De Europese Commissie beboette destijds vier chipproducenten voor in totaal 138 miljoen euro.

De hoogste boete was met bijna 83 miljoen voor het Duitse Infineon. Dat bedrijf had de boetes samen met Philips aangevochten. Een lagere instantie van het hof, het Gerecht, had hen in 2016 al ongelijk gegeven. Het beroep van Infineon moet wel opnieuw worden behandeld, oordeelde het hof. De zaak is terugverwezen omdat er moet worden beoordeeld of de hoogte van de opgelegde boete wel redelijk is. Slechts vijf van de elf beweerde ongeoorloofde kartelcontacten werden destijds onderzocht en bewezen geacht.

Het Zuid-Koreaanse Samsung moest ruim 35 miljoen euro afrekenen. Renesas uit Japan kreeg de boete kwijtgescholden omdat het bedrijf het kartel aan het licht had gebracht.

De vier ondernemingen wisselden tussen 2003 en 2005 informatie uit over prijzen, klanten, contractbesprekingen en productiecapaciteit. Het ging over chips in onder meer mobiele telefoons, bankpassen en paspoorten.

Philips verkocht zijn chipdivisie in 2006 onder de naam NXP Semiconductors aan een groep investeerders. Tegenwoordig richt het bedrijf zich vooral op zorgtechnologie.