Uit het onderzoek blijkt dat hooggeschoolden beduidend meer aan telewerk doen dan laag- en middengeschoolden. Ook bedienden in de privésector en statutaire ambtenaren zijn sterker vertegenwoordigd bij de telewerkers. Vooral loontrekkenden die werken in de sector 'Informatie en communicatie' (44 procent) en de sector 'Financiële activiteiten en verzekering' (40,5 procent), doen aan telewerk.

Werktijden aanpassen

Voorts blijkt dat 20,6 procent van de werkenden minstens één keer per week zijn of haar werktijden moet aanpassen omdat het noodzakelijk is voor het werk. Daarnaast moet 16,1 procent dat maximaal een paar keer per maand doen en 16,8 procent minder dan één keer per maand. Iets minder dan de helft (46,3 procent) moet nooit zijn werktijden aanpassen.

Statbel polste ook naar het beschikbaar zijn voor het werk in de vrije tijd. In de meeste gevallen (62,2 procent) is de werkende in de twee maanden voor de bevraging niet gecontacteerd in de vrije tijd. In 18,1 procent van de gevallen gebeurde dat één of twee keer, terwijl 13,4 procent meer dan twee keer werd gecontacteerd en dan voor de volgende werkdag actie moest ondernemen. Daarnaast werd 5,7 procent meer dan twee keer gecontacteerd, zonder iets te moeten ondernemen.

Woon- werkverkeer

Aan alle werkenden werd ook gevraagd hoe lang het duurt om zich van thuis naar de voornaamste werkplek te verplaatsen. Het gaat dan om enkel de heenweg, zonder omwegen. Zestig procent heeft een reistijd van minder dan een half uur. Voor 28,8 procent is dat een half uur tot minder dan een uur. Elf procent heeft een uur of meer reistijd nodig.

Uit het onderzoek blijkt dat hooggeschoolden beduidend meer aan telewerk doen dan laag- en middengeschoolden. Ook bedienden in de privésector en statutaire ambtenaren zijn sterker vertegenwoordigd bij de telewerkers. Vooral loontrekkenden die werken in de sector 'Informatie en communicatie' (44 procent) en de sector 'Financiële activiteiten en verzekering' (40,5 procent), doen aan telewerk.Voorts blijkt dat 20,6 procent van de werkenden minstens één keer per week zijn of haar werktijden moet aanpassen omdat het noodzakelijk is voor het werk. Daarnaast moet 16,1 procent dat maximaal een paar keer per maand doen en 16,8 procent minder dan één keer per maand. Iets minder dan de helft (46,3 procent) moet nooit zijn werktijden aanpassen.Statbel polste ook naar het beschikbaar zijn voor het werk in de vrije tijd. In de meeste gevallen (62,2 procent) is de werkende in de twee maanden voor de bevraging niet gecontacteerd in de vrije tijd. In 18,1 procent van de gevallen gebeurde dat één of twee keer, terwijl 13,4 procent meer dan twee keer werd gecontacteerd en dan voor de volgende werkdag actie moest ondernemen. Daarnaast werd 5,7 procent meer dan twee keer gecontacteerd, zonder iets te moeten ondernemen.Aan alle werkenden werd ook gevraagd hoe lang het duurt om zich van thuis naar de voornaamste werkplek te verplaatsen. Het gaat dan om enkel de heenweg, zonder omwegen. Zestig procent heeft een reistijd van minder dan een half uur. Voor 28,8 procent is dat een half uur tot minder dan een uur. Elf procent heeft een uur of meer reistijd nodig.