RIPE, het Réseaux IP Européens, laat weten dat het op 25 november het laatste IPv4-blok heeft toegewezen en dus nu zonder IPv4 adressen zit. Dat is geen verrassing, want het is al tien jaar duidelijk dat deze adresblokken zouden opraken. De bekendmaking is voor RIPE vooral een gelegenheid om er nog eens op te wijzen dat elke internetspeler zijn infrastructuur moet klaarstomen voor IPv6, een netwerkprotocol dat intussen al jaren bestaat.

IPv4 slaat op de oude standaard voor IP-adressen, maar die kan slechts 4,2 miljard unieke adressen genereren. Dat leek veel bij het ontstaan van het internet, maar is te weinig in een wereld waarin alles geconnecteerd is. IPv6 lost dat op en kan 340 sextiljoen (undecillion in het Engels, een miljoen tot de zesde macht of met 36 nullen) unieke IP-adressen toewijzen.

"Zonder een brede uitrol van IPv6 riskeren we een toekomst waar de groei van het internet onnodig wordt beperkt. Niet door een tekort aan kennis, technisch materiaal of investeringen, maar een tekort aan unieke netwerkidentificators. We hebben nog een lange weg af te leggen en we vragen alle belanghebbenden om hun rol te spelen in het ondersteunen van een IPv6 uitrol", aldus RIPE in haar communicatie.

Bedrijven die alsnog een IPv4-adresblok nodig hebben kunnen zichzelf wel op een wachtlijst plaatsen. Wanneer oudere bedrijven stoppen, kunnen hun adressen terug vrijkomen en worden herverdeeld.

Voor consumenten en KMO's maakt het tekort aan IPv4-adressen weinig uit. Zij krijgen een adres toegewezen van hun internetprovider. Het probleem stelt zich vooral voor internetspelers. Zij moeten iets meer investeren om hun infrastructuur compatibel te krijgen met IPv6.

In ons land lijkt dat overigens geen groot probleem. Vandaag loopt volgens Google net geen dertig procent (29,57 procent) van het verkeer via IPv6. België is daarin wereldwijd koploper met 49,59 procent, gevolgd door Duitsland (44,95 procent) en Griekenland (43,5 procent). Buurlanden Nederland en Frankrijk zitten respectievelijk op 20 procent en 34,9 procent.