De zaak kwam al in 2013 aan het licht, al blijven de exacte details vaag. Sindsdien werkt Ericsson mee met de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse beurswaakhond en sinds 2015 met het Amerikaanse Department of Justice.

Het gaat om activiteiten van Ericsson in China, Djibouti, Indonesië, Koeweit, Saudi-Arabië en Vietnam waarbij er inbreuken zouden zijn gebeurd op de zakelijke ethische regels en de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act (FCPA).

Exacte details zijn er niet bekend, behalve dat sommige medewerkers interne controles konden omzeilen waardoor er ongepaste zaken zijn gebeurd. In oktober vorig jaar maakte Ericsson al bekend dat er 50 mensen werden ontslagen door de zaak.

"We moeten erkennen dat het bedrijf in het verleden heeft gefaald en ik kan u verzekeren dat we elke dag hard werken aan een sterker Ericsson waar ethiek en compliance de hoekstenen zijn van onze business," zegt CEO Börje Ekholm. "De afgelopen twee jaar hebben we significant geïnvesteerd in onze ethics en compliance programma's."

Ericsson is een Zweeds bedrijf, maar staat genoteerd op de Amerikaanse Nasdaq. Daarom is het ook onderhevig aan de lokale wetten daar.

Vandaag kondigt Ericsson aan dat het 12 miljard Zweedse kroon, omgerekend 1,12 miljard euro, opzij zet voor de boete die het zal krijgen en de bijkomende kosten daarrond. Dat is niet min als je weet dat Ericsson in haar meest recente kwartaalresultaten een omzet van 54,8 miljard zweedse kroon en een winst van 1,8 miljard kroon haalde.

Omdat de zaak nog loopt geeft het bedrijf geen verdere commentaar, maar het benadrukt dat Ericsson al van bij het begin vrijwillig meewerkt met de Amerikaanse autoriteiten.