Een schrikkelseconde is een seconde die, doorgaans eind juni of eind december, wordt toegevoegd aan onze tijdsrekening. Zeer kort samengevat komt de rotatie van de aarde (zonnetijd) niet altijd exact overeen met onze tijdsrekening van exact 24 uur per dag. Daarom wordt er soms een schrikkelseconde toegevoegd om die twee weer in lijn te laten lopen.

Maar in het digitale tijdperk, waar communicatie soms in milliseconden gebeurt, geeft die seconde vaak kopzorgen. Bij de laatste schrikkelseconde kende onder meer Cloudflare problemen, maar de afgelopen tien jaar zijn er wel meer voorbeelden van systemen, telecomnetwerken of GPS-systemen die haperden door de extra seconde in het systeem.

Dat maakt dat er vanuit de technologiebedrijven al een tijdje de vraag ligt om die schrikkelseconden af te schaffen en het BIPM, het Bureau Internationale des Poids et Mesures, is daar nu in gevolgd. Al is het verzoek niet de enige reden: zo draait de Aarde tegenwoordig iets trager waardoor er al sinds 2016 geen schrikkelseconde werd ingevoerd en er in principe binnenkort een negatieve seconde moet worden gebruikt.

Het BIPM heeft zichzelf nu de opdracht gegeven om te werken aan een nieuw systeem dat een maximumwaarde bepaalt in welke mate dat de zonnetijd en de tijd die atoomklokken hanteren (exact 24 uur) mogen afwijken. De ambitie is om een systeem te hebben dat minstens een eeuw meekan. De deadline om dat uit te werken is 2035, er is dus nog wel wat tijd, en anders kan het BIPM die tijd letterlijk maken.

Schrikkelseconden werden in 1972 ingevoerd, sindsdien werd er 27 keer een schrikkelseconde toegevoegd. Het huidig systeem loslaten zal dus niet voor een al te grote verschuiving zorgen, maar neemt wel heel wat kopzorgen weg voor technologie- en telecombedrijven waar één seconde verschil vaak heel wat problemen kan opleveren.

Een schrikkelseconde is een seconde die, doorgaans eind juni of eind december, wordt toegevoegd aan onze tijdsrekening. Zeer kort samengevat komt de rotatie van de aarde (zonnetijd) niet altijd exact overeen met onze tijdsrekening van exact 24 uur per dag. Daarom wordt er soms een schrikkelseconde toegevoegd om die twee weer in lijn te laten lopen.Maar in het digitale tijdperk, waar communicatie soms in milliseconden gebeurt, geeft die seconde vaak kopzorgen. Bij de laatste schrikkelseconde kende onder meer Cloudflare problemen, maar de afgelopen tien jaar zijn er wel meer voorbeelden van systemen, telecomnetwerken of GPS-systemen die haperden door de extra seconde in het systeem.Dat maakt dat er vanuit de technologiebedrijven al een tijdje de vraag ligt om die schrikkelseconden af te schaffen en het BIPM, het Bureau Internationale des Poids et Mesures, is daar nu in gevolgd. Al is het verzoek niet de enige reden: zo draait de Aarde tegenwoordig iets trager waardoor er al sinds 2016 geen schrikkelseconde werd ingevoerd en er in principe binnenkort een negatieve seconde moet worden gebruikt.Het BIPM heeft zichzelf nu de opdracht gegeven om te werken aan een nieuw systeem dat een maximumwaarde bepaalt in welke mate dat de zonnetijd en de tijd die atoomklokken hanteren (exact 24 uur) mogen afwijken. De ambitie is om een systeem te hebben dat minstens een eeuw meekan. De deadline om dat uit te werken is 2035, er is dus nog wel wat tijd, en anders kan het BIPM die tijd letterlijk maken.Schrikkelseconden werden in 1972 ingevoerd, sindsdien werd er 27 keer een schrikkelseconde toegevoegd. Het huidig systeem loslaten zal dus niet voor een al te grote verschuiving zorgen, maar neemt wel heel wat kopzorgen weg voor technologie- en telecombedrijven waar één seconde verschil vaak heel wat problemen kan opleveren.