Op grote luchthavens kunnen commerciële vliegtuigen al langer landen op automatische piloot. Daarvoor wordt het vliegtuig naar de landingsbaan geleid door middel van een radionavigatiesysteem, het zogenaamde Instrument Landing System (ILS).

Kleinere luchthavens beschikken vaak niet over de radiobakens die daarvoor nodig zijn. De laatste jaren worden in plaats van radiosignalen ook wel satellietgegevens gebruikt om vliegtuigen te helpen landen, onder meer in de luchthaven van Deurne. Dat is veiliger en stiller, maar niet nauwkeurig genoeg om een volledig automatische landing mogelijk te maken. Als het vliegtuig tot op 60 meter hoogte gedaald is, moet de piloot het roer overnemen, schrijft de Technische Universiteit München in een persbericht.

Daarom ontwikkelden de Duitse wetenschappers een nieuw systeem om een vliegtuig automatisch in het midden van de landingsbaan af te zetten. Op basis van beelden van een gewone camera en een infraroodcamera berekent het vliegtuig zijn positie ten opzichte van de landingsbaan. Met die software slaagden de Duitsers erin hun onderzoeksvliegtuig te laten landen zonder dat de piloot moest ingrijpen én zonder te vertrouwen op gegevens van buitenaf.

De technologie is nog niet op grote schaal getest en nog niet gecertificeerd door luchtvaartautoriteiten, maar de voordelen liggen voor de hand. Zo kan het systeem gebruikt worden als back-up voor piloten bij slecht zicht. Ook kan het piloten in de toekomst geheel overbodig helpen maken.