De onderzoekers komen van de ZEW Mannheim, universiteiten van Zurich, East Anglia en Minnesota en de paper wordt verdeeld door het Amerikaanse National Bureau of Economic Research. De wetenschappers hebben 4,1 miljoen apps tussen 2016 en 2019 opgevolgd.

Bij de start van hun onderzoek in 2016 telde Google Play 2,1 miljoen apps. Tegen eind 2017 liep dat op naar 2,8 miljoen maar tegen eind 2018 zakte dat aanbod met maar liefst een derde. Die daling liep gelijk met de komst van de GDPR in mei 2018, waardoor veel digitale producten hun privacy aanpak moesten herzien.

De paper, die de titel 'GDPR and the lost generation of innovative apps' meekrijgt stelt bovendien dat er in de periode na mei 2018 bijna de helft minder apps bijkwamen ten opzichte van het oude groeiritme. Op het eerste zicht lijkt het dus dat GDPR er voor zorgt dat veel apps verdwenen of nooit zijn uitgebracht door de strenge privacyregels.

Vooral weinig populaire apps verdwenen

Maar bij die bewering hoort minstens even veel nuance bij, onder meer van Joel Waldfogel, een van de onderzoekers zelf. Op Twitter nuanceert hij dat die daling in 2018 een goede zaak was. 'De apps die stopten hadden weinig gebruik en waren niet in regel met de privacywetgeving.'

Hij vind het zelf belangrijker dat er na 2018 minder snel apps bijkwamen, maar nuanceert daar ook dat van veel apps niet duidelijk is wat er onder de motorkap gebeurt. Er zijn apps die er door GDPR nooit zijn gekomen, maar het is niet dat er geen succesvolle apps zijn geweest sindsdien, die wel de wetgeving naleven.

Een zeer belangrijke extra nuance daarbij is dat de apps die in 2018 zijn verdwenen goed waren voor slechts drie procent van het totale app-gebruik. Of anders gezegd: Het zijn vooral weinig populaire apps die zijn verdwenen. Een zoveelste app om geluidjes af te spelen of de zaklamp te activeren. Daar komt ook bij dat Android zelf doorheen de jaren evolueert en sommige functies van apps overbodig maakt.

Globale trend, niet Europees

Ook privacyspecialisten zijn niet onder de indruk van de paper. Aan The Register merkt privacyonderzoeker Lukasz Olenjik op dat veel zaken zoals toestemming vragen voor dataverwerking al pre-GDPR van toepassing was. Hij stelt dat de exodus vooral een moment was voor apps die eerder al niet in regel waren om de handdoek in de ring te gooien.

Ook privacyactivist Max Schrems ziet geen al te duidelijke link. Hij spreekt zich niet over de studie zelf, maar merkt op dat als GDPR het grote probleem zou zijn, er veel apps vandaag wel in de VS zouden bestaan en niet in de EU. Dat is in sommige gevallen gebeurd, zoals bij sommige Amerikaanse mediakanalen met een beperkt Europees publiek, maar niet op grote schaal.

De onderzoekers komen van de ZEW Mannheim, universiteiten van Zurich, East Anglia en Minnesota en de paper wordt verdeeld door het Amerikaanse National Bureau of Economic Research. De wetenschappers hebben 4,1 miljoen apps tussen 2016 en 2019 opgevolgd.Bij de start van hun onderzoek in 2016 telde Google Play 2,1 miljoen apps. Tegen eind 2017 liep dat op naar 2,8 miljoen maar tegen eind 2018 zakte dat aanbod met maar liefst een derde. Die daling liep gelijk met de komst van de GDPR in mei 2018, waardoor veel digitale producten hun privacy aanpak moesten herzien.De paper, die de titel 'GDPR and the lost generation of innovative apps' meekrijgt stelt bovendien dat er in de periode na mei 2018 bijna de helft minder apps bijkwamen ten opzichte van het oude groeiritme. Op het eerste zicht lijkt het dus dat GDPR er voor zorgt dat veel apps verdwenen of nooit zijn uitgebracht door de strenge privacyregels.Maar bij die bewering hoort minstens even veel nuance bij, onder meer van Joel Waldfogel, een van de onderzoekers zelf. Op Twitter nuanceert hij dat die daling in 2018 een goede zaak was. 'De apps die stopten hadden weinig gebruik en waren niet in regel met de privacywetgeving.'Hij vind het zelf belangrijker dat er na 2018 minder snel apps bijkwamen, maar nuanceert daar ook dat van veel apps niet duidelijk is wat er onder de motorkap gebeurt. Er zijn apps die er door GDPR nooit zijn gekomen, maar het is niet dat er geen succesvolle apps zijn geweest sindsdien, die wel de wetgeving naleven.Een zeer belangrijke extra nuance daarbij is dat de apps die in 2018 zijn verdwenen goed waren voor slechts drie procent van het totale app-gebruik. Of anders gezegd: Het zijn vooral weinig populaire apps die zijn verdwenen. Een zoveelste app om geluidjes af te spelen of de zaklamp te activeren. Daar komt ook bij dat Android zelf doorheen de jaren evolueert en sommige functies van apps overbodig maakt.Ook privacyspecialisten zijn niet onder de indruk van de paper. Aan The Register merkt privacyonderzoeker Lukasz Olenjik op dat veel zaken zoals toestemming vragen voor dataverwerking al pre-GDPR van toepassing was. Hij stelt dat de exodus vooral een moment was voor apps die eerder al niet in regel waren om de handdoek in de ring te gooien.Ook privacyactivist Max Schrems ziet geen al te duidelijke link. Hij spreekt zich niet over de studie zelf, maar merkt op dat als GDPR het grote probleem zou zijn, er veel apps vandaag wel in de VS zouden bestaan en niet in de EU. Dat is in sommige gevallen gebeurd, zoals bij sommige Amerikaanse mediakanalen met een beperkt Europees publiek, maar niet op grote schaal.