VTKE voerde het onderzoek uit in België, Nederland, Duitsland, Finland, Italië, Oostenrijk en Spanje. 'De keuzevrijheid wat betreft het eindapparaat op de internetaansluiting blijkt voor de eindgebruiker in deze zeven EU-landen bijzonder belangrijk', luidt de conclusie.

De standaard routers van providers hebben vaak beperktere (geavanceerde) instelmogelijkheden en bieden lang niet altijd het krachtigste wifi-signaal. Bovendien ben je bij de uitbreiding van dergelijke netwerken, middels een of meerdere repeaters of toegangspunten, opnieuw gebonden aan de keuze van je operator. Terwijl je, bijvoorbeeld, een product als de Google Nest Wifi desgewenst kan uitbreiden met toegangspunten die over een ingebakken smart speaker beschikken.

Verplichte regelgeving

In Nederland, Duitsland, Finland en Italië hebben consumenten op basis van verplichte regelgeving een vrije keuze bij eindapparaten. Hier zie je dat er ook gretig gebruik van gemaakt wordt. Finland was het eerste land waar de regelgeving, in 2014, werd ingevoerd. Vandaag zou 61 procent van de ondervraagden bij de volgende routerupgrade (opnieuw) kiezen voor een eigen eindapparaat.

In Duitsland gebruiken momenteel 55 procent van de gebruikers een zelf aangekocht eindapparaat; slechts 45 procent huurt een router bij de provider. Bij onze noordenburen is de regelgeving zeer recent ingevoerd (januari 2022), en daar zie je dat 35 procent van de verbruikers van plan is om bij de volgende switch een eigen toestel aan te schaffen. Verder kiest 45 procent voor hardware van de netwerkprovider en heeft 20 procent hierover nog geen beslissing genomen.

Belgische situatie

In België, net als in Oostenrijk en Spanje, is het voor de meeste gebruikers in de regel niet mogelijk om het eindapparaat op hun breedbandaansluiting zelf uit te zoeken. Een nationale regelgeving hierover is er tot nu toe niet. De Belgische regelgevende instantie BIPT is volgens het uitvoeringsplan voor 2022 echter van plan om op korte termijn een openbare raadpleging over de vrije keuze van eindapparaten te starten.

In België beschouwt een duidelijke meerderheid van 77 procent de beslissingsvrijheid als belangrijk. Momenteel gebruikt 24 procent, in gevallen waarin de netwerkprovider dat toelaat, een eigen apparaat op de aansluiting; 62 procent beschikt over de standaard hardware van de provider.

VTKE voerde het onderzoek uit in België, Nederland, Duitsland, Finland, Italië, Oostenrijk en Spanje. 'De keuzevrijheid wat betreft het eindapparaat op de internetaansluiting blijkt voor de eindgebruiker in deze zeven EU-landen bijzonder belangrijk', luidt de conclusie.De standaard routers van providers hebben vaak beperktere (geavanceerde) instelmogelijkheden en bieden lang niet altijd het krachtigste wifi-signaal. Bovendien ben je bij de uitbreiding van dergelijke netwerken, middels een of meerdere repeaters of toegangspunten, opnieuw gebonden aan de keuze van je operator. Terwijl je, bijvoorbeeld, een product als de Google Nest Wifi desgewenst kan uitbreiden met toegangspunten die over een ingebakken smart speaker beschikken.In Nederland, Duitsland, Finland en Italië hebben consumenten op basis van verplichte regelgeving een vrije keuze bij eindapparaten. Hier zie je dat er ook gretig gebruik van gemaakt wordt. Finland was het eerste land waar de regelgeving, in 2014, werd ingevoerd. Vandaag zou 61 procent van de ondervraagden bij de volgende routerupgrade (opnieuw) kiezen voor een eigen eindapparaat.In Duitsland gebruiken momenteel 55 procent van de gebruikers een zelf aangekocht eindapparaat; slechts 45 procent huurt een router bij de provider. Bij onze noordenburen is de regelgeving zeer recent ingevoerd (januari 2022), en daar zie je dat 35 procent van de verbruikers van plan is om bij de volgende switch een eigen toestel aan te schaffen. Verder kiest 45 procent voor hardware van de netwerkprovider en heeft 20 procent hierover nog geen beslissing genomen.In België, net als in Oostenrijk en Spanje, is het voor de meeste gebruikers in de regel niet mogelijk om het eindapparaat op hun breedbandaansluiting zelf uit te zoeken. Een nationale regelgeving hierover is er tot nu toe niet. De Belgische regelgevende instantie BIPT is volgens het uitvoeringsplan voor 2022 echter van plan om op korte termijn een openbare raadpleging over de vrije keuze van eindapparaten te starten.In België beschouwt een duidelijke meerderheid van 77 procent de beslissingsvrijheid als belangrijk. Momenteel gebruikt 24 procent, in gevallen waarin de netwerkprovider dat toelaat, een eigen apparaat op de aansluiting; 62 procent beschikt over de standaard hardware van de provider.