Sutter doelt op Google's datacenter nabij Bergen, de enige hyperscaler in ons land.

Om de situatie te verbeteren wil De Sutter met de sector overleggen en hen motiveren om duurzamer te worden. Ze erkent dat dit ook op Europees niveau gebeurt, maar dat kan nog enkele jaren duren. Hoe de Belgische sector dan moet gemotiveerd worden, laat ze nog in het midden. Dat kan onder meer met financiële prikkels, duidelijke energienormen of audits.

Het BIPT liet de Belgische datacentermarkt onderzoeken op haar duurzaamheid. Er werd zowel naar hyperscalers, colocatie, private datacenters als verticals (voor specifieke IT-toepassingen) gekeken, al ligt vooral de focus op colocatie.In het colocatiesegment zijn er 12 spelers met 24 gebouwen in ons land. Al ligt het zwaartepunt vooral bij drie partijen die samen goed voor 75 procent van die markt.Het onderzoek, dat een basis moet vormen voor een verdere analyse, leert dat Belgische colocatiespelers weinig aandacht hebben voor duurzaamheid. Ze kopen wel groene stroom, maar slechts twee spelers wekken zelf een deel van hun stroom op, onder meer LCL doet dat in haar datacenter in Gembloux. Al is er wel een intentie bij meerdere spelers om dat te doen.Maar buiten zonnepanelen blijft het grotendeels stil: rond watergebruik of omgang met afval werden er op de rondvraag amper antwoorden gegeven. Het BIPT merkt op dat Nederlandse en Duitse spelers actiever communiceren over hun duurzaamheidsbeleid.In een reactie op de bevindingen van het BIPT betreurt minister voor Telecommunicatie Petra De Sutter (Groen), dat duurzaamheid bij de meeste spelers geen prioriteit is. 'Uit de antwoorden die BIPT kreeg van de zogenaamde colocatie-datacenters blijkt dat duurzaamheid onder de radar blijft. Ze bevestigen dit zelf en geven aan dat hun klanten er amper naar vragen,' klinkt het.Ze merkt daarbij op dat door het toenemend dataverkeer het energieverbruik de komende jaren alleen maar zal toenemen. Maar dat duurzaamheid en minder energieverbruik (of toch minder afnemen van het net) laag op de agenda staat. Als uitzondering noemt ze onder meer het datacenter van LCL in Gembloux, dat een park met zonnepanelen heeft, en 'één groot hyperscale datacenter', waarmee De Sutter doelt op Google's datacenter nabij Bergen, de enige hyperscaler in ons land.Om de situatie te verbeteren wil De Sutter met de sector overleggen en hen motiveren om duurzamer te worden. Ze erkent dat dit ook op Europees niveau gebeurt, maar dat kan nog enkele jaren duren. Hoe de Belgische sector dan moet gemotiveerd worden, laat ze nog in het midden. Dat kan onder meer met financiële prikkels, duidelijke energienormen of audits.