Brusselse arbeidsrechtbank spreekt zich op 16 november uit over geschil Uber

De Brusselse arbeidsrechtbank zal zich op 16 november uitspreken over het beroep van Uber tegen een beslissing van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid rond het statuut van een van zijn chauffeurs in België.

In juli 2020 diende een Uber-chauffeur een dossier in bij de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie (CAR) van de FOD Sociale Zekerheid. De persoon beschouwde zich niet als een zelfstandige, aangezien Uber hem arbeidsvoorwaarden en -regels oplegde. De CAR boog zich over de zaak en gaf de man gelijk. Uber vocht de beslissing van de CAR echter aan en dagvaardde de betrokken chauffeur, de Belgische staat en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).

‘Bewuste strategie’

Volgens de christelijke vakbond ACV gaat het om een bewuste strategie van Uber om, land per land, ‘alle mogelijke rechtsmiddelen uit te putten’ en ‘juridische procedures ellenlang te rekken, systematisch te betwisten of te omzeilen’. Ondertussen genieten de betrokken werknemers niet de sociale voordelen die hun werk hen zou moeten garanderen, noch de echte autonomie van een zelfstandige, hekelt de organisatie.

Uber houdt vol dat de chauffeurs zelfstandigen zijn die ‘kiezen voor de app vanwege de onafhankelijkheid en vrijheid om te werken als, wanneer en waar ze willen’. Volgens de advocaten van Uber heeft de CAR slechts een versie van de feiten te horen gekregen. Ze stellen ook dat de Commissie foutieve informatie heeft ontvangen over de werking van de Uber-app, zoals een vermeend verbod voor chauffeurs om fooien te ontvangen of andere applicaties te gebruiken.

Partner Content