Maar digitalisering is natuurlijk niet gratis, je hebt er veelal hardware (al dan niet in de cloud) en vooral veel software en kennis voor nodig. Digitale technologie is gelukkig één van de weinige producten die ondanks de vele prijsstijgingen steeds meer biedt voor hetzelfde geld. De brains die we in België broodnodig hebben om digitale projecten met hoge toegevoegde waarde te realiseren daarentegen, worden wel duurder en moeten we zeker hier kunnen behouden.

Digitale bedrijven worden zoals alle andere bedrijven getroffen door de kostenverhogingen. Energieprijzen gaan door het dak en de lonen van de veelal hoogopgeleide medewerkers zullen in januari met meer dan tien procent moeten geïndexeerd worden. De kostprijs voor digitaliseringsprojecten zal dus stijgen, maar als er iets is waar we niet blind mogen in besparen, is het wel de digitalisering die efficiëntere bedrijfsvoering, meer broodnodige innovatie en meer (e-)business mogelijk maakt. Digitalisering is ook een belangrijk deel van de oplossing om de huidige energiecrisis te overwinnen. Denk maar aan slimme energiebeheerssystemen of kunstmatige intelligentie als voorspellende sturing op HVAC-systemen.

Een galopperende inflatie mag de digitale transformatie niet afremmen.

De digitale sector staat hierbij voor een grote uitdaging. De stijgende loonkost weegt zwaar door in een business met veel hoogopgeleide profielen waar bovendien de eeuwige uitdaging blijft om deze aan boord te houden in een markt waar jacht gemaakt wordt op mensen met de juiste competenties. In de digitale sector zijn er vandaag zo'n 11.000 vacatures. Naast de galopperende inflatie zet dit nog extra druk op de loonvorming. Competenties waar ook in geïnvesteerd dient te worden via opleidingen in de nieuwste technologieën, platformen en (digitale) infrastructuur. Het zijn immers deze mensen die de bedrijven helpen om hun digitale projecten in goede banen te leiden. Het zijn de partners die u en ik nodig hebben om onze bedrijven (samen) sterker uit de huidige crisis te laten komen.

Het gevolg van dit alles is dat de menselijke inbreng in de waarde-creatie enorm hoog is. In de digitale bedrijven uit de technologische industrie maken de loonkosten 80 procent van de toegevoegde waarde creatie uit. Ter vergelijking: in de productiebedrijven is dat ongeveer tien procent minder. Daardoor is het voor digitale bedrijven veel moeilijker om uit hun activiteiten voldoende waardecreatie te puren om winst te maken, belastingen te betalen, investeringen in onderzoek en ontwikkeling te realiseren...

En hier begint het schoentje toch wel wat pijnlijk te wringen.

1°) In de meeste sectoren in de Belgische economie worden prijsherzieningsclausules gebruikt die de factuurprijs van langetermijncontracten automatisch aanpassen aan de stijgende loonkosten. In de digitale sector zijn er klantensectoren en klantenbedrijven die prijsherzieningsclausules niet aanvaarden en waar de contractwaarde dus jaar per jaar en soms zelfs geval per geval moeten worden onderhandeld. Als deze klantensectoren of klantenbedrijven hun digitale budgetten zouden bevriezen, dan zou dit in januari 2023, wanneer aan de werknemers uit de digitale sector een index van meer dan tien procent zal moeten worden toegekend, tot uiterst moeilijke gesprekken kunnen leiden voor beide kanten van de onderhandelingstafel.

2°) In de sectoren waar prijsherzieningsclausules wel gangbaar zijn, kunnen digitale bedrijven wettelijk gezien slechts tachtig procent van de waarde van een contract aan de stijgende loonkosten aanpassen. In de digitale sector is dit pijnlijker dan in andere sectoren, gezien het forse aandeel van de loonkost in de toegevoegde waarde. Met andere woorden: stijgende loonkosten eroderen de marges in de digitale sector meer dan in andere sectoren. Er heerst dan altijd het inherente gevaar dat dit leidt tot het leveren van minder kwaliteit of tot noodzakelijk besparingen langs de kant van de digitale bedrijven.

3°) Tot op vandaag was er geen loonkostenparameter die de loonkosten in de digitale sector van nabij opvolgde. Bedrijven behielpen zich dan vaak met loonkostenparameters uit andere sectoren of andere paritaire comités. Hierdoor was er vaak een discrepantie tussen de werkelijk ervaren loonkosten in de digitale sector en de prijzen die konden worden aangerekend aan de klanten. Daar heeft Agoria nu iets aan gedaan.

Agoria publiceert nu een referteloonkosten index specifiek voor de digitale bedrijven, die in paritair comité 200 actief zijn. Agoria doet dit om een index ter beschikking te stellen die beter de werkelijke loonkostenontwikkeling in de digitale sector opvolgt. Hiernaast is het ook de bedoeling de berekeningswijze van de index transparanter en eenvoudiger te maken, zodat iedereen makkelijk de berekeningen kan begrijpen en nakijken.

Elk bedrijf moet uiteraard voor zichzelf bepalen of de digitale index van toepassing is op zijn activiteit. Indien wel, zal de implementatie van de nieuwe index kunnen leiden tot een win-win situatie tussen de digitale sector en zijn klanten waarbij de broodnodige investeringen mogelijk blijven om samen onze bedrijven en overheden de komende jaren verder vooruit te helpen.

Maar digitalisering is natuurlijk niet gratis, je hebt er veelal hardware (al dan niet in de cloud) en vooral veel software en kennis voor nodig. Digitale technologie is gelukkig één van de weinige producten die ondanks de vele prijsstijgingen steeds meer biedt voor hetzelfde geld. De brains die we in België broodnodig hebben om digitale projecten met hoge toegevoegde waarde te realiseren daarentegen, worden wel duurder en moeten we zeker hier kunnen behouden.Digitale bedrijven worden zoals alle andere bedrijven getroffen door de kostenverhogingen. Energieprijzen gaan door het dak en de lonen van de veelal hoogopgeleide medewerkers zullen in januari met meer dan tien procent moeten geïndexeerd worden. De kostprijs voor digitaliseringsprojecten zal dus stijgen, maar als er iets is waar we niet blind mogen in besparen, is het wel de digitalisering die efficiëntere bedrijfsvoering, meer broodnodige innovatie en meer (e-)business mogelijk maakt. Digitalisering is ook een belangrijk deel van de oplossing om de huidige energiecrisis te overwinnen. Denk maar aan slimme energiebeheerssystemen of kunstmatige intelligentie als voorspellende sturing op HVAC-systemen.De digitale sector staat hierbij voor een grote uitdaging. De stijgende loonkost weegt zwaar door in een business met veel hoogopgeleide profielen waar bovendien de eeuwige uitdaging blijft om deze aan boord te houden in een markt waar jacht gemaakt wordt op mensen met de juiste competenties. In de digitale sector zijn er vandaag zo'n 11.000 vacatures. Naast de galopperende inflatie zet dit nog extra druk op de loonvorming. Competenties waar ook in geïnvesteerd dient te worden via opleidingen in de nieuwste technologieën, platformen en (digitale) infrastructuur. Het zijn immers deze mensen die de bedrijven helpen om hun digitale projecten in goede banen te leiden. Het zijn de partners die u en ik nodig hebben om onze bedrijven (samen) sterker uit de huidige crisis te laten komen.Het gevolg van dit alles is dat de menselijke inbreng in de waarde-creatie enorm hoog is. In de digitale bedrijven uit de technologische industrie maken de loonkosten 80 procent van de toegevoegde waarde creatie uit. Ter vergelijking: in de productiebedrijven is dat ongeveer tien procent minder. Daardoor is het voor digitale bedrijven veel moeilijker om uit hun activiteiten voldoende waardecreatie te puren om winst te maken, belastingen te betalen, investeringen in onderzoek en ontwikkeling te realiseren... En hier begint het schoentje toch wel wat pijnlijk te wringen.1°) In de meeste sectoren in de Belgische economie worden prijsherzieningsclausules gebruikt die de factuurprijs van langetermijncontracten automatisch aanpassen aan de stijgende loonkosten. In de digitale sector zijn er klantensectoren en klantenbedrijven die prijsherzieningsclausules niet aanvaarden en waar de contractwaarde dus jaar per jaar en soms zelfs geval per geval moeten worden onderhandeld. Als deze klantensectoren of klantenbedrijven hun digitale budgetten zouden bevriezen, dan zou dit in januari 2023, wanneer aan de werknemers uit de digitale sector een index van meer dan tien procent zal moeten worden toegekend, tot uiterst moeilijke gesprekken kunnen leiden voor beide kanten van de onderhandelingstafel.2°) In de sectoren waar prijsherzieningsclausules wel gangbaar zijn, kunnen digitale bedrijven wettelijk gezien slechts tachtig procent van de waarde van een contract aan de stijgende loonkosten aanpassen. In de digitale sector is dit pijnlijker dan in andere sectoren, gezien het forse aandeel van de loonkost in de toegevoegde waarde. Met andere woorden: stijgende loonkosten eroderen de marges in de digitale sector meer dan in andere sectoren. Er heerst dan altijd het inherente gevaar dat dit leidt tot het leveren van minder kwaliteit of tot noodzakelijk besparingen langs de kant van de digitale bedrijven.3°) Tot op vandaag was er geen loonkostenparameter die de loonkosten in de digitale sector van nabij opvolgde. Bedrijven behielpen zich dan vaak met loonkostenparameters uit andere sectoren of andere paritaire comités. Hierdoor was er vaak een discrepantie tussen de werkelijk ervaren loonkosten in de digitale sector en de prijzen die konden worden aangerekend aan de klanten. Daar heeft Agoria nu iets aan gedaan.Agoria publiceert nu een referteloonkosten index specifiek voor de digitale bedrijven, die in paritair comité 200 actief zijn. Agoria doet dit om een index ter beschikking te stellen die beter de werkelijke loonkostenontwikkeling in de digitale sector opvolgt. Hiernaast is het ook de bedoeling de berekeningswijze van de index transparanter en eenvoudiger te maken, zodat iedereen makkelijk de berekeningen kan begrijpen en nakijken.Elk bedrijf moet uiteraard voor zichzelf bepalen of de digitale index van toepassing is op zijn activiteit. Indien wel, zal de implementatie van de nieuwe index kunnen leiden tot een win-win situatie tussen de digitale sector en zijn klanten waarbij de broodnodige investeringen mogelijk blijven om samen onze bedrijven en overheden de komende jaren verder vooruit te helpen.