De Duitse autobouwer versnelt zijn ambities met twee jaar. Het kan dat naar eigen zeggen omdat omwille van een flexibele voertuigenarchitectuur wat de productie van elektrische en hybride modellen makkelijker maakt.

BMW zegt dat het tegen 2021 twee keer zoveel geëlektrificeerde voertuigen wil verkopen dan in 2019. Voor dit jaar mikt het op meer dan een half miljoen wagens. Vorig jaar verkocht de groep (BMW, Mini, Rolls-Royce en de motorenafdeling) 142.617 geëlektrificeerde wagens. De ambitie is om tot 2025 elk jaar dertig procent meer te verkoop halen uit dit segment.

Geëlektrificeerd is voor alle duidelijkheid niet hetzelfde als elektrisch. De term slaat op zowel volledig elektrische wagens, als de hybride modellen die een klassieke verbrandingsmotor combineren met elektrische aandrijving.

Momenteel is bij BMW enkel de kleine stadswagen i3, voor het eerst verschenen in 2013, volledig elektrisch. Volgend jaar zal het bedrijf de volledig elektrische iX3 in China produceren en komt er ook een elektrische Mini. In 2021 wordt dat aanbod aangevuld met de i5.

BMW noemt zichzelf een "pionier in elektromobiliteit" die "altijd uitstootvrije mobiliteit heeft gepromoot", aldus het persbericht van de autobouwer. Dat is met een serieuze korrel zout te nemen. Zo blijft het bedrijf voorlopig wagens met klassieke verbrandingsmotoren bouwen.

Tegelijk hebben verschillende andere autobouwers al jaren een volledig elektrische wagen op de markt. Zo heeft Nissan met de Leaf al sinds 2010 een volledig elektrische gezinswagen. Toyota kwam in 1997 (in Japan, vanaf 2000 wereldwijd) met de hybride wagen Prius. In het hogere segment waar BMW actief is, levert Tesla sinds 2012 de Model S. BMW's eerste (en tot volgend jaar enige) volledig elektrische wagen volgde pas in 2013.