De nog te verschijnen studie werd uitgevoerd door onderzoekers van de New York University en de Franse Université Grenoble Alpes en kon worden ingekeken door de Washington Post. Wel is er al peer review op gebeurd.

De onderzoekers vergeleken posts tussen augustus 2020 en januari 2021 van betrouwbare bronnen zoals CNN of de WHO, met een lijst van 2.551 pagina's van organisaties die gekend zijn voor het regelmatig verspreiden van desinformatie.

Daaruit blijkt dat die laatste zes keer meer likes, shares en interacties kregen op Facebook dan de posts van de andere categorie. De studie bevestigt daarmee deels eerdere beweringen en onderzoeken dat posts met desinformatie vaak worden 'beloond' met meer zichtbaarheid op Facebook.

Links vs. rechts

De onderzoekers stellen wel vast dat Facebook geen politieke voorkeur lijkt te hebben in wat meer interactie krijgt. Zowel links- als rechts georiënteerde posts met desinformatie kregen meer engagement dan feitelijk nieuws.

Maar rechts georiënteerde pagina's op Facebook publiceren wel vaker misleidende informatie dan de rest van het politieke spectrum stellen ze vast. Ook dat werd eerder al vastgesteld in ander onderzoek, onder meer over de tussentijdse verkiezingen in 2018.

Facebook nuanceert

Facebook zelf zegt aan de Washington Post dat het wel degelijk actief strijdt tegen fake news, onder meer door samen te werken met factcheckers wereldwijd. Al wordt een bericht daarbij pas enkele dagen of weken later gelabeld als desinformatie.

Ook nuanceert het platform dat likes of reacties niet gelijk staan met hoeveel mensen het bericht lezen. 'Als je kijkt naar de content die het grootste bereik op Facebook krijgt, dat is het niet wat deze studie suggereert.' Aldus een woordvoerder van het bedrijf tegenover de krant.

Karig met data

We moeten daar zelf aan nuanceren dat Facebook desinformatie van politici niet inperkt, maar ook dat het bedrijf zelf heel karig is met gegevens rond hoeveel mensen op berichten doorklikken en de beperkte gegevens daarover ook stevig filtert.

Zo bracht het bedrijf recent een transparantierapport uit, maar bleek dat het een eerder rapport zelf op het laatste moment had tegengehouden. In dat achteraf toch vrijgegeven rapport staat onder meer een top twintig van meest bekeken links, maar omdat het over een totaal over drie maanden gaat, zegt dat niets over berichten die korte tijd zeer populair zijn. Zo is de top twintig slechts goed voor 0,057 procent van alle content op Facebook, een fractie van het totaal.

Facebook is zelf overigens zeer karig met het delen van data met onderzoekers. Zo blokkeerde het zelfs wetenschappers die onderzoek deden naar advertenties op Facebook. Iets wat het eerder ook deed bij een Europees project. Facebook zegt dus enerzijds dat de beweringen van de studie niet stroken met de werkelijkheid. Maar tegelijk doet het er alles aan om onderzoekers zo weinig mogelijk toegang tot onderzoeksdata te geven.

De nog te verschijnen studie werd uitgevoerd door onderzoekers van de New York University en de Franse Université Grenoble Alpes en kon worden ingekeken door de Washington Post. Wel is er al peer review op gebeurd.De onderzoekers vergeleken posts tussen augustus 2020 en januari 2021 van betrouwbare bronnen zoals CNN of de WHO, met een lijst van 2.551 pagina's van organisaties die gekend zijn voor het regelmatig verspreiden van desinformatie.Daaruit blijkt dat die laatste zes keer meer likes, shares en interacties kregen op Facebook dan de posts van de andere categorie. De studie bevestigt daarmee deels eerdere beweringen en onderzoeken dat posts met desinformatie vaak worden 'beloond' met meer zichtbaarheid op Facebook.De onderzoekers stellen wel vast dat Facebook geen politieke voorkeur lijkt te hebben in wat meer interactie krijgt. Zowel links- als rechts georiënteerde posts met desinformatie kregen meer engagement dan feitelijk nieuws.Maar rechts georiënteerde pagina's op Facebook publiceren wel vaker misleidende informatie dan de rest van het politieke spectrum stellen ze vast. Ook dat werd eerder al vastgesteld in ander onderzoek, onder meer over de tussentijdse verkiezingen in 2018.Facebook zelf zegt aan de Washington Post dat het wel degelijk actief strijdt tegen fake news, onder meer door samen te werken met factcheckers wereldwijd. Al wordt een bericht daarbij pas enkele dagen of weken later gelabeld als desinformatie.Ook nuanceert het platform dat likes of reacties niet gelijk staan met hoeveel mensen het bericht lezen. 'Als je kijkt naar de content die het grootste bereik op Facebook krijgt, dat is het niet wat deze studie suggereert.' Aldus een woordvoerder van het bedrijf tegenover de krant.We moeten daar zelf aan nuanceren dat Facebook desinformatie van politici niet inperkt, maar ook dat het bedrijf zelf heel karig is met gegevens rond hoeveel mensen op berichten doorklikken en de beperkte gegevens daarover ook stevig filtert.Zo bracht het bedrijf recent een transparantierapport uit, maar bleek dat het een eerder rapport zelf op het laatste moment had tegengehouden. In dat achteraf toch vrijgegeven rapport staat onder meer een top twintig van meest bekeken links, maar omdat het over een totaal over drie maanden gaat, zegt dat niets over berichten die korte tijd zeer populair zijn. Zo is de top twintig slechts goed voor 0,057 procent van alle content op Facebook, een fractie van het totaal.Facebook is zelf overigens zeer karig met het delen van data met onderzoekers. Zo blokkeerde het zelfs wetenschappers die onderzoek deden naar advertenties op Facebook. Iets wat het eerder ook deed bij een Europees project. Facebook zegt dus enerzijds dat de beweringen van de studie niet stroken met de werkelijkheid. Maar tegelijk doet het er alles aan om onderzoekers zo weinig mogelijk toegang tot onderzoeksdata te geven.