Slack verschijnt op de New York Stock Exchange via een zogeheten direct listing in plaats van een klassieke IPO-beursgang. Dat is dezelfde manier waarop Spotify zijn intrede deed op de beurs. Met een direct listing kunnen de bestaande investeerders (een deel van) hun aandelen verkopen aan het publiek, maar worden geen nieuwe aandelen uitgegeven. Dat scheelt een pak aan bankkosten voor Slack. Het is dan ook geen toeval dat Slack zich vandaag laat begeleiden door dezelfde banken als die waar Spotify beroep op deed.

Waardering van Slack is 15,7 miljard dollar

Slack start vandaag met een openingskoers van 26 dollar per aandeel. Dat betekent dat het bedrijf zo'n 15,7 miljard dollar waard is. Rekening houdend met de aandelen die oprichter en CEO Stewart Butterfield in handen heeft, betekent het dat hij alvast tegen het einde van de dag miljardair wordt. Stewart Butterfield is een enfant terrible in Silicon Valley die eerder al mede-oprichter was van fotodeeldienst Flickr die later aan Yahoo verkocht werd. Butterfield leerde zichzelf als kind programmeren en kreeg tijdens zijn filosofiestudies de smaak van het tech-ondernemen te pakken.

Stewart Butterfield, CEO van Slack © REUTERS

Slack richtte hij in 2013 op en kwam in februari 2014 uit voor het grote publiek. Dat publiek dikte trouwens al snel behoorlijk aan: een bewijs dat er een markt open lag voor de zakelijke communicatietool die zich toen nog vooral als een 'e-mailkiller' voor bedrijven positioneerde. Slack kwam in heel wat bedrijven ook onder de radar van de IT-afdeling binnen: de applicatie laat zich zonder adminrechten installeren en kan ook vlot via de browser gebruikt worden. Via die 'shadow IT' aanpak kon het snel groeien in aantal gebruikers. Tegen augustus 2014 harkte Slack al een omzet van 1,5 miljoen dollar bij elkaar, en haalde het 60 miljoen dollar aan risicokapitaal op.

Slack heeft 10 miljoen dagelijkse gebruikers. 88.000 klanten betalen voor de premiumversie.

Concurrentie is hard

En toch komt de beursgang misschien wat te laat: sommige analisten menen dat het grote 'momentum' voor Slack ondertussen voorbij is. Het bedrijf is nog altijd verlieslatend en waarschuwt ook voor toenemende kosten om extra klanten aan te trekken. Slack claimt meer dan 10 miljoen dagelijkse gebruikers. Een half miljoen organisaties gebruikt de gratis versie, slechts een fractie - 88.000 klanten - zouden voor de premiumversie betalen.

Concurrenten hebben de snelle opmars van Slack ook gemerkt, en hebben de laatste jaren niet stilgezeten. Die concurrentie komt niet alleen van 'big tech' spelers, maar ook van gevestigde zakelijke leveranciers. Cisco bijvoorbeeld die met Spark een soortgelijk aanbod uitbouwde. Maar ook Rainbow van Alcatel-Lucent zet in op business communicatie en messaging via de cloud. Zulke zakelijke spelers spelen maar al te graag hun 'enterprise grade quality' uit.

Microsoft claimt dat meer dan 500.000 organisaties - zowat evenveel als Slack dus - hun Teams-software gebruiken.

Microsoft Teams rukt op

In de 'big tech' hoek vinden we onder meer Google dat met Hangouts Chat een eigen alternatief voor Slack ontwikkelde. Maar ook Facebook dat de eigen Workplace-oplossing naar voor schuift. De grootste bedreiging voor Slack lijkt ondertussen Microsoft geworden. Microsoft claimt dat meer dan 500.000 organisaties - zowat evenveel als Slack dus - hun Teams-software gebruiken. Microsoft bundelt Teams slim mee in de Office-software en speelt de herkenbaarheid en integratie met andere Microsoft-producten sterk uit. Zoals een Belgische CIO van een multinational ons onlangs nog officieus zei: "De klassieke cross- en upsellingaanpak en de licentiepolitiek van Microsoft werkt nog steeds. Het is daarom dat Skype en nu ook Teams zoveel gebruikt worden. Het is moeilijk om het niét te gebruiken, als je het toch al mee krijgt."

Willen we allemaal workplace tools?

Het wordt dus uitkijken of Slack de concurrentie kan afhouden of opgegeten wordt door de grote jongens.

Maar het wordt even goed ook uitkijken of al deze workplace tools er effectief zullen in slagen om van overvolle e-mailboxen en de carbon copy cultuur in bedrijven een collectieve herinnering uit een onproductief verleden te maken. Want willen we ook allemaal naar zulke platformen overschakelen? En als we dat wel doen, bestaat er dan niet het risico dat de nieuwe workplace tools met dezelfde, oude problemen te maken krijgen?