Het Beosound Theatre doet wel wat denken aan de Eclipse en Contour uit het BeoVision-gamma van de Denen. Er is echter een groot verschil: waar de twee Beovision-modellen compleet geleverd worden mét een televisiescherm (B&O werkt daarvoor sinds jaar en dag samen met LG), is het nieuwe Theatre verkrijgbaar met en zonder tv.

Twaalf luidsprekerdrivers

Je kan deze soundbar uiteraard nog steeds naadloos combineren met een LG-paneel naar keuze, waarbij een flinterdun oled-model esthetisch gezien de voorkeur geniet. Maar B&O maakt zich sterk dat het Theatre geschikt is voor bijna elke televisie vanaf 55-inch, ongeacht het merk. Dat heeft alles te maken met de vernuftige bracket die aan de achterzijde van de soundbar kan worden gemonteerd. Wanneer je de tv daar tegenaan schroeft, geeft hij de indruk nét boven de soundbar te zweven: erg fraai. Alleen bij wat dikkere televisies is het oppassen geblazen, omdat het frame dan een deel van de klank van de zogeheten 'upfiring' drivers kan blokkeren. Die speakers staan mede in voor het Dolby Atmos-geluid dat het Beosound Theatre ondersteunt (zie kaderstuk).

Onder de behuizing van het Beosound Theatre gaan in totaal 12 drivers schuil., MvdV
Onder de behuizing van het Beosound Theatre gaan in totaal 12 drivers schuil. © MvdV

Over de technische kant van de soundbar gesproken: in totaal huizen er liefst twaalf luidsprekerdrivers in de behuizing. Samen zijn ze goed voor een 7.1.4-surroundconfiguratie met een luidsprekervermogen tot 800 watt en een drukniveau van 112 dB. De potige centrale luidspreker wordt geflankeerd door twee op maat gebouwde woofers van 6,5-inch - volgens de fabrikant zijn dat de grootste woofers in een soundbar tot nu toe.

Kostelijke lamellenkap

Tijdens een eerste luistertest van muziek- en filmfragmenten, in een zeer ruime woonkamer, wist het Beosound Theatre meteen te overtuigen. De bassen gaan behoorlijk diep, zonder de midden- en hoge tonen te overstemmen. Met twee Beolab 28 rear-speakers erbij klonk de achtervolgingsscène van James Bond: No Time To Die misschien nog nét wat indrukwekkender, maar wij vonden een dergelijke setup geen must. We zouden er ook geen geld voor hebben, want in zijn eentje heeft de soundbar van B&O al een zeer pittig prijskaartje van (geen tikfout) 6.490 euro. In de basisuitvoering, that is. Mocht geld daarentegen geen enkele rol spelen, weet dan dat je het Beosound Theatre desgewenst kunt uitbreiden met wel zestien (!) extra luidsprekers.

We vertelden je al dat het Theatre meegroeit met je televisie. Zo is het frontpaneel in een handomdraai vervangbaar door een ander exemplaar. Het standaardexemplaar bestaat uit zwart speakerdoek, de soundbar die wij even konden testen was afgewerkt met een lamellenkap met massief eikenhout - goed voor een meerprijs van (ga even goed zitten) duizend euro.

Breed, breder, breedst

Maar wat nu als je je 55-inch tv over enkele jaren wil vervangen door een groter model van pakweg 65-inch. Dan is de soundbar van B&O optische eigenlijk iets te smal. Maar ook daar heeft de fabrikant aan gedacht. Aan weerszijden van het apparaat zitten (gepolijste en geanoniseerde) aluminium eindstukken die vervangbaar zijn door bredere stukken. Ze zijn sowieso beschikbaar voor LG-schermen van 66- en 77-inch, maar volgens de Deense fabrikant kunnen ze desgewenst op maat worden gemaakt voor eender welk scherm. Wat deze accessoires of customization moeten kosten, dat horen we pas wanneer het Beosound Theatre op 3 oktober op de markt komt. Hetzelfde geldt voor de optionele roterende voet en wallmount om het gevaarte aan de muur te bevestigen.

Dankzij deze bracket kan het Beosound Theatre volgens B&O gecombineerd worden met vrijwel elke televisie. Linksonderaan zijn ook de aluminium eindstukken zichtbaar, waarmee je de soundbar door de jaren heen wat breder kan maken., MvdV
Dankzij deze bracket kan het Beosound Theatre volgens B&O gecombineerd worden met vrijwel elke televisie. Linksonderaan zijn ook de aluminium eindstukken zichtbaar, waarmee je de soundbar door de jaren heen wat breder kan maken. © MvdV

Nog noemenswaardig in het hele upgrade-verhaal van het Beosound Theatre, is het Mozart-platform. Die software zorgt bij het streamen van muziek voor de nodige snelheid, stabiliteit en multiroom-mogelijkheden, maar staat ook garant voor een sterk staaltje compatibiliteit. Zo hoorden en zagen we in Berlijn hoe het Beosound Theatre moeiteloos gekoppeld werd aan een draagbare Beosound-luidspreker van enkele jaren geleden, maar ook - en dat vooral - aan een Beogram Turntable (platenspeler) uit 1972. Da's een toestel van een halve eeuw geleden. Of zoals B&O het zelf verwoordt: 'Het is niet alleen de bedoeling dat het Beosound Theatre een aantal van je televisies overleeft, het is minstens zo belangrijk dat het toestel ook samenwerkt met vroegere B&O-producten, ook al zijn die dertig of zelfs vijftig jaar oud.'

Wat is en doet Dolby Atmos?

De grote troef van een thuisbioscoopsysteem met Dolby Atmos is dat je als kijker volledig wordt ondergedompeld in de film en de actie. Dit in tegenstelling tot bij klassieke 5.1- of 7.1-opstellingen, die eigenlijk alleen maar een 'horizontale ring' van geluid vormen: de audio komt van links, rechts, voor en achter, via kanalen die door de sounddesigner van tevoren zijn vastgelegd (denk aan een blikseminslag of dichtslaande deur op de luidspreker achteraan links).

Bij Dolby Atmos wordt er een 3D-ruimte gecreëerd, een zogeheten 'sound bubble', waarin elk geluid een specifieke plek kan krijgen - in de hoogte en de diepte. In een bioscoop worden daarvoor extra luidsprekers in het plafond gemonteerd. Met een soundbar als het BeoSound Theatre.

Het Beosound Theatre doet wel wat denken aan de Eclipse en Contour uit het BeoVision-gamma van de Denen. Er is echter een groot verschil: waar de twee Beovision-modellen compleet geleverd worden mét een televisiescherm (B&O werkt daarvoor sinds jaar en dag samen met LG), is het nieuwe Theatre verkrijgbaar met en zonder tv.Je kan deze soundbar uiteraard nog steeds naadloos combineren met een LG-paneel naar keuze, waarbij een flinterdun oled-model esthetisch gezien de voorkeur geniet. Maar B&O maakt zich sterk dat het Theatre geschikt is voor bijna elke televisie vanaf 55-inch, ongeacht het merk. Dat heeft alles te maken met de vernuftige bracket die aan de achterzijde van de soundbar kan worden gemonteerd. Wanneer je de tv daar tegenaan schroeft, geeft hij de indruk nét boven de soundbar te zweven: erg fraai. Alleen bij wat dikkere televisies is het oppassen geblazen, omdat het frame dan een deel van de klank van de zogeheten 'upfiring' drivers kan blokkeren. Die speakers staan mede in voor het Dolby Atmos-geluid dat het Beosound Theatre ondersteunt (zie kaderstuk).Over de technische kant van de soundbar gesproken: in totaal huizen er liefst twaalf luidsprekerdrivers in de behuizing. Samen zijn ze goed voor een 7.1.4-surroundconfiguratie met een luidsprekervermogen tot 800 watt en een drukniveau van 112 dB. De potige centrale luidspreker wordt geflankeerd door twee op maat gebouwde woofers van 6,5-inch - volgens de fabrikant zijn dat de grootste woofers in een soundbar tot nu toe.Tijdens een eerste luistertest van muziek- en filmfragmenten, in een zeer ruime woonkamer, wist het Beosound Theatre meteen te overtuigen. De bassen gaan behoorlijk diep, zonder de midden- en hoge tonen te overstemmen. Met twee Beolab 28 rear-speakers erbij klonk de achtervolgingsscène van James Bond: No Time To Die misschien nog nét wat indrukwekkender, maar wij vonden een dergelijke setup geen must. We zouden er ook geen geld voor hebben, want in zijn eentje heeft de soundbar van B&O al een zeer pittig prijskaartje van (geen tikfout) 6.490 euro. In de basisuitvoering, that is. Mocht geld daarentegen geen enkele rol spelen, weet dan dat je het Beosound Theatre desgewenst kunt uitbreiden met wel zestien (!) extra luidsprekers.We vertelden je al dat het Theatre meegroeit met je televisie. Zo is het frontpaneel in een handomdraai vervangbaar door een ander exemplaar. Het standaardexemplaar bestaat uit zwart speakerdoek, de soundbar die wij even konden testen was afgewerkt met een lamellenkap met massief eikenhout - goed voor een meerprijs van (ga even goed zitten) duizend euro.Maar wat nu als je je 55-inch tv over enkele jaren wil vervangen door een groter model van pakweg 65-inch. Dan is de soundbar van B&O optische eigenlijk iets te smal. Maar ook daar heeft de fabrikant aan gedacht. Aan weerszijden van het apparaat zitten (gepolijste en geanoniseerde) aluminium eindstukken die vervangbaar zijn door bredere stukken. Ze zijn sowieso beschikbaar voor LG-schermen van 66- en 77-inch, maar volgens de Deense fabrikant kunnen ze desgewenst op maat worden gemaakt voor eender welk scherm. Wat deze accessoires of customization moeten kosten, dat horen we pas wanneer het Beosound Theatre op 3 oktober op de markt komt. Hetzelfde geldt voor de optionele roterende voet en wallmount om het gevaarte aan de muur te bevestigen.Nog noemenswaardig in het hele upgrade-verhaal van het Beosound Theatre, is het Mozart-platform. Die software zorgt bij het streamen van muziek voor de nodige snelheid, stabiliteit en multiroom-mogelijkheden, maar staat ook garant voor een sterk staaltje compatibiliteit. Zo hoorden en zagen we in Berlijn hoe het Beosound Theatre moeiteloos gekoppeld werd aan een draagbare Beosound-luidspreker van enkele jaren geleden, maar ook - en dat vooral - aan een Beogram Turntable (platenspeler) uit 1972. Da's een toestel van een halve eeuw geleden. Of zoals B&O het zelf verwoordt: 'Het is niet alleen de bedoeling dat het Beosound Theatre een aantal van je televisies overleeft, het is minstens zo belangrijk dat het toestel ook samenwerkt met vroegere B&O-producten, ook al zijn die dertig of zelfs vijftig jaar oud.'