Zodra het warmer of kouder is dan wat we als een aangename gevoelstemperatuur ervaren, blijkt er een duidelijke toename van haatspraak op de sociale media. Dat concluderen onderzoekers na analyse van miljarden tweets die in de VS op het socialemediaplatform Twitter zijn gepost tussen 2014 en 2020. Voor de analyse werd gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI).

Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat er grenzen zijn aan het menselijke aanpassingsvermogen aan extreme temperaturen. Ze waarschuwen ook voor een onderschat maatschappelijk effect van klimaatverandering: conflicten in de digitale wereld met gevolgen voor zowel de sociale cohesie als de geestelijke gezondheid.

Haatdragende tweets

'Door met ons AI-algoritme haatspraak te detecteren in meer dan vier miljard tweets van Amerikaanse gebruikers en die te combineren met de weerdata, ontdekten we dat zowel het absolute aantal, als het aandeel van haatdragende tweets stijgt zodra de temperatuur minder comfortabel wordt', zegt PIK-wetenschapper en hoofdauteur van de studie, Annika Stechemesser, in The Lancet Planetary Health. 'Mensen vertonen agressiever online gedrag als het buiten te koud of te warm is.'

'Het doelwit zijn van online haatspraak is een ernstige bedreiging voor de geestelijke gezondheid van mensen. De psychologische literatuur vertelt ons dat het de mentale kwetsbaarheid vergroot, vooral bij jongeren en minderheden', zegt ze. De onderzoekers zagen dat buiten het comfortabele venster van 12 tot 21 graden Celsius, online haat in de VS toeneemt tot 12 procent voor koudere temperaturen en tot 22 procent voor warmere temperaturen.

Discriminerend taalgebruik

Voor de definiëring van 'haatdragende taal' gebruikten de onderzoekers de officiële definitie van de Verenigde Naties: 'Discriminerend taalgebruik met verwijzing naar een persoon of een groep op basis van hun religie, etniciteit, nationaliteit, ras, kleur, afkomst, geslacht of andere identiteitsfactor'.

In de VS werden minder haatberichten gestuurd bij aangename temperaturen tussen 12 en 21 graden Celsius - het minste aantal haattweets ging de ether in bij temperaturen tussen 15 en 18 graden Celsius. Bij hetere en koudere temperaturen zagen de onderzoekers een duidelijke toename van het aantal haatberichten.

Meer dan 30 graden Celsius

Wat iemand als een aangename gevoelstemperatuur ervaart, varieert licht tussen klimaatzones, afhankelijk van welke temperaturen er gebruikelijk zijn. Temperaturen boven 30 graden Celsius, zijn echter consequent gekoppeld aan een sterke toename van online haat in alle klimaatzones en bij alle sociaaleconomische klassen ongeacht verschillen in inkomen, religieuze overtuigingen of politieke voorkeuren.

Dit wijst op de grenzen van het vermogen om zich aan de temperatuur aan te passen, stellen de auteurs. 'Zelfs in gebieden met hoge inkomens waar mensen zich airconditioning en andere hittebeperkende maatregelen kunnen veroorloven, observeren we een toename van haatspraak op extreem warme dagen. Met andere woorden: er is een grens aan wat mensen kunnen verdragen', zegt coauteur Anders Levermann.

Zodra het warmer of kouder is dan wat we als een aangename gevoelstemperatuur ervaren, blijkt er een duidelijke toename van haatspraak op de sociale media. Dat concluderen onderzoekers na analyse van miljarden tweets die in de VS op het socialemediaplatform Twitter zijn gepost tussen 2014 en 2020. Voor de analyse werd gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI).Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat er grenzen zijn aan het menselijke aanpassingsvermogen aan extreme temperaturen. Ze waarschuwen ook voor een onderschat maatschappelijk effect van klimaatverandering: conflicten in de digitale wereld met gevolgen voor zowel de sociale cohesie als de geestelijke gezondheid.'Door met ons AI-algoritme haatspraak te detecteren in meer dan vier miljard tweets van Amerikaanse gebruikers en die te combineren met de weerdata, ontdekten we dat zowel het absolute aantal, als het aandeel van haatdragende tweets stijgt zodra de temperatuur minder comfortabel wordt', zegt PIK-wetenschapper en hoofdauteur van de studie, Annika Stechemesser, in The Lancet Planetary Health. 'Mensen vertonen agressiever online gedrag als het buiten te koud of te warm is.''Het doelwit zijn van online haatspraak is een ernstige bedreiging voor de geestelijke gezondheid van mensen. De psychologische literatuur vertelt ons dat het de mentale kwetsbaarheid vergroot, vooral bij jongeren en minderheden', zegt ze. De onderzoekers zagen dat buiten het comfortabele venster van 12 tot 21 graden Celsius, online haat in de VS toeneemt tot 12 procent voor koudere temperaturen en tot 22 procent voor warmere temperaturen.Discriminerend taalgebruikVoor de definiëring van 'haatdragende taal' gebruikten de onderzoekers de officiële definitie van de Verenigde Naties: 'Discriminerend taalgebruik met verwijzing naar een persoon of een groep op basis van hun religie, etniciteit, nationaliteit, ras, kleur, afkomst, geslacht of andere identiteitsfactor'. In de VS werden minder haatberichten gestuurd bij aangename temperaturen tussen 12 en 21 graden Celsius - het minste aantal haattweets ging de ether in bij temperaturen tussen 15 en 18 graden Celsius. Bij hetere en koudere temperaturen zagen de onderzoekers een duidelijke toename van het aantal haatberichten. Wat iemand als een aangename gevoelstemperatuur ervaart, varieert licht tussen klimaatzones, afhankelijk van welke temperaturen er gebruikelijk zijn. Temperaturen boven 30 graden Celsius, zijn echter consequent gekoppeld aan een sterke toename van online haat in alle klimaatzones en bij alle sociaaleconomische klassen ongeacht verschillen in inkomen, religieuze overtuigingen of politieke voorkeuren.Dit wijst op de grenzen van het vermogen om zich aan de temperatuur aan te passen, stellen de auteurs. 'Zelfs in gebieden met hoge inkomens waar mensen zich airconditioning en andere hittebeperkende maatregelen kunnen veroorloven, observeren we een toename van haatspraak op extreem warme dagen. Met andere woorden: er is een grens aan wat mensen kunnen verdragen', zegt coauteur Anders Levermann.