Het 'recht op reparatie' or 'right to repair' komt er op neer dat elektrische toestellen mogen en kunnen hersteld worden. Onder meer bij bepaalde smartphones is dat een probleem, het scherm of de batterij vervangen kan wel, maar meestal op eigen risico en vaak maken fabrikanten het niet makkelijk om hun toestel zomaar open te maken.

In dat kader stemt het Europees Parlement een resolutie over een duurzamere interne markt. Die gaat onder meer over het aantrekkelijker maken van reparaties en ze ook betaalbaarder te maken, met langere garantieperiodes, garanties op vervangen onderdelen en vlottere toegang tot informatie over herstelmogelijkheden.

In de marge van de resolutie wordt ook nogmaals opgeroepen om werk te maken van een universele oplader (vooral voor smartphones). Een punt waar Europa al meer dan tien jaar werk van maakt. Op vrijwillige basis zijn bijna alle smartphonemakers al jaren op USB-C overgestapt. Enkel Apple heeft nog een eigen adapter die het weigert aan te passen.

Wat verandert er?

De resolutie is op dit moment vooral een signaal van het Europees Parlement aan de Europese Commissie om hier verdere regels rond op te stellen. Op dit moment verandert er dus niets, maar het effent wel het pad voor regels om elektronische toestellen vlotter herstelbaar te maken.

12 miljoen ton elektronisch afval

De bedoeling van meer herstelbaarheid is niet alleen om het herstellen zelf goedkoper of makkelijker te maken. Op lange termijn moet dat er ook voor zorgen dat toestellen langer meegaan en dus minder snel worden vervangen. Dat moet de elektronische afvalberg verminderen.

En dat is nodig. Uit de Global E-waste Monitor blijkt dat Europa vorig jaar 12 miljoen ton elektronisch afval genereerde, dat is 16,2 kilo per inwoner. Minder dan de helft, 42,5 procent, daarvan wordt effectief verzameld en gerecycleerd.

Zoomen we in op West-Europa dan ligt het recyclagecijfer iets hoger met 54 procent, maar onze regio genereert ook een pak meer elektronisch afval, zo'n 20,3 kilogram per inwoner.

Het 'recht op reparatie' or 'right to repair' komt er op neer dat elektrische toestellen mogen en kunnen hersteld worden. Onder meer bij bepaalde smartphones is dat een probleem, het scherm of de batterij vervangen kan wel, maar meestal op eigen risico en vaak maken fabrikanten het niet makkelijk om hun toestel zomaar open te maken.In dat kader stemt het Europees Parlement een resolutie over een duurzamere interne markt. Die gaat onder meer over het aantrekkelijker maken van reparaties en ze ook betaalbaarder te maken, met langere garantieperiodes, garanties op vervangen onderdelen en vlottere toegang tot informatie over herstelmogelijkheden.In de marge van de resolutie wordt ook nogmaals opgeroepen om werk te maken van een universele oplader (vooral voor smartphones). Een punt waar Europa al meer dan tien jaar werk van maakt. Op vrijwillige basis zijn bijna alle smartphonemakers al jaren op USB-C overgestapt. Enkel Apple heeft nog een eigen adapter die het weigert aan te passen.De resolutie is op dit moment vooral een signaal van het Europees Parlement aan de Europese Commissie om hier verdere regels rond op te stellen. Op dit moment verandert er dus niets, maar het effent wel het pad voor regels om elektronische toestellen vlotter herstelbaar te maken.De bedoeling van meer herstelbaarheid is niet alleen om het herstellen zelf goedkoper of makkelijker te maken. Op lange termijn moet dat er ook voor zorgen dat toestellen langer meegaan en dus minder snel worden vervangen. Dat moet de elektronische afvalberg verminderen.En dat is nodig. Uit de Global E-waste Monitor blijkt dat Europa vorig jaar 12 miljoen ton elektronisch afval genereerde, dat is 16,2 kilo per inwoner. Minder dan de helft, 42,5 procent, daarvan wordt effectief verzameld en gerecycleerd.Zoomen we in op West-Europa dan ligt het recyclagecijfer iets hoger met 54 procent, maar onze regio genereert ook een pak meer elektronisch afval, zo'n 20,3 kilogram per inwoner.